Verkrijging voormalige peuterspeelzaal belast met 6% overdrachtsbelasting

Mevrouw X verkreeg bij notariële akte van 23 december 2014 een voormalig schoolgebouw met erf en grond dat in gebruik was geweest als peuterspeelzaal. Mevrouw X stelde dat zij een woning had verkregen zodat het 2%-tarief voor de overdrachtsbelasting van toepassing was. Rechtbank Noord-Holland (zie FutD 2016-1914) stelde haar in het ongelijk en Hof Arnhem-Leeuwarden (zie FutD 2017-0332) bevestigde die uitspraak. De onroerende zaak was volgens het Hof steeds uitsluitend gebruikt voor maatschappelijke doeleinden, tot oktober 2014 als peuterspeelzaal. De bestemming van de onroerende zaak bij de bouw, het gebruik tot aan de aankoop en de op dat gebruik afgestemde bouwkundige indeling lieten volgens het Hof geen andere conclusie toe dan dat de onroerende zaak naar haar aard niet voor bewoning was bestemd. Het Hof concludeerde dat niet het 2%- maar het 6%-tarief voor de overdrachtsbelasting gold. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van mevrouw X zonder nadere motivering ongegrond verklaard (art. 81 Wet RO).

Hoge Raad 14-7-2017, nr. 17/01192 (Fida 20174662)