Over de Grens
   

Regeling Internationaal Handelsverkeer sinds 1 juli 2017 in werking

Per 1 juli 2017 is de regeling internationaal handelsverkeer in werking getreden.1 Deze regeling vervangt en versoepelt de op 1 juli 2013 in werking getreden pilot Kennisindustrie. Het doel van de regeling is het bedrijfsleven faciliteren in het onderhouden en het bevorderen van hun internationale handelscontacten. Aan de regeling kunnen Nederlandse bedrijven deelnemen die een samenwerking of overeenkomst met een buitenlands bedrijf zijn aangegaan en voor wie het noodzakelijk is dat aan het buitenlands bedrijf gelieerde arbeidskrachten in Nederland werkzaamheden komen uitoefenen. Een dergelijk traject van het Nederlandse en het buitenlandse bedrijf kan worden aangemeld en voor de buitenlandse arbeidskrachten die in dit kader werkzaamheden komen verrichten, hoeft de werkgever geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen.

Pilot Kennisindustrie

Binnen deze pilot kon buitenlands (technisch) personeel zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland aan de slag als zij bijvoorbeeld naar Nederland moesten komen voor de inspectie van de goederen die door hun bedrijf werden afgenomen of voor de kennisoverdracht. Aan de oude regeling waren strikt geformuleerde voorwaarden verbonden; voor het Nederlandse bedrijf gold een omzetcriterium van € 50 miljoen en er gold een projectwaarde-criterium van € 5 miljoen. Daarnaast werd door het UWV bekeken of de onderneming zich de afgelopen 5 jaar aan de arbeidswetgeving had gehouden.

Evaluatie pilot

In 2014 is de pilot Kennisindustrie geëvalueerd2; bedrijven waren over het algemeen positief gestemd over de lastenverlichting en de snelle doorlooptijden, maar er zijn ook verbeterpunten naar voren gebracht. Immers, vanwege de strikte voorwaarden bleek dat niet veel bedrijven aan de pilot hebben kunnen deelnemen. Onder andere het omzetcriterium en de hoge projectwaarde-criterium zorgden ervoor dat niet alle bedrijven aan de voorwaarden voldeden.

Versoepelde regeling

De nieuwe regeling bouwt voort op de pilot Kennisindustrie maar met de huidige flexibelere regeling wordt tegemoetgekomen aan de wens van het internationale bedrijfsleven. Ook de SER pleitte ter bevordering van het internationale handelsverkeer voor een ruimere regeling. De nieuwe regeling brengt minder strikte voorwaarden met zich mee. Zo is onder andere het omzetcriterium van € 50 miljoen verlaten. Ook wordt door het UWV minder strikt naar het boeteverleden van bedrijven gekeken; enkel ernstige (onherroepelijke) overtredingen kunnen nog in de weg staan aan toelating tot de regeling.

Traject aanmelden

Het Nederlandse bedrijf meldt het traject aan bij het UWV. Om voor de regeling in aanmerking te komen, moet sprake zijn van een in tijd afgebakend traject in het kader van internationale handel, diensten en samenwerking. De Nederlandse en het buitenlandse bedrijf zullen moeten aantonen welke relatie tussen hen bestaat; een project, een samenwerkingsverband, een overeenkomst voor de levering van goederen of diensten of een training. Veelal commerciële ondernemingen zullen betrokken zijn omdat de regeling hoofdzakelijk ziet op het bevorderen van internationale handelscontacten.

Het UWV zal onder andere de aard van het traject, de aard van de werkzaamheden en de duur van het traject beoordelen. Deze aspecten worden in samenhang bekeken en beoordeeld zal worden of uit het geheel van deze omstandigheden blijkt of het noodzakelijk is dat de buitenlandse arbeidskracht voor de betreffende specialistische werkzaamheden naar Nederland komt. De werkzaamheden zullen te allen tijde in het kader van dat traject moeten plaatsvinden, zoals het voeren van bespreken, het volgen van trainingen en-/of het uitvoeren van inspecties. Als het laatste is aangetoond, hoeft de werkgever voor de arbeidskracht geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Het moet wel nog steeds gaan om werkzaamheden waarvoor specifieke kennis is vereist, zonder dat sprake is van verdringing op de arbeidsmarkt.

Een traject kan voor een termijn van 3 jaar worden aangemeld. Het UWV beslist binnen 5 weken op de aanvraag om toelating. Nadat het is toegelaten, hoeven de buitenlandse arbeidskrachten enkel bij het UWV te worden gemeld.3 Werkgevers zullen rekening moeten houden dat met de vrijstelling voor een tewerkstellingsvergunning niet automatisch wordt voorzien in legaal verblijf van de werknemer in Nederland. Er zal apart bij de IND om een verblijfsvergunning moeten worden verzocht.

Voorbeeld

Een Braziliaans bedrijf koopt een schip van een Nederlands bedrijf. Voordat het schip kan worden afgenomen is het nodig dat werknemers van het Braziliaanse bedrijf trainingen in Nederland moeten volgen en moeten er inspecties worden verricht. In dit kader kan de Nederlandse werkgever een dergelijk traject bij het UWV aanmelden. Nadat het traject tot de regeling is toegelaten, kunnen de Braziliaanse arbeidskrachten door middel van een notificatie bij het UWV worden gemeld waarna ze ‘vrij’ hun werkzaamheden kunnen verrichten.

Conclusie

Met de inwerkingtreding van de nieuwe regeling is door het kabinet voorzien in een flexibelere regeling voor Nederlandse bedrijven die een samenwerkingsverband zijn aangegaan met een buitenlands bedrijf. Doordat een traject vooraf bij het UWV kan worden aangemeld bestaat er al duidelijkheid over de toegang tot de arbeidsmarkt voordat de buitenlandse arbeidskrachten naar Nederland reizen. Ook is met de regeling tijdswinst te halen doordat geen tewerkstellingsvergunning hoeft te worden aangevraagd maar werknemers enkel hoeven te worden gemeld bij het UWV.

Als u meer informatie wilt over dit onderwerp of andere vragen heeft op het gebied van arbeidsmigratie dan horen we dit graag.

Noten:

  1. Artikel 1k van het Besluit Uitvoering WAV.
  2. Regioplan, Evaluatie Pilot Kennisindustrie, oktober 2014; https://www.regioplan.nl/publicaties/rapporten/evaluatie_pilot_vrijstelling_tewerkstellingsvergunningplicht_kennisindustrie.
  3. Er is een special aanvraag- en meldingsformulier ontwikkeld, dat u kunt vinden op www.werk.nl/werkvergunning.

 

Uit: Over de Grens nr. 9 van 3 november 2017
Auteurs: Eline van Deijck, advocaat bij Everaert Advocaten te Amsterdam (vandeijck@everaert.nl) en Sheetal Manna, juridisch medewerker bij Everaert Advocaten te Amsterdam (manna@everaert.nl)