Over de Grens
   

Parkeren in Den Haag! (deel 2)

Regelmatig is er – in meerdere opzichten – commotie in Den Haag. Ook de gemeente Den Haag zelf kan daarover meepraten. Was het niet-betalen van parkeerbelasting door diplomaten punt van discussie (ook Over de Grens stond hier al eerder bij stil), de Hoge Raad maakte recent een einde aan dit slopende meningsverschil door te oordelen dat diplomaten zijn vrijgesteld van parkeerbelasting.

‘Waarom wéér die diplomaat’, denkt u mogelijk. Diplomaten zijn toch vrijgesteld? En wat een geneuzel over parkeerbelasting.  ‘Ja en nee’, zeg ik dan. Een diplomaat kan onder omstandigheden wel degelijk in Nederland belasting verschuldigd zijn. En soms noemen we iets ‘belasting’  terwijl juridisch van ‘belasting’ geen sprake is. Artikel 34 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (Verdrag van Wenen) geeft aan welke vrijstellingen verleend worden. In voorkomende situaties is het belangrijk steeds terug te gaan naar het Verdrag van Wenen (basis) en vestigingsverdragen (headquarter agreements), lokale Nederlandse regelingen na te slaan en jurisprudentie te raadplegen. Aannemen dat sprake is van vrijstelling omdat iemand diplomaat of internationaal ambtenaar is,  zonder onderzoek te doen, is wellicht ‘praktisch’ maar niet altijd juist. Oplettendheid en zorgvuldigheid blijft geboden.

Het Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht (dit is een ander verdrag dan het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer!) schrijft voor dat een in werking getreden verdrag partijen bindt, partijen een verdrag ter goeder trouw moeten uitleggen conform de gewone betekenis van verdragstermen in hun context én in het kader van het voorwerp en doel van het verdrag. Partijen mogen zich niet op nationaal recht beroepen om het niet ten uitvoer leggen van verdragen te rechtvaardigen.

Wat was er aan de hand?

Een Bulgaars nationaal lid bij EUROJUST (X) parkeerde zijn auto met CD-kenteken zonder te betalen en kreeg een naheffing parkeerbelasting van € 63,15: € 2,15 parkeerbelasting en € 61 kosten. X maakte bezwaar tegen deze naheffing omdat hij, zo vond hij, als diplomaat van parkeerbelasting is vrijgesteld. De Gemeente Den Haag verklaarde het bezwaarschrift ongegrond. Volgens de Gemeente staat tegenover de betaling van parkeerbelasting een concrete prestatie namelijk het geven van gelegenheid tot parkeren op gemeentegrond. Parkeerbelasting is dan een retributie: een gedwongen betaling aan de overheid in ruil voor een bepaalde dienst. En, zo zegt de Gemeente, is de naheffing parkeerbelasting een belasting voor door de Gemeente verleende diensten waarvoor de vrijstelling van artikel 34 letter e van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (Verdrag van Wenen) niet van toepassing is.

Zoals al gezegd laat X het er niet bij zitten en stapt naar de rechter. De Rechtbank stelt hem in het gelijk.  De Gemeente is een slecht verliezer, gaat in hoger beroep en krijgt in hoger beroep ook  van het Hof geen gelijk. De Gemeente gaat in cassatie. De Advocaat-Generaal (A-G) is het niet met de Gemeente eens, wel met de rechtbank en het Hof en geeft zijn mening uitgebreid in een zeer lezenswaardige en voor niet in deze materie ingewijden ook informatieve conclusie.

Verdrag Nederland-EUROJUST

Nederland en EUROJUST sloten in 2006 een verdrag. Artikel 11 van dit Verdrag behandelt de door Nederland verleende voorrechten en immuniteiten van niet-Nederlandse nationale afgevaardigden bij EUROJUST: deze hebben dezelfde voorrechten en immuniteiten als het hoofd van een diplomatieke missie op grond van het Verdrag van Wenen.

De rechtbank boog zich over de vraag of X terecht een naheffingsaanslag parkeerbelasting ontving. Volgens de Gemeente wel omdat daarmee sprake was van een vergoeding voor een bepaalde dienst (retributie). De rechtbank (artikel 225 lid 1 Gemeentewet!) concludeert dat parkeerbelasting kan worden geheven in het kader van parkeerregulering. Bij parkeerregulering gaat het (wetsgeschiedenis!) om het aansporen van gebruikers van parkeerplaatsen alleen een parkeerplaats te bezetten als dat strikt nodig is én om gebruikers van parkeerplaatsen te stimuleren zich te houden aan de tijdsduur waarvoor bepaalde parkeerplaatsen bedoeld zijn. Heffing is daarmee een middel om parkeergedrag te reguleren – parkeerbelasting wordt niet geheven voor het verkrijgen van een recht op een parkeerplaats. Van heffing ten behoeve van een bepaalde dienst is daarmee geen sprake.

Regeling diplomatieke en internationale vrijstellingen gemeentelijke belastingen

De Regeling diplomatieke en internationale vrijstellingen gemeentelijke belastingen 1997 is gebaseerd op artikel 243 Gemeentewet. Dit artikel somt op voor welke gemeentelijke belastingen vrijstelling wordt verleend. Parkeerbelasting is in deze opsomming niet opgenomen. Dit doet ertoe aldus de Gemeente. Dit doet er niet toe, zegt de A-G: X  is een ‘national member’ van EUROJUST in de zin van het verdrag Nederland-EUROJUST. Op basis van artikel 11 van dit Verdrag heeft X recht op de privileges en immuniteiten die overeenkomstig het Verdrag van Wenen worden verleend aan hoofden van diplomatieke zendingen die in Nederland (lees: bij het Koninkrijk der Nederlanden) zijn geaccrediteerd: de naheffingsaanslag parkeerbelasting is X ten onrechte opgelegd.

Het Gerechtshof en de A-G kijken ook naar de wetsgeschiedenis: uit Kamerstukken volgt dat parkeerrechten een dualistisch karakter hebben, namelijk (1) het zijn van retributie voor individuele prestaties van een gemeente aan parkeerders en (2) het zijn van een heffing als instrument voor parkeerregulering. In het verleden zijn parkeerboetes gefiscaliseerd. Deze fiscalisering bracht met zich mee dat de opbrengst van parkeerboetes niet langer ten goede kwam aan de rijksoverheid maar in de gemeentelijke kas vloeide. De Hoge Raad gaf in een dergelijk verband al eerder aan dat gebruiksretributies zich moeten richten naar het gebruik van de desbetreffende gemeentelijke bezittingen, werken of inrichtingen en het kwam tot de introductie van twee parkeerbelastingen, te weten de:

  • betaald parkeren belasting, een belasting ter zake van het parkeren op een krachtens de belastingverordening te bepalen plaats, tijd en wijze; en
  • parkeervergunningbelasting, een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende parkeervergunning voor een in de vergunning aangegeven plaats.

Parkeerbelastingen zijn ‘belastingen’  en geen retributies en ook het gegeven dat parkeerbelastingen mede dienen voor de financiering van overheidsuitgaven (profijtheffingen) brengt het Gerechtshof niet tot een ander oordeel dan X in het gelijk stellen.

De Hoge Raad heeft het laatste woord. De uit het volkenrechtelijk gewoonterecht voortvloeiende interpretatieregels houden in dat verdragen moeten worden uitgelegd  (1) overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van het verdrag in hun context en (2) in het licht van het voorwerp en doel van het verdrag. Artikel 34 letter e Verdrag van Wenen moet dusdanig uitgelegd dat heffingen die uitsluitend dienen als een bijdrage van de gebruiker in de kosten van verleende diensten, zijn uitgesloten van de vrijstelling. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat parkeerbelasting niet uitsluitend wordt geheven als retributie (vergoeding) voor individuele prestaties van gemeentes aan parkeerders maar ook als instrument in het kader van parkeerregulering. Kortom: diplomatieke ambtenaren zijn vrijgesteld van parkeerbelasting.

Uit: Over de Grens nummer 10 van december 2020

Auteur: Anja van Velzen, verbonden aan All About Tax te Den Haag