Over de Grens
   

Internationale sociale zekerheidsregels met betrekking tot artiesten en sportbeoefenaars

Daar waar Anja van Velzen in het voorgaande artikel een beschouwing heeft gegeven over, onder andere, de internationale belastingregels met betrekking tot inkomsten van artiesten en sportbeoefenaars in internationaal verband, al dan niet in relatie tot Japan, staan wij in deze korte ‘toegift’ op dat artikel nog even stil bij de (internationale) sociale zekerheidsregels die al dan niet van toepassing kunnen zijn wanneer er artiesten en/of sportbeoefenaars hun artistieke of sportieve prestaties vertonen op de Olympische Spelen in Tokio. Daarbij is het ook voor de duiding van de sociale zekerheidsgevolgen van belang of zij al dan niet als werknemers moeten worden beschouwd.

Arbeidsvorm

Sporters hebben in sommige gevallen een arbeidsovereenkomst met hun sportbond, sportvereniging, een gelieerde stichting of een sponsorploeg. De arbeid bestaat dan uit het trainen voor en spelen van wedstrijden. In ruil hiervoor ontvangt de sporter loon van de sportwerkgever.

Zelfstandige sporters komen ook wel eens voor, met name bij individuele sporten. Zij verdienen niet hun geld met een dienstbetrekking, maar als zzp’er en gaan een overeenkomst van opdracht aan. Vaak zijn dit professionele golfers of tennissers.

Naast een dienstbetrekking of een eenmanszaak is er nog een derde optie voor sporters. De sporter kan zelf ook een BV oprichten, en uit hoofde van een dienstbetrekking met die BV zijn activiteiten verrichten.

Wat betreft de volksverzekeringen geldt dat in Nederland wonende artiesten en sportbeoefenaars, net als alle andere inwoners van Nederland, verplicht verzekerd zijn voor de volksverzekeringen, alleen al vanwege het feit dat zij hier ingezetene zijn en ongeacht de vorm waarin zij hun beroep uitoefenen (vergelijk bijvoorbeeld artikel 6 van de Algemene Ouderdomswet).

Wat betreft de werknemersverzekeringen geldt dat zij alleen verzekerd zijn, wanneer zij in privaatrechtelijke of in publiekrechtelijke dienstbetrekking staan (vergelijk bijvoorbeeld artikel 3 van de Ziektewet). De sporter als zzp’er of als eigenaar van de BV is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.2

Wanneer artiesten/sportbeoefenaars tijdelijk hun werkzaamheden in het buitenland verrichten, kunnen er een aantal situaties van toepassing zijn. Het is niet de verwachting dat de Nederlandse woonplaats van deze personen meteen ophoudt te bestaan, dus op grond daarvan zal hun verzekeringsplicht niet veranderen.

Ook het Besluit uitbreiding en kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (BUBKVV) en het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 (BUBKVW) geven geen aanleiding tot het beperken van de Nederlandse verzekeringsplicht, tenzij je:

langer dan drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verricht en je die arbeid niet uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland gevestigde werkgever verricht. In dat geval ben je niet meer verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen.

als inwoner van Nederland in het buitenland werkzaam bent en daar verzekerd bent voor langdurige arbeidsongeschiktheid op grond van de aldaar geldende wetten. In dat geval ben je niet meer verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen.

Het is onwaarschijnlijk dat deze situaties zich voordoen bij een evenement als de Olympische Spelen. Deze duren in ieder geval niet langer dan drie maanden en het is niet te verwachten dat de artiesten/sportbeoefenaars in Japan verzekerd zullen zijn voor langdurige arbeidsongeschiktheid op grond van de aldaar geldende wetten.

Sociaal zekerheidsverdrag met Japan

Tussen Japan en Nederland bestaat er bovendien een sociaal zekerheidsverdrag. Dit verdrag ziet op, voor wat Nederland betreft, de volgende verzekeringen:

  1. Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;
  2. Ouderdomspensioenen;
  3. Nabestaandenuitkeringen;
  4. Kinderbijslagen;
  5. Uitkeringen bij ziekte en moederschap;
  6. Verstrekkingen in natura bij ziekte; en
  7. Werkloosheidsuitkeringen.
  8. Voor sportbeoefenaars en artiesten is niets specifieks geregeld. Voor hen zullen daarom de ‘gewone’ regels van het Verdrag moeten worden toegepast.

De sporter in loondienst

Stel, een topjudoka gaat in 2021 naar de Olympische Spelen in Japan. Zij is in loondienst bij de Judo Bond Nederland en krijgt dus salaris voor haar trainingen en wedstrijden. Zij is verzekerd voor de volksverzekeringen omdat zij ingezetene is van Nederland en zij is bovendien verzekerd voor de werknemersverzekeringen omdat ze in dienstbetrekking bij een Nederlandse werkgever is.

Op grond van art. 6 van het sociaal zekerheidsverdrag Nederland-Japan is de sociale zekerheidswetgeving van Japan – het land waar zij haar dienstbetrekking uitoefent – van toepassing. Echter, op grond van art. 7, eerste lid, van dat verdrag zal toch de sociale zekerheidswetgeving van Nederland van toepassing blijven, omdat de Judo Bond Nederland haar voor minder dan 5 jaar uitzendt.

De judoka blijft dan in Nederland sociaal verzekerd voor toepassing van zowel de volksverzekeringen als de werknemersverzekeringen, ook al voert zij haar werk tijdelijk in Japan uit.

De sporter als zzp’er

Als dezelfde topjudoka nu niet in loondienst is, maar als zzp’er een overeenkomst van opdracht heeft gesloten met de Judo Bond Nederland, dan is zij niet verzekerd voor toepassing van de Nederlandse werknemersverzekeringen (ervan uitgaande dat artikel 4a van het Rariteitenbesluit niet van toepassing is). Wel is ze verzekerd voor de volksverzekeringen, omdat zij ingezetene van Nederland is.

Ook in deze situatie geldt dat – op grond van art. 6 van het sociaal zekerheidsverdrag Nederland-Japan – de sociale zekerheidswetgeving van Japan in beginsel van toepassing is. Echter, op grond van art. 7, vierde lid, van dat verdrag zal toch ook hier exclusief de sociale zekerheidswetgeving van Nederland van toepassing blijven, omdat het tijdvak van de werkzaamheden als zelfstandige op het grondgebied van Japan naar verwachting minder dan vijf jaar zal belopen.

Voor de judoka die in dienst is van haar eigen BV geldt wederom een vergelijkbare uitkomst: alleen de sociale zekerheidswetgeving van Nederland zal van toepassing zijn.

Conclusie

De Nederlandse volksverzekeringen zijn in beginsel van toepassing voor iedereen die in Nederland woont, de Nederlandse werknemersverzekeringen voor iedereen die in Nederland werkzaamheden in dienstbetrekking verricht.

Voor sportbeoefenaars en musici die hun werkzaamheden tijdelijk in het buitenland uitoefenen, zijn er vrijwel geen gevolgen, voornamelijk omdat het niet de verwachting is dat zij hun woonplaats naar het buitenland verleggen en de duur van de werkzaamheden in het buitenland ook veelal niet langdurig zal zijn. Zij blijven dus verzekerd voor de volksverzekeringen en, waren zij op basis van nationale wetgeving al verzekerd voor de werknemersverzekeringen, dan zullen zij dat veelal ook blijven.

Sporters die naar de Olympische Spelen gaan, hoeven zich dus geen hoofdbrekens te maken over hun sociale zekerheidspositie. Er bestaat namelijk ook nog eens een verdrag inzake sociale zekerheid tussen Japan en Nederland, waarin is geregeld wie waar en wanneer sociaal verzekerd is. Dit verdrag zal de verzekeringsplicht aan Nederland toewijzen.

Auteurs: Noortje Figee, assistent-belastingadviseur bij HBK_fiscalisten_accountants_expat consultants & Saskia Hemmes-van der Kruk, Global Mobility Tax and Social Security Advisor bij HBK_fiscalisten_accountants_expat consultants en hoofdredacteur van Over de Grens

Uit: Over de Grens, nummer 6, juli 2021