Over de Grens
   

Heffingskortingen in internationaal verband, een heet hangijzer!

Het is een feit dat in de afgelopen jaren veel wijzigingen zijn doorgevoerd met betrekking tot de heffingskortingen. De veranderingen hebben vooral te maken met het doorvoeren van de gewenste inkomenseffecten.

Voor de buitenlandse belastingplichtige komen daarnaast ook nog de wijzigingen inzake de kwalificerende buitenlandse belastingplicht en de tijdsevenredige toepassing van de heffingskortingen om de hoek kijken. En of dat nog niet genoeg is, wil de wetgever vanaf 2019 in de loonbelasting alleen nog het belastingdeel van de heffingskortingen toepassen waarop niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen uit het betreffende land in de inkomstenbelasting recht hebben. Dit betekent dat de kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen hun aanspraak op het belastingdeel van de niet-arbeidsgerelateerde heffingskortingen in de inkomstenbelasting geldend moeten maken.

In deze bijdrage wordt ingegaan op de werking van het Nederlandse systeem van heffingskortingen in internationaal verband. Er wordt stilgestaan bij de vraag wanneer een buitenlandse belastingplichtige in aanmerking komt voor een heffingskorting. Vervolgens zullen een aantal knelpunten in de heffingskorting worden besproken.

The basics

Als de belastingplichtige aan de voorwaarden van de specifieke heffingskorting voldoet, verminderd deze heffingskorting het bedrag van de verschuldigde inkomstenbelasting en de premies volksverzekeringen van de belastingplichtige. In Nederland kennen we de volgende heffingskortingen:

  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting;
  • de werkbonus;1
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
  • de jonggehandicaptenkorting;
  • de ouderenkorting;
  • de alleenstaande ouderenkorting;
  • de korting voor groene beleggingen.

Deze heffingskortingen bestaan uit een belastingdeel en een premiedeel. Deze delen van de heffingskorting worden elk afzonderlijk vastgesteld2. Alleen de belastingplichtigen die gedurende het gehele kalenderjaar of een gedeelte daarvan als binnenlandse belastingplichtige of kwalificerende buitenlandse belastingplichtige worden aangemerkt, komen in beginsel in aanmerking voor het inkomstenbelastingdeel van de heffingskorting.3 Daarnaast zijn er specifieke groepen aan te wijzen die niet voldoen aan de voorwaarden voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht, maar desalniettemin in aanmerking komen voor het inkomstenbelastingdeel van arbeidsgerelateerde heffingskortingen.

Voor het premiedeel is van belang of de binnenlandse- of buitenlandse belastingplichtige in Nederland verplicht verzekerd is voor de (desbetreffende) volksverzekeringen.4 Of de belastingplichtige kwalificeert als al dan niet fiscaal kwalificeert als binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige is irrelevant of de belastingplichtige in aanmerking komt voor de premiedelen van de heffingskorting.

De kwalificerende buitenlandse belastingplichtige

Zoals hiervoor uiteengezet, heeft de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige recht op het inkomstenbelastingdeel van de heffingskorting. Van een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is sprake als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan5:

  • de belastingplichtige woont in een EU-land, in Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland, op Bonaire, Sint Eustatius of Saba; en
  • de belastingplichtige betaalt over minimaal 90% van zijn wereldinkomen in Nederland belasting; en
  • de belastingplichtige kan een inkomensverklaring overleggen van de Belastingdienst van zijn woonland.

Uiteraard geldt dan nog wel dat per heffingskorting afzonderlijk dient te worden beoordeeld of aan de voorwaarden van de betreffende heffingskorting wordt voldaan.

Bij het bovenstaande moet worden opgemerkt dat de regels voor de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige naar alle waarschijnlijkheid in de nabije toekomst zullen wijzigen. De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat Nederland in ieder geval naar rato van het in Nederland verworven inkomen rekening dient te houden met de persoonlijke tegemoetkomingen, als in de woonstaat van de belastingplichtige hiermee geen rekening wordt gehouden.6 Het voormelde betekent dat anders dan in de Nederlandse wet is verankerd, niet ten minste 90% van het wereldinkomen in Nederland hoeft te worden belast. Zelfs als maar een klein deel van het wereldinkomen in Nederland wordt verdiend, kan bijvoorbeeld al (een pro-rata deel van) de hypotheekrenteaftrek in Nederland in aftrek worden gebracht. Het gehanteerde inkomenscriterium, zoals vastgelegd in de regels met betrekking tot de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige, zal op basis van het arrest van de Hoge Raad, naar alle waarschijnlijkheid dienen te worden herzien. Het is op het moment van dit schrijven nog niet bekend hoe aan de exacte uitwerking vorm zal worden gegeven. Wel staat vast dat de wetgever reeds bij het invoeren van het begrip kwalificerende buitenlandse belastingplichtige hierop enigszins heeft geanticipeerd. In de wet is namelijk een delegatiebepaling opgenomen op basis waarvan belastingplichtigen die in een EU-land, in Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland, op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wonen, maar van wie het inkomen niet voor meer dan 90% in Nederland aan de loonbelasting of inkomstenbelasting is onderworpen, onder bepaalde voorwaarden toch als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige zou kunnen worden aangewezen. Tot op heden is nog geen gebruik gemaakt van deze bevoegdheid.

Niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtige en de heffingskortingen die zien op het verrichten van arbeid.

Voor personen die in een EU/EER-land wonen en in Nederland tegenwoordige arbeid verrichten, geldt overigens dat zij altijd recht hebben op toepassing van de arbeidskorting, doorwerkbonus, inkomensafhankelijke combinatiekorting, zonder dat zij kwalificeren als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige.7 Alhoewel het zich wellicht niet zo snel voor zal doen, heeft de wetgever uit praktische overwegingen deze kortingen ook toegekend aan inwoners van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba die in Nederland tegenwoordige arbeid verrichten.

Verder geldt dat inwoners van België, Suriname, Nederlandse Antillen en Aruba daarnaast nog in aanmerking komen voor de algemene heffingskorting. Het voormelde volgt uit en staat als zodanig gedefinieerd in de specifieke non-discriminatiebepalingen die in de belastingverdragen tussen Nederland en die landen zijn opgenomen.

Een heet hangijzer

Bovenstaande uiteenzetting lijkt voor zich te spreken, maar waarom is dan toch sprake van een heet hangijzer? Gelet op het voorgaande is het duidelijk wanneer de buitenlandse belastingplichtige aanspraak kan maken op de heffingskorting, maar dan zijn we er nog niet. Er zullen stappen moeten worden gezet om te bepalen of de belastingplichtige voldoet aan de voorwaarden van de specifieke heffingskorting en op welk bedrag de belastingplichtige recht heeft. Door het grote aantal kortingen en de uiteenlopende voorwaarden die daaraan verbonden zijn en de verschillende begrippen (afbouw, fiscaal partnerschap, kwalificerend belastingplichtige, premiedeel en inkomstenbelastingdeel) dreigen belastingplichtigen door de bomen het bos niet meer te zien. De volgende twee voorbeelden (over het partnerbegrip en daarna het arbeidsinkomen) illustreren dat.

PartnerbegripIn de praktijk valt op dat ook de Belastingdienst bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen niet altijd rekening houdt met de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Dit gaat vaak mis op de toepassing van het begrip partner in de Wet IB 2001. De voorwaarden welke worden gesteld aan de inkomensafhankelijke combinatiekorting zijn de volgende:8

  • De belastingplichtige moet een arbeidsinkomen hebben van tenminste (voor 2018) € 4.934; en
  • De belastingplichtige moet een kind hebben dat bij de aanvang van het kalenderjaar jonger is dan twaalf jaar en dit kind moet minstens 6 maanden op hetzelfde woonadres staan ingeschreven volgens de Basisregistratie personen als belastingplichtige;
  • Indien de belastingplichtige een fiscale partner heeft, dan moet het arbeidsinkomen van de belastingplichtige lager zijn dan het arbeidsinkomen van de partner.

Uit de wet blijkt dat de buitenlandse belastingplichtige toch in aanmerking komt voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting, ongeacht of de belastingplichtige daadwerkelijk een partner heeft in de woonstaat. Op grond van de wettelijke regelingen kan een niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtige namelijk geen fiscaal partner hebben, hetgeen volgt uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen: niet als partner wordt aangemerkt een persoon die geen inwoner is van Nederland en geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige9. Dit betekent in theorie dat beide partners in aanmerking kunnen komen voor de heffingskorting, zolang zij maar niet als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige kwalificeren.

Arbeidsinkomen

In de praktijk blijkt dat er een discrepantie is in het arbeidsinkomen voor de heffingskorting voor de niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtige enerzijds en de binnenlandse belastingplichtige / kwalificerende belastingplichtige anderzijds. Bij arbeidsgerelateerde heffingskortingen (zoals o.a. de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting) is in de wet geen verschil aangebracht in het begrip ‘arbeidsinkomen’ voor een binnenlandse en buitenlandse belastingplichtige. In de wet wordt het arbeidsinkomen als volgt omschreven: het gezamenlijke bedrag van hetgeen door de belastingplichtige met tegenwoordige arbeid is genoten als winst uit een of meer ondernemingen, loon en resultaat uit een of meer werkzaamheden.10 De buitenlandse belastingplichtige vermeldt in zijn aangifte inkomstenbelasting alleen het Nederlands arbeidsinkomen, maar als we naar de letterlijke tekst van de wet kijken dan zou dit het gehele wereldarbeidsinkomen moeten zijn. Het niet meenemen van het inkomen in het buitenland leidt daarmee mogelijk tot een voordeel voor deze groep, gezien het feit dat de arbeidsgerelateerde heffingskorting bij een bepaald arbeidsinkomen worden afgebouwd of niet worden toegekend. Het voormelde geldt overigens alleen voor het inkomensbelastingdeel. Bij een verzekeringsplicht in Nederland gaat men wel weer uit van het wereldarbeidsinkomen.

Wijzigingen in de loonbelasting vanaf 2019

In het Belastingplan 2018 wordt voorgesteld om met ingang van 2019 in de loonbelasting voor alle buitenlandse belastingplichtigen alleen nog maar het belastingdeel van de heffingskortingen toe te laten passen waarop de niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen uit het betreffende land in de inkomstenbelasting recht hebben11. Dit wordt dus gelijk getrokken voor alle buitenlandse belastingplichtigen, omdat het voor een werkgever lastig is om te controleren of een werknemer al dan niet als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is aan te merken.

Dit betekent dat de groep van wel kwalificerende buitenlandse belastingplichtige het belastingdeel van de algemene heffingskorting, de jonggehandicaptenkorting, de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting vanaf 2019 alleen nog geldend kan maken door een aangifte inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen in te dienen. Uit de praktijk blijkt dat de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige reeds aangifte deed om eventuele persoonlijke aftrekposten te effectueren. Daarnaast bestaat er altijd de mogelijkheid om te om een voorlopige teruggave gedurende het jaar te ontvangen als uit eerder jaar blijkt dat de situatie van de kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen niet is gewijzigd.

TIP! Controleer aangifte en aanslagen op correctheid van heffingskorting en voorkom daarmee dat u geld laat liggen. De belastingplichtige is geneigd om de door de Belastingdienst berekende heffingskortingen blindelings te volgen of voor correct aan te nemen. Dit is echter niet altijd het geval. Controleer daarom de aangifte en aanslagen goed op correctheid van het bedrag aan heffingskortingen.

Noten:

  1. De werkbonus is in 2015 komen te vervallen. Mensen die op 1 januari 2016 62 jaar of ouder zijn kunnen in aanmerkingen blijven komen voor deze heffingskorting. Elk jaar schuift de grens een jaar op. Nieuwe gevallen komen er niet meer bij. In 2018 zal de werkbonus in z’n geheel zijn afgeschaft.
  2. Deze afleiding geschiedt in verhouding van de belasting- en premietarieven in de eerste tariefschijf. Dit wordt geregeld in art. 8.3, 8.4, 8.5 en 8.6 Wet inkomstenbelasting 2001.
  3. In deze bijdrage wordt de toepassing van de keuzeregeling van artikel 2.5 Wet IB 2001 vóór 1 januari 2015 buiten beschouwing gelaten.
  4. De heffingskorting voor de volksverzekeringen is opgebouwd uit het AOW-deel, Anw-deel en Wlz-deel.
  5. Artikel 7.8 Wet inkomstenbelasting 2001
  6. HR 12 mei 2017, nr. 13/03468bis
  7. Hof Den Bosch 21 december 2006, nr. 04/02152 en mededeling van 6 maart 2007, nr. 43.845, NTFR 2007/909
  8. Artikel 8.14a Wet Inkomstenbelasting 2001
  9. Artikel 5a van de en Artikel 1.2 Wet Inkomstenbelasting 2001
  10. Artikel 8.1, lid 1 sub e Wet Inkomstenbelasting 2001
  11. Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2018); kamerstuk 34786 nr. 2.

Uit: Over de Grens nr. 1 van 19 januari 2018
Auteur: Abdel Aquaoq, Tax Consultant bij BDO Accountants & Belastingadviseurs (Abdel.Abqaouq@bdo.nl)