Over de Grens
   

Fiscale behandeling van Duitse (oorlog gerelateerde) uitkeringen in Nederland

Iemand die in Nederland woont is binnenlands belastingplichtig en zijn (of haar) wereldinkomen wordt in Nederland in de heffing betrokken. Een inkomensbestanddeel dat op grond van verschillende artikelen als belastbaar inkomen kan worden aangemerkt, kwalificeert uitsluitend als belastbaar inkomen op grond van het als eerste in de Wet inkomstenbelasting 2001 opgenomen hoofdstuk. En, afgezien van vrijgestelde salarissen van internationale ambtenaren, diplomaten en uitkeringen op grond van zetelovereenkomsten, zijn in Nederland ook andere buitenlandse uitkeringen vrijgesteld. Geeft de wet in artikel 3.100 Wet IB 2001 aan welke soorten periodieke uitkeringen tot het belastbaar inkomen behoren, dezelfde wet geeft aansluitend in artikel 3.104 Wet IB 2001 een opsomming van vrijgestelde periodieke uitkeringen. Onderstaand wordt (niet uitputtend) ingegaan op oorlog gerelateerde uitkeringen die inwoners van Nederland kunnen ontvangen. Terug in de tijd vergeten we corona en gaan we, alle quarantainemaatregelen in acht nemende, naar Duitsland.

Uitkeringen op grond van soortgelijke buitenlandse regelingen

Uitkeringen op grond van buitenlandse regelingen hoeven – om te zijn vrijgesteld – niet expliciet door de Minister te zijn aangewezen (artikel 3.104 letter q Wet IB 2001). Uit het besluit van 24 maart 2014 volgen een aantal Nederlandse standpunten met betrekking tot de kwalificatie van Belgische, Luxemburgse en ook Duitse regelingen. Het Duitse ‘Erziehungsgeld’ kwalificeert niet als een vrijgestelde buitenlandse uitkering.

Uitkeringen uit het artikel 2-Fonds

Artikel 3.104 letter r Wet IB 2001 is met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016 in de wet opgenomen. Deze bepaling ziet op een vrijstelling voor Duitse publiekrechtelijke periodieke uitkeringen aan Joodse vervolgingsslachtoffers: [tekst bepaling]
‘uitkeringen op grond van de overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Conference on Jewish Material Claims Against Germany, gebaseerd op artikel 2 van de Vereinbarung vom 18. September 1990 über die Herstellung der Einheit Deutschlands zwischen der Bundesrepublik Deutschland und der Deutschen Demokratischen Republik zur Durchführung und Auslegung des am 31. August 1990 in Berlin unterzeichneten Einigungvertrages’.

De uitkeringen op grond van de overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Conference on Jewish Material Claims Against Germany, zoals in deze bepaling benoemd, zijn vrijgesteld. Kort gezegd is dit artikel 2-Fonds bedoeld voor Joodse vervolgingsslachtoffers die:

  • opgesloten waren in een concentratiekamp; of
  • tenminste drie maanden gevangen waren in een getto, zoals door de Duitse regering gedefinieerd; of
  • tenminste zes maanden ondergedoken waren in een door de nazi’s bezet gebied; of
  • ten minste twaalf maanden ondergedoken waren in een satellietstaat van de nazi’s.

De term satellietstaat wordt hier gebruikt om een land te omschrijven dat formeel onafhankelijk was, maar in feite gedomineerd werd door een ander land.

De periodieke uitkeringen uit het Artikel 2-Fonds zijn bedoeld als tegemoetkoming aan minder draagkrachtige vervolgingsslachtoffers. De uitkering is niet van invloed op de uitkering krachtens de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De uitkeringen werden in 1990, na de hereniging van Oost- en West-Duitsland, in gang gezet en zijn onderdeel van een wereldwijde compensatieregeling voor Joodse vervolgingsslachtoffers. Tot dat moment had de DDR elke financiële verantwoordelijkheid voor schade en leed tijdens de Tweede Wereldoorlog afgewezen. Bij de hereniging is het Artikel 2-Fonds opgericht, genoemd naar artikel 2 van het herenigingsverdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de voormalige DDR. De voorwaarden voor toekenning werden pas later geleidelijk aangepast, waardoor pas vanaf 2008 een grotere groep vervolgingsslachtoffers voor het eerst in aanmerking kwam voor de uitkering.

Tot aan de invoering van artikel 3.104 letter r Wet IB 2001, waren de uitkeringen voor inwoners van Nederland belast. Het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting zoals afgesloten tussen Nederland en Duitsland, wijst de heffing over deze uitkeringen aan Duitsland toe. Duitsland heeft de uitkeringen vrijgesteld. Tot en met 2015 verleende Nederland aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor deze uitkeringen en werden deze uitkeringen door het progressievoorbehoud getroffen. Ook was over de uitkering in Nederland premie volksverzekeringen verschuldigd en telden de uitkeringen mee bij de draagkrachtbepaling voor inkomensafhankelijke aftrekposten en toeslagen. Deze situatie werd (politiek) als onwenselijk aangemerkt en zijn – na een politieke discussie en onderzoek – door opname van de vrijstelling per 1 januari 2016 de nadelige fiscale gevolgen weggenomen. De uitkering telt per die datum bijvoorbeeld niet meer mee bij de bepaling van de draagkracht voor toeslagen.

Getto-uitkeringen

Een soortgelijke discussie speelde in verband met de ontvangst (door inwoners van Nederland) van een Duitse publiekrechtelijke uitkering met het karakter van een ouderdomspensioen in verband met arbeid verricht in een getto onder het naziregime (ZRBG-uitkering). Anders dan voor de artikel 2-Fonds-uitkering, zag de staatssecretaris geen reden deze uitkering vrij te stellen. Hof Amsterdam sprak zich vervolgens uit over de situatie waarin een slachtoffer van Jodenvervolging in 2015 nabetalingen ontving voor compensatie van gemist pensioen in verband met tijdens de Tweede Wereldoorlog verrichte arbeid. De uitkering is in Duitsland vrijgesteld en tweeledig van karakter: de uitkering is bedoeld als genoegdoening voor aangedaan leed in het kader van Wiedergutmachung en heeft tegelijkertijd deels het karakter van een ouderdomspensioen vanwege in een getto verrichte arbeid. Het Hof, van oordeel dat sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op het gelijkheidsbeginsel, komt tot rechtsherstel door te beslissen dat de nabetaling van de uitkeringen ten onrechte door de belastingdienst tot het inkomen in box 1 wordt gerekend.

Andere fondsen en uitkeringen

In de praktijk blijkt van talloze andere uitkeringen zoals bijvoorbeeld de uitkering uit het Child Survivors Fund: een eenmalige uitkering voor mensen, geboren na 1 januari 1928, welke hebben geleden onder de Holocaust:

This fund is open to Jewish Nazi victims who were persecuted as Jews and were born January 1, 1928 or later and who suffered one of the following types of persecution:
(I) Were in a concentration camp; or
(II) Were in a ghetto (or similar place of incarceration in accordance with the German Slave Labor Program); or
(III) Were in hiding or living under false identity/illegality for a period of at least 6 months in Nazi-occupied or Axis countries; (as defined by the Article 2/CEE Fund agreement); or
(IV) Were a fetus during time that their mother suffered persecution as described above.

Met betrekking tot de eenmalige uitkering van € 2.500 die voorzag in een tegemoetkoming van geleden leed in iemands kindertijd en die alleen door het (overlevende) slachtoffer zelf kon worden aangevraagd, is sprake van vergoeding van immateriële schade en is geen sprake van een periodieke uitkering. Daarmee ontbreekt een bron van inkomen en is de uitkering onbelast.

Uitkeringen aan niet-slachtoffers

Ook voormalige SS-soldaten in Nederland ontvangen pensioen. In 2019 was er ook in de media, niet voor het eerst, aandacht voor de Kriegsbeschädigtenrenten. Op 3 september 2019 is in het ordedebat in de Tweede Kamer gevraagd om opheldering over belastingheffing met betrekking tot uitkeringen die in Nederland wonende voormalige SS-soldaten ontvangen. Op 13 september 2019 zijn gestelde vragen, kort samengevat, als volgt beantwoord:

  • Er is inderdaad een (grotere) groep personen die in Nederland een Duits wettelijk pensioen ontvangt en afhankelijk van onder andere de hoogte van dit pensioen is het heffingsrecht aan Duitsland of Nederland toegewezen.
  • In Nederland moeten deze pensioenen in de aangifte inkomstenbelasting aangegeven worden, óók als Nederland het heffingsrecht niet heeft (progressievoorbehoud!).
  • De Duitse pensioenen kunnen zijn opgebouwd op basis van vrijwillige of beroepsmatige activiteiten binnen de Wehrmacht of Waffen-SS. De gegevens over deze pensioenen worden automatisch uitgewisseld.
  • Een kleinere groep personen ontvangt een uitkering in verband met oorlogsverwondingen opgelopen in dienst van de Waffen-SS wanneer zij ten tijde van het oplopen van de verwondingen onder bevel van de Wehrmacht stonden (Kriegsbeschädigtenrenten).
  • Het heffingsrecht over deze uitkeringen is aan Duitsland toegewezen en de uitkeringen zijn in Nederland niet aan belastingheffing onderworpen. Net als pensioen, moeten de Kriegsbeschädigtenrenten in de Nederlandse aangifte aangegeven worden (progressievoorbehoud!). Anders dan voor pensioenen, worden de gegevens van de Kriegsbeschädigtenrenten niet automatisch uitgewisseld.

Het bleef niet bij deze brief, want aansluitend volgden nieuwe vragen. Deze nieuwe vragen resulteerden in de brief van de staatssecretaris aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 17 december 2019 (‘Inbreng schriftelijk overleg inzake uitkeringen aan voormalig SS-soldaten”). De staatssecretaris gaf aan dat de Duitse regering al jarenlang aan voormalige SS-soldaten in Nederland een vergoeding betaalt. Over deze vergoeding wordt in Duitsland en Nederland geen belasting betaald. De Kriegsbeschädigtenrenten wordt door de Duitse overheid uitbetaald aan personen die gezondheidsschade opliepen als gevolg van onder andere krijgsgevangenschap maar ook door het vrijwillig in dienst treden bij de Wehrmacht en de Waffen-SS. In Duitsland is een aantal oorlogs- en vervolgingsuitkeringen onder nationaal recht van belastingheffing vrijgesteld. Deze belastingvrijstelling is een Duitse interne aangelegenheid. En omdat de uitkeringen in Duitsland zijn vrijgesteld, blijft automatische uitwisseling van informatie achterwege.

Puntsgewijs en niet uitputtend volgt uit de brief dat Nederland en Duitsland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting hebben afgesloten. Artikel 17 lid 4 van dit Verdrag wijst heffing over bepaalde uitkeringen die voortvloeien uit politieke vervolging of oorlogshandelingen welke als een vergoeding voor letsel of schade betaald worden, toe aan het land dat de uitkering doet. Dit maakt dat Duitsland het heffingsrecht heeft over oorlog gerelateerde uitkeringen die Duitsland aan inwoners van Nederland doet. Verder wordt opgemerkt:

  1. De groep Nederlandse ontvangers van deze uitkering is divers. Het precieze aantal in Nederland wonende aantal ontvangers van deze uitkering is bekend. Bij 7 van hen die zelf bij de SS of Waffen-SS dienden, is door Duitsland een onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek kwam niet naar voren dat de uitkering moest worden stopgezet. De overige ontvangers betreffen weduwen of wezen die in Nederland wonen maar in de Tweede Wereldoorlog de Duitse nationaliteit hadden, toen gewond zijn geraakt als minderjarige, als burger of als Wehrmachtssoldaat.
  2. Gedurende de jaren 1998-2013 is in samenwerking met het Duitse Bundesarchiv en het Simon Wiesenthal Center onderzoek gedaan naar de weigeringsgrond dat iemand zich niet aan oorlogsmisdaden schuldig mag hebben gemaakt. De huidige in Nederland wonende ontvangers staan niet op de bij deze onderzoeken gebruikte lijsten.
  3. In voorkomende situaties kan Nederland aan Duitsland geen individueel verzoek om inlichtingen doen en moet een groepsverzoek worden gedaan. Volgens de staatssecretaris is een groepsverzoek een uitbreiding van de mogelijkheid informatie uit te wisselen – omdat bij een groep mensen in gelijke omstandigheden, die niet individueel traceerbaar zijn, volgens paragraaf 5.2 van het OESO Commentaar op artikel 26 OESO-Modelverdrag een aantal gedetailleerde beschrijvingen zijn opgenomen waaronder (i) een gedetailleerde beschrijving van de groep, (ii) specifieke feiten en omstandigheden die tot het verzoek hebben geleid, (iii) een uitleg van de toepasselijke wet, (iv) de reden waarom aangenomen kan worden dat de belastingplichtigen in de groep non-compliant zijn (feitelijke basis) en (v) de indicatie dat de gevraagde informatie bijdraagt aan het bereiken van compliance bij belastingplichtige. Want, zo vervolgt de staatssecretaris, deze eisen worden in het algemeen niet als belemmerend ervaren en verhinderen dat de betreffende informatie-uitwisseling een (niet toegestane) ‘fishing expedition’ wordt.
  4. Het belastingverdrag Nederland-Duitsland kent een inlichtingenbepaling welke is gebaseerd op het OESO-Modelverdrag.
  5. De staatssecretaris is niet van plan namen te overleggen van mensen die de afgelopen 75 jaar deze uitkering ontvingen.
  6. De Nederlandse overheid heeft inzake de situatie overleg met de Duitse autoriteiten. De op 1 oktober 2019 naar Duitsland gestuurde brief wordt vanwege het diplomatieke karakter en de op de brief betrekking hebbende geheimhouding, niet openbaar gemaakt en, om dezelfde redenen, wordt niet op de inhoud van deze brief ingegaan.
  7. De staatssecretaris somde de categorieën mensen op, bekend bij de Nederlandse overheid, welke oorlogsuitkeringen uit Duitsland ontvingen. Deze worden hierna besproken.

Slachtoffers van vervolging

Dit zijn in ieder geval mensen die een BEG-uitkering of een HNG-uitkering ontvingen. De hoogte van deze uitkeringen verschilt per uitkeringsgerechtigde. Duitsland heeft het heffingsrecht over deze uitkeringen en stelt ze vrij. Tot en met 2015 gold in Nederland een progressienadeel in de eindheffing, per 1 januari 2016 zijn deze uitkeringen vrijgesteld. Informatie met Duitsland wordt niet uitgewisseld.

Artikel 2-Fonds-uitkeringen

Deze uitkeringen zijn sinds 1 januari 2016 vrijgesteld van heffing van inkomstenbelasting. Duitsland heeft het heffingsrecht over deze uitkeringen en stelt deze uitkeringen vrij. Tot en met 2015 gold in Nederland een progressienadeel in de eindheffing, per 1 januari 2016 zijn de uitkeringen vrijgesteld. Informatie met Duitsland wordt niet uitgewisseld.

Nederlanders die als dwangarbeider te werk zijn gesteld

Duitsland betaalt geen schadevergoedingen die specifiek voor dwangarbeiders zijn bedoeld. Het is wel mogelijk dat iemand die dwangarbeid verrichte in Duitsland onder een andere categorie kwalificeert of een uit Duitsland wettelijk (invaliditeits-) pensioen ontvangt.

Voormalig inwoner van getto’s

Duitsland verstrekt deze uitkeringen aan personen die in de Tweede Wereldoorlog onder dwang in een getto verbleven, in het getto werkzaamheden hebben verricht en ouder zijn dan 65 jaar. Duitsland heeft het heffingsrecht over deze uitkeringen en stelt ze vrij. In Nederland geldt voor deze uitkeringen onder andere ter voorkoming van progressienadeel een eindheffing in de loonbelasting. Deze eindheffing is met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2014 van toepassing. De uitkering hoeft niet in de Nederlandse aangifte inkomstenbelasting opgenomen te worden.

Mensen die in concentratiekampen hebben gezeten

In geval van blijvende gezondheidsschade kunnen deze mensen aanspraak hebben op een uitkering uit de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Deze uitkeringen zijn niet uit Duitsland afkomstig.

Nederlanders die in het Duitse leger dienst genomen hebben

Dit betreft mensen die in de Wehrmacht hebben gediend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Nederlanders niet tot de Wehrmacht toegelaten. Personen die op dit moment in Nederland wonen en een Duits wettelijk pensioen ontvangen voor werkzaamheden die zij voor de Werhmacht hebben verricht, betalen hierover in Nederland of in Duitsland belasting. De bedragen worden geautomatiseerd uitgewisseld.

Nederlanders die een Kriegsbeschädigtenrenten ontvangen

Duitsland heeft het heffingsrecht over deze uitkeringen en stelt deze vrij. De bedragen worden niet geautomatiseerd met Nederland uitgewisseld.

Conclusie

Concluderend kan worden samengevat dat, afhankelijk van iemands hoedanigheid, inwoners van Nederland verschillende soorten oorlog gerelateerde uitkeringen kunnen ontvangen. Het gaat dan om uitkeringen die voortkomen uit de Tweede Wereldoorlog waarbij geldt dat Duitsland de in Duitsland vrijgestelde bedragen niet automatisch met Nederland uitwisselt.

Inmiddels schreef staatssecretaris Vijlbief aan de Tweede Kamer dat de Belastingdienst nog geen informatie ontving over bepaalde oorlog gerelateerde uitkeringen. Dit ondanks dat Duitsland heeft toegezegd informatie uit te wisselen. Op 18 juni 2020 hebben Nederland en Duitsland overleg gepleegd. Duitsland heeft Nederland verschillende keren aanvullende informatie gevraagd, welke vragen steeds door Nederland zijn beantwoord. Gedurende het vierde kwartaal van 2020 zijn er tussen staatssecretaris Vijlbrief en de Commissie Financiën van de Tweede Kamer brieven uitgewisseld. Hoewel verdragsrechtelijk de zaak redelijk eenvoudig lijkt, is in ieder geval aangaande de Kriegsbeschädigtenrenten het laatste woord nog niet gezegd.

Uit: Over de Grens nummer 1, januari 2021

Auteur: Anja van Velzen

Naschrift in nummer 2

Zo snel te kunnen terugkomen op ODG nummer 1 van 15 januari van dit jaar, is ook voor ons een verrassing. Op 26 januari 2021 berichtte staatssecretaris Vijlbrief van Financiën inmiddels te beschikken over een lijst met namen (met bijbehorende bedragen!) van ontvangers van Duitse oorlogsgerelateerde uitkeringenDe Belastingdienst gaat deze informatie beoordelen en controleren of de uitkeringen op de juiste manier in de Nederlandse aangiften (inkomstenbelasting) zijn aangegeven. De brief is na te lezen via Fidanummer 20210495 of via de Kamerbrief uitwisseling van informatie over Duitse oorlogsgerelateerde uitkeringen op Rijksoverheid.nl.