Huurrecht
   

‘Getreiter’ van de buurvrouw

Vraag

Ans heeft last van haar buurvrouw. Zij veroorzaakt overlast. Vooral door treiterend en dreigend gedrag. Er zijn kleine pesterijen, zoals vernielingen, beledigende opmerkingen, urineren tegen de haag. Het is non-verbaal pesten, aldus Ans.

“De buurvrouw is altijd aanwezig als ik naar buiten ga. Ik voel mij achtervolgd. Ze is altijd aan het vegen of aan het ramen zemen. Of ze loopt vlak langs mij en dan bedoel ik echt rakelings. Ze spookt altijd rond mijn huis en ik voel mij bespied. Ik heb het gevoel dat ik een obsessie ben voor haar. Het gaat niet zo zeer om het poetsen, maar om de beklemmende sfeer, de dreiging. Het gaat om het constant aanwezig zijn, het rakelings langs mij lopen en het weggooien van het sop langs mij. En de kinderen die spugen.”

Ans heeft allerlei getuigen die dit kunnen bevestigen. De buurvrouw is door de strafrechter ook al eens veroordeeld voor vernieling. Ze vraagt de woningcorporatie om op te treden. Die zegt weinig te kunnen doen. Het gaat hier om een privé burengeschil. Dat is niet onze verantwoordelijkheid, aldus de verhuurder. Bovendien hebben we geen dwangmiddelen om de buurvrouw te laten stoppen. Moet de verhuurder optreden? En wat moet er dan gebeuren?

Antwoord

Deze zaak is gebaseerd op een uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHSHE:2015:117).

De rechter is van oordeel dat er sprake is van dusdanige intimidatie, dat dit moet worden beschouwd als ernstige overlast. Dat het gaat om relatief onschuldige gedragingen, maakt niet uit. Doorslaggevend is de stelselmatigheid waarmee dit gebeurt. Het gerechtshof is van oordeel dat sprake is van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van Ans.

Dit betekent dat de buurvrouw ‘wanprestatie’ pleegt jegens de verhuurder. Wat heeft Ans daaraan? Zolang de verhuurder weigert actie te ondernemen, verandert er niets… Het antwoord is dat Ans de verhuurder kan dwingen om de huurovereenkomst met de buurvrouw te beëindigen. De grondslag voor deze eis van Ans is te vinden in art. 7:206 BW: de verhuurder moet ‘gebreken’ oplossen. En het ondervinden van overlast is zo’n ‘gebrek’. De wet, art. 7:204 lid 2 BW, omschrijft een gebrek als een situatie waarin de huurder niet het (woon)genot krijgt dat hij mag verwachten. En dat is hier het geval!

De rechter veroordeelt de verhuurder daarom om binnen drie maanden een procedure tegen de buurvrouw te starten. In die procedure moet de verhuurder op grond van overlast ontbinding vorderen van de huurovereenkomst. En vervolgens moet de woning ontruimd worden. Als stok achter de deur veroordeelt de rechter de verhuurder tot betaling van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat zij dit nalaat.

Ans voert dus met succes een procedure tegen de corporatie. Resultaat daarvan is een tweede procedure, tussen de corporatie en de buurvrouw…

Uit: Huurrecht nr. 3 van 19 juni 2017
Auteur: Mw. mr. A.M. Kloosterman