Fiscoloog
   

Uitgelicht

Verhuurderheffing is bij mede-eigendom discriminerend
Fiscoloog

Verhuurders die meer dan 50 huurwoningen bezitten, betalen een heffing over de WOZ-waarde van de huurwoningen. Het gaat hierbij om huurwoningen waarvan de huur niet hoger is dan € 710,68 per maand (2018). In 2018 is de verhuurderheffing 0,591%. De heffing wordt berekend over de totale WOZ-waarde van de woningen, verminderd met 50 maal de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen. De verhuurder kan de aangifte verhuurderheffing alleen elektronisch indienen. Rijksmonumenten zijn van verhuurderheffing vrijgesteld. Vóór 2018 was er al verhuurderheffing verschuldigd als een verhuurder meer dan 10 huurwoningen bezat. Belastingplichtig voor de verhuurderheffing is de persoon die de WOZ-waarde…

Schenking van Zwitserse bankrekening na 18 jaar nog na te vorderen
Fiscoloog

In artikel 66, lid 1, onderdeel 2°, van de Successiewet is de aanvang van de termijn voor het opleggen van een aanslag schenkbelasting geregeld. De termijnen vangen aan:

als aangifte is gedaan: na het ontstaan van de belastingschuld
als geen aangifte is gedaan: na de dag van de inschrijving van de akte van overlijden van de schenker of van de begiftigde in de registers van de burgerlijke stand.

De termijn voor het opleggen van een aanslag schenkbelasting is op grond van artikel 11, lid 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen drie jaar. Voor het opleggen van een navorderingsaanslag heeft…

Eenmalige schenking van € 100.000 behoorde niet tot erfenis
Fiscoloog

Mevrouw A kreeg op 25 maart 2014 een schenking van mevrouw B van € 100.000. De echtgenoot van mevrouw A was de schriftelijk gevolmachtigde van mevrouw B. In de schenkingsaangifte werd een beroep gedaan op de eenmalige verruimde vrijstelling van artikel 33a van de Successiewet. De inspecteur gaf een beschikking dat geen aanslag schenkbelasting zou worden opgelegd. Op 13 januari 2015 overleed mevrouw B. Uit haar testament bleek dat mevrouw A haar enig erfgenaam was. De echtgenoot van mevrouw A was de executeur. Hij deed aangifte erfbelasting naar een belaste verkrijging voor zijn vrouw van € 75.412. De inspecteur…

Oprichting van BV en agiostorting op 31 december geen fraus legis
Fiscoloog

Een belastingplichtige is in beginsel vrij om een weg te kiezen die voor hem fiscaal het meest voordelig is. Vermogensbestanddelen die in box 1 of box 2 vallen, behoren in beginsel niet thuis in box 3. In artikel 2.14, lid 3 van de Wet IB 2001 is echter een aantal situaties opgenomen, waardoor een vermogensbestanddeel tóch in box 3 valt, ook al valt het vermogensbestanddeel ook in box 1 of box 2. Het moet dan gaan om een tijdelijke overheveling van vermogensbestanddelen rondom de peildatum. De Belastingdienst heeft zijn vizier op personen die voor het einde van het jaar…

Bij ongepubliceerd intern beleid geen beroep op vertrouwensbeginsel mogelijk
Fiscoloog

Iedere belastingplichtige die het aangaat, kan een beroep doen op gepubliceerd beleid. Toezeggingen en expliciete standpuntbepalingen spelen doorgaans alleen een rol in de verhouding tussen de inspecteur en de belastingplichtige tegenover wie de inspecteur de toezegging of bewuste standpuntbepaling heeft gedaan. Een andere belastingplichtige die op de hoogte komt van de inhoud van die toezegging kan in principe geen vertrouwen ontlenen dat hij dezelfde fiscale behandeling krijgt. De Hoge Raad besliste in een arrest van 4 december 2009 (nr. 08/02258) dat een belastingplichtige in principe geen gerechtvaardigd vertrouwen kan ontlenen aan het optreden van de inspecteur ten aanzien van…

Verbod op privégebruik auto in arbeidsovereenkomst DGA niet relevant
Fiscoloog

Een werkgever hoeft geen bijtelling voor de auto van de zaak van een werknemer te doen als de werknemer overtuigend kan bewijzen dat hij op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 privékilometers met de auto rijdt. De werknemer kan het bewijs op verschillende manieren leveren. Ten eerste kan hij een sluitende rittenregistratie bij zijn werkgever inleveren. Ten tweede kan hij een Verklaring geen privégebruik auto aanvragen in combinatie met een sluitende rittenregistratie of ander soort bewijs. Tot slot kan de werknemen een ander soort bewijs leveren. Het is ook mogelijk dat een werkgever simpelweg verbiedt om de auto voor privédoeleinden…

Box 3-heffing over door Staat onteigende SNS-aandelen niet terecht
Fiscoloog

De Hoge Raad stemde op 10 juni 2016 in met het forfaitair rendement van 4% voor box 3. Die procedure betrof het jaar 2011. Sindsdien zijn er nog veel procedures gevoerd over hetzelfde vraagstuk voor andere (latere) jaren. In alle gevallen beslissen de Rechtbanken en Hoven dat het 4%-rendement is toegestaan en dat dit geen individuele en buitensporige last vormt voor de belastingplichtige. Hof Arnhem-Leeuwarden besliste in een opmerkelijke procedure onlangs afwijkend en besliste dat het 4%-rendement wel een individuele en buitensporige last vormde voor de belastingplichtige.

De zaak betrof een AOW´er die lang geleden zijn eigen woning had verkocht…

Boete van de baan bij inschakelen van deskundige adviseur
Fiscoloog

Een belastingplichtige die te goeder trouw is en een (belasting)adviseur heeft ingeschakeld, heeft volgens de Hoge Raad niets te vrezen en hoeft zich inhoudelijk niet te verdiepen in een belastingregeling die in zijn aangifte is toegepast. Dat geldt zelfs als het om betrekkelijk eenvoudige regelingen gaat. De zaak waarin dit werd beslist, lag als volgt.

De zaak

Een BV hield zich bezig met het begeleiden van mensen vanuit een uitkeringssituatie naar een arbeidssituatie. In de jaren 2009 tot en met 2013 plaatste een gemeente langdurig werklozen bij de BV. Zij paste voor hen de afdrachtvermindering onderwijs startkwalificatie toe. De inspecteur kwam…

HIR-vrijval terecht omdat wel was gedoteerd aan HIR
Fiscoloog

Een vastgoed-BV verkoopt in 2008 het zakelijk gebruikte pand en haar onderneming. De boekwinst op het pand van ruim € 7,1 mln voegt zij toe aan de herinvesteringsreserve. In haar aangifte vennootschapsbelasting 2011 staat op de balans geen herinvesteringsreserve. Ook heeft de BV geen winst met betrekking tot een vrijval van de herinvesteringsreserve aangegeven. De inspecteur belast daarom in 2011 de vrijval van de herinvesteringsreserve. De BV stelt in beroep dat de vorming van de herinvesteringsreserve in 2008 niet had moeten plaatsvinden omdat de boekwinst niet was geïnvesteerd in een nieuwe onroerende zaak en er ook geen herinvesteringsvoornemen is geweest.…