Fiscaal Praktijkblad
   

Schertskerken: kruis of munt?

Ik geef het eerlijk toe: mijn grootvader zaliger had het niet zo op de kerk. ‘Ze preken kruis, maar ze bedoelen munt’, zo wist hij. En dan had hij het nog gewoon over de Nijmeegse geestelijkheid van roomse huize. Toch had hij het misschien niet helemaal bij het verkeerde eind, al zal mijn in 1967 overleden opa geen moment weet hebben gehad van de praktijken van de Walburga Abdij (onderdeel van de bekende Satanskerk), The Church of the New Faith (beter bekend als Scientology), de Enige en Universele Rokerskerk van God (kortweg Rokerskerk), de Universal Life Church (ULC) of de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. Allemaal instellingen die zichzelf als kerk presenteren, maar die de boze en ongelovige buitenwereld eerder als verdienmodel dan als kerk aanmerkt, en er daarom zo zijn bedenkingen bij heeft. Die buitenwereld spreekt van ‘uitgevonden religies’, niet zelden gericht op het omzeilen van wet- en regelgeving en het behalen van fiscaal voordeel. Ondertussen heeft de rechter – en zeker ook de fiscale rechter – het er maar knap lastig mee. Dat zou verband kunnen houden met de scheiding tussen Kerk en Staat en het wezen van de godsdienstvrijheid zelf. Beide maken dat de rechterlijke macht zich uitermate terughoudend opstelt bij het beoordelen van wat al dan niet een religie of kerk vormt. En dat geldt ook (en misschien zelfs wel juist) voor de fiscale rechter.

Uitgevonden religies

De hiervoor genoemde rechterlijke terughoudendheid heeft veel vrijheid voor betrokkenen tot gevolg, die een grote aantrekkingskracht heeft op veel creatieve en ondernemende geesten. Onder het mom van religie (al zullen betrokkenen dat ontkennen) worden wet- en regelgeving omzeild. Tot verdriet van de autoriteiten die deze gang van zaken graag willen bestrijden, wat door de voornoemde terughoudendheid nog niet zo gemakkelijk blijkt te zijn. Ook onze zuiderburen hebben er inmiddels ervaring mee, zo blijkt uit een vonnis van de correctionele rechtbank Gent. Het betrof een zaak tegen een café-uitbater wegens het niet-respecteren van het rookverbod in zijn zaak. De kastelein stelde dat zijn zaak geen kroeg was maar een gebedshuis voor zijn religie, de ‘Enige en Universele Rokerskerk van God’. Het café zou een huiskapel zijn en het roken een religieuze rite. De rechter ging hier niet in mee. Sterker nog: het beroep op de godsdienstvrijheid zou getuigen van ‘arrogantie en misprijzen’. Ook in Nederland is de rechterlijke terughoudendheid niet oneindig. Zo concludeerde de Rechtbank Oost-Brabant dat de leer van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster ‘… getuigt niet van voldoende serieusheid (‘seriousness’) om aangemerkt te kunnen worden als een godsdienst of levensbeschouwing’. Een begrijpelijke, maar tegelijkertijd toch ook gevaarlijke uitspraak. Want een inhoudelijke toetsing op wat geloofd wordt is voordat je het weet achteraf bezien de eerste stap richting afschaffing (of in ieder geval beperking) van de godsdienstvrijheid geweest.

Alleen geloven wat goed is

In een NRC artikel uit 2003 maakte journalist Viktor Frölke melding van zijn ‘opleiding’ tot predikant van de Universal Life Church; ‘Het heeft even geduurd, een paar muisklikken om precies te zijn, en het kostte me een rib uit mijn lijf ($14,95), maar eindelijk is het dan zover: ik ben predikant’. De leer van deze kerk is gelukkig overzichtelijk: ‘We only believe in that which is right!’ En oprichter Rev. Kirby Hensley wist te melden dat hij nog nooit iemand had ontmoet die het niet eens was met zijn doctrine. Pogingen van de Amerikaanse justitie om de ULC onwettig te verklaren strandden. Ondanks het feit dat huisdieren en stripfiguren als gelovigen konden worden ingewijd wilde de rechter er niet aan om de ULC als een schertskerk te betitelen. Zoals wel vaker bij dit soort kerken was de fiscus de grootste ketterjager. Maar het Hooggerechtshof was van oordeel dat de overheid niet bevoegd is burgers voor te schrijven welke kerk zij mogen aanhangen, zodat de ULC zijn belastingvrije status als non-profitorganisatie behield. En omdat in Nederland zoals bekend alles wat later gebeurt, is het precies deze problematiek die ook bij ons uitermate actueel is.

Waarom een kerk?

Het voordeel van de status van kerk kan tweeledig zijn: juridisch en fiscaal. In de regel komt aan kerken namelijk veel juridische zelfstandigheid toe. Wijs geworden door het verleden en de in de naam van welke God dan ook vergoten stromen bloed laten wij elkaar in de regel geloven wat wij willen. Vrijheid van godsdienst noemen we dat, en dat is een groot goed. De terughoudendheid van het Amerikaanse Hooggerechtshof in de ULC casus om zijn burgers voor te schrijven bij welke kerk zij zich mogen aansluiten valt dan ook goed te begrijpen. Het is dezelfde terughoudendheid die de Nederlandse wetgever (en in diens voetspoor ook de rechter) aan de dag legt bij interne kerkelijke geschillen. Op grond van artikel 2:2 BW beschikken kerkgenootschappen (alsmede hun zelfstandige onderdelen alsmede lichamen waarin zij zijn verenigd) over rechtspersoonlijkheid. Zij worden, aldus vervolgt het tweede lid van voornoemde bepaling, geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet.

Behalve die grote mate van interne juridische vrijheid wordt het in het openbaar belijden van het gemeenschappelijke geloof beschermd. Zo verbiedt art. 123 aanhef en onder 2 Wetboek van Strafvordering politiecontroles (tenzij in geval van heterdaad) in een ‘lokaal bestemd voor godsdienstoefening’. Mocht je er dus in slagen je bordeel of kroeg aangemerkt te krijgen als een lokaal bestemd voor godsdienstoefening dan heb je bij het beoefenen van welke activiteit dan ook geen last van controlerende ambtenaren. Dat blijkt in de regel nog niet mee te vallen. Zo hielden de Zusters van Sint-Walburga het niet droog (HR 31-10-1986, NJ 1987, 173) en dat was eveneens het geval met het Alkmaarse Café Lindeboom. De zusters waren misschien wel zusters, maar dan toch vooral ‘blauwe begijnen’. Inderdaad, net wat u zegt: hoeren. De Hoge Raad verwierp de stelling dat sprake was van een klooster (en niet van een sexclub) nu uit het opgemaakte proces-verbaal kon worden afgeleid dat ‘de activiteiten van Sint Walburga zich niet onderscheiden van die van een gewone seksclub en dat noch bij betalende bezoekers noch bij de door Sint Walburga als ‘zusters’ aangeduide optredende vrouwen enigerlei religieuze ervaring is waar te nemen’.

Café Lindeboom – waar gelovigen tijdens de ‘eredienst’ er rustig eentje konden opsteken – kreeg na eerder al gewaarschuwd te zijn als eerste een boete van € 300 van de Voedsel en Waren Autoriteit, ondanks het feit dat men was aangesloten bij de Enige en Universele Rokerskerk van God. Men had dit onheil wellicht over zichzelf afgeroepen, nu de VWA al had laten weten gericht cafés te controleren die denken manieren te hebben gevonden om het rookverbod te ontlopen. En blijkbaar valt daar de transformatie van een kroeg in een kerk onder. De Rokerskerk zegt religie te bedrijven vanuit de goddelijke drie-eenheid van rook, vuur en as en vereert haar god door in het gebedshuis te roken. Of een organisatie als kerk aangemerkt kan worden is uiteindelijk geen zaak van de VWA maar van de rechter. Die zal daarbij in de regel slechts marginaal (waarschijnlijk enkel naar de uiterlijke verschijningsvorm, en vanzelfsprekend niet inhoudelijk) toetsen. Over de inhoud van het geloof en de interne organisatie gaat de kerk zelf, niet de rechter.

Fiscale voordelen

Wellicht vormen de fiscale voordelen voor een organisatie het meest verlokkende aspect om als kerk door het leven te gaan. Daarbij springen vooral de ANBI voordelen in het oog en kan en passant wellicht ook nog een beroep gedaan worden op een vrijstelling in de vennootschapsbelasting.

Voordelen ANBI status

De voordelen van de ANBI status zijn bekend. Giften van een particulier aan een ANBI zijn voor onder voorwaarden voor de inkomstenbelasting als gift aftrekbaar, en ook giften van een vennootschap aan een ANBI zijn binnen de daarvoor geldende regels aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting. Verder zijn uitkeringen die een ANBI in het algemene belang doet vrijgesteld van schenkbelasting.

Kerk en vennootschapsbelasting

Een andere vraag is of een kerk belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. In de regel is dat niet het geval. Als publiekrechtelijke rechtspersoon zijn kerken slechts belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting ‘indien en voor zover zij een onderneming drijven’. De core business van een kerk voldoet in het algemeen niet aan deze omschrijving. Ook niet als voor bijeenkomsten, huwelijken en begrafenissen een vergoeding gevraagd wordt. Een winststreven zal in de regel ontbreken. Nevenactiviteiten daarentegen kunnen wel degelijk een onderneming kunnen vormen. Daarvoor is het een vereiste dat de verrichte werkzaamheden uitstijgen boven ‘normaal vermogensbeheer’. Is toch sprake van belastingplicht dan kan bij relatief bescheiden winsten nog een beroep gedaan worden op de in art. 6 Wet Vpb. 1969 opgenomen vrijstelling. Voorwaarde hierbij is dat de winst van enig jaar niet meer bedraagt dan € 15.000 dan wel van het betreffende jaar en de voorafgaande vier jaren niet meer dan € 75.000.

Kerk en ANBI

Dat een kerk een (ANBI) fiscaal erkend goed doel is, is in de ogen van velen vanzelfsprekend. Het zijn, zo wordt vaak gedacht, twee kanten van dezelfde medaille. Dat blijkt iets genuanceerder te liggen. Voorop gesteld dient te worden dat de vraag naar het zijn van een kerk en het zijn van een ANBI in veel gevallen weliswaar gelijk opgaat, maar toch niet identiek is. Niet iedere ANBI is een kerk, maar ‘dat is logisch’ zou Cruijff gezegd hebben. De vraag of iedere kerk dan een ANBI is, is een andere. Het is zeker geen vanzelfsprekendheid. De definitie van een ANBI is te vinden in artikel 2 lid 3 en 5b van de AWR. Daarin wordt – onder meer – de eis gesteld dat de ANBI uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Verder dient de ANBI te voldoen aan de bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. Voldoet een organisatie – en dus ook een kerk – niet aan deze voorwaarden dan gaat er met terugwerkende kracht een streep door de status.

In het verleden is er enige onduidelijkheid geweest (overigens is deze problematiek door tijdsverloop inmiddels achterhaald) over een van de voorwaarden die als gevolg van de genoemde ministeriële regeling aan kerkgenootschappen worden gesteld. Voor ANBI’s geldt per 1 januari 2014 een wettelijke publicatieplicht op grond waarvan bepaalde gegevens via internet openbaar moeten worden gemaakt, waaronder het Rechtspersonen Samenwerkingsverbanden Informatie Nummer (RSIN).Voor kerkgenootschappen gold (tot 1 januari 2016) een uitstel van deze verplichting. De vraag was of dit uitstel enkel christelijke kerkgenootschappen betrof. Over deze kwestie werden Kamervragen gesteld door de PvdA. Staatssecretaris Wiebes liet weten dat dit uitstel ook van toepassing was op andere kerkgenootschappen; ‘Dat betekent dat bijvoorbeeld ook moskeeën tot 1 januari 2016 de tijd hebben.’ De gedachte dat dit uitstel enkel door christelijke kerkgenootschappen gebruikt kon worden kwam waarschijnlijk voort uit het feit dat de in het CIO (Interkerkelijk contact in overheidszaken) samenwerkende Nederlandse (christelijke, SS) Kerken met de Belastingdienst eerder een convenant gesloten hadden. In dit convenant zijn afspraken gemaakt over het toezicht op en de toepassing van de ANBI-regelingen op de kerkelijke instellingen. Het staat echter los, zo liet de staatssecretaris weten, van het voornoemde uitstel van publicatie.

Scientology

Zoals hiervoor werd aangegeven wordt op grond van artikel 2 lid 3 en 5b AWR – onder meer – de eis gesteld dat de betreffende instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Kan nu gezegd worden dat een kerk (waarmee dan zowel een kerkelijke als een levensbeschouwelijke instellingen zal worden bedoeld) van oudsher geacht wordt zich volledig te richten op het algemeen belang. De ANBI status van een kerk kan in het gedrang komen als geoordeeld wordt dat een kerk in onvoldoende mate (50% en sinds 2010 zelfs 90%) het algemeen belang nastreeft. Het standaardarrest (of beter gezegd: arresten, want ook tegen de uitspraak na verwijzing door de Hoge Raad is weer (overigens tevergeefs) beroep in cassatie ingesteld) op het gebied van kerk en ANBI betreft dat van de Scientology Kerk Amsterdam (SKA).

Deze kerk hield wekelijks zondagsdiensten, en verder waren er bijeenkomsten ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen, zoals huwelijken en uitvaarten. Het is onwaarschijnlijk dat deze bijeenkomsten een kerkelijk karakter ontzegd zou worden. Maar er is meer. Ter bevordering van de spirituele groei van haar gelovigen worden door SKA trainingen aangeboden. Op zich niet vreemd, catechisatie is van alle tijden. Bijzonder was echter dat de trainingen van SKA erg duur waren, en hiermee door de kerk winst werd behaald. De vraag was of deze gang van zaken aan toekenning van de ANBI status in de weg stond. Het Hof Amsterdam vond van niet. Daarbij werd vooropgesteld dat van kerkelijke en levensbeschouwelijke instellingen van oudsher wordt aangenomen dat zij zich volledig richten op het algemeen belang. Als activiteiten worden verricht die afwijken van het instellingskarakter (zoals (semi)commerciële activiteiten) moet worden getoetst of de activiteiten van die instelling voor ten minste 50 percent het algemeen belang dienen, aldus het Hof. En de bedoelde catechisatieactiviteiten vormden naar het oordeel van het Hof onderdeel van de religieuze beleving. Zij waren geen doel op zich, maar vormen een middel om het geloof te verspreiden. De hoogte van de cursusprijzen vormt hierbij geen reden om te oordelen dat sprake is van commerciële activiteiten. Nu de SKA in deze redenering uitsluitend kerkelijke activiteiten verricht kan zij aangemerkt worden als een algemeen nut beogende instelling. Tegen deze beslissing werd beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad koos voor een andere aanvliegroute. Ook voor kerkelijke (of levensbeschouwelijke) instellingen heeft naar het oordeel van de Hoge Raad te gelden dat zij slechts dan als een ANBI kunnen worden aangemerkt als haar werkzaamheden rechtstreeks erop zijn gericht enig algemeen belang te dienen en met het totaal van die werkzaamheden het algemeen belang minstens in gelijke mate (uitgaande van het toenmalige criterium van 50% algemeen belang, SS) als een particulier belang wordt gediend. Omdat het hof geen beslissing had gegeven over de vraag of met het totaal van de werkzaamheden van belanghebbende het algemeen belang minstens in gelijke mate wordt gediend als particuliere belangen volgde cassatie en werd de zaak verwezen naar het Hof Den Haag. Dat Hof oordeelde dat ‘Nu sprake is van commerciële tarieven, kan niet worden aangenomen dat het algemeen belang met de auditing-en-training-activiteiten van belanghebbende ten minste in gelijke mate wordt gediend als particuliere belangen’. Dat vormde – kortgezegd – reden om de SKA de ANBI status te onthouden. Deze beslissing werd door de Hoge Raad geaccordeerd.

Een zaak die het inmiddels ook tot aan de rechter (weliswaar de bestuursrechter, en nog niet de fiscale rechter) heeft gebracht is die van de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster, ook bekend als het ‘Pastafarisme’ (wellicht een knipoog naar het Rastafarianisme). Hoewel de jurisprudentie een wisselend beeld laat zien ten aanzien van de erkenning van deze levensovertuiging als zodanig, is er inmiddels al een verschil van mening tussen deze beweging en de fiscus. Ook hier stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat deze kerk geen Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) is. De kerk was – om in stijl te blijven – des duivels, en vond de afwijzing ‘erg willekeurig’. Volgens een woordvoerder van deze kerk worden ‘veel andere kerken en religieuze instellingen in Nederland wel erkend als ANBI’. Hij vervolgt; ‘We zijn al wel vaker op moeilijkheden gestuit bij de overheid, dus het komt niet helemaal als een verassing. Maar het is wel weer apart’. Er is inmiddels bezwaar gemaakt’. Alhoewel de fiscus zich in deze zaak op zijn geheimhoudingsplicht beroept en daarom niet inhoudelijk op deze zaak wil ingaan, zegt een woordvoerder dat de Spaghettikerk waarschijnlijk niet aan een of enkele van de voorwaarden heeft voldaan, waarbij dan gedacht kan worden aan de publicatieplicht of aan het vereiste dat men zich onvoldoende inzet voor het algemene nut.

Conclusie

Kerken kennen in civielrechtelijk opzicht een bijzondere positie, met een eigen statuut. De bescherming van godsdienstvrijheid is nog steeds een groot goed. Ook fiscaalrechtelijk bestaat er voor kerken de nodige ruimte, al is de ANBI status voor een kerkgenootschap geen vanzelfsprekendheid meer. De ANBI status kan in gevaar komen door teveel commerciële activiteiten en ook een inhoudelijke toetsing als kerk is niet volledig uitgesloten. Al is zo’n toetsing in de regel – gelet op de vrijheid van godsdienst – een vrij hachelijke zaak.

Uit: Fiscaal Praktijkblad nr. 5 van 13 maart 2017
Auteur: Mr. S.F.J.J. (Sylvester) Schenk RB, directeur wetenschappelijk bureau Flynth adviseurs en accountants BV en hoofdredacteur van Fiscaal Praktijkblad.