Douane Update
   

Voorstel Commissie tot hervorming btw-stelsel van de EU

BTW-richtlijn / Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011

Op 4 oktober 2017 heeft de Europese Commissie voorstellen gepubliceerd tot hervorming van het btw-stelsel van de EU. Het betreft ingrijpende hervormingen die bedoeld zijn om het btw-stelsel meer robuust, eenvoudiger en fraudebestendig te maken. Een belangrijke wijziging betreft de plaats van levering bij intra-EU leveringen van goederen; dat wordt de lidstaat van bestemming van de goederen. Voor zogenoemde “Certified Taxable Person” zullen bepaalde vereenvoudigingen gaan gelden.
Het plan introduceert verder “quick fixes” die betrekking hebben op de btw-behandeling van grensoverschrijdende leveringen, die al op korte termijn van toepassing moeten worden.

Op 7 april 2016 heeft de Commissie het “VAT Action Plan” geïntroduceerd met de bedoeling de regels simpeler, fraudebestendiger en meer ondernemingsvriendelijk te maken. Op 4 oktober 2017 heeft de Commissie in dit kader een aantal wijzigingen voorgesteld. De meest fundamentele wijziging betreft de plaats van levering bij grensoverschrijdende goederenleveringen. Verder wordt de “Certified Taxable Person” geïntroduceerd.

Het is de bedoeling dat de veranderingen in 2022 geïmplementeerd kunnen worden in alle lidstaten. Er wordt ook een aantal “quick fixes” voorgesteld, die al op korte termijn verbeteringen teweeg moeten brengen ten opzichte van het huidige btw-systeem.

Bestemmingslandbeginsel

De plaats van levering bij grensoverschrijdend goederenvervoer is nu de plaats waar het vervoer van de goederen aanvangt. In geval van leveringen tussen ondernemers moet een intra-communautaire levering (tegen 0% btw) worden aangegeven door de leverancier, en een intra-communautaire verwerving aangegeven door de afnemer. Volgens het voorstel van de Commissie zal straks het bestemmingslandbeginsel gaan gelden, waarbij de plaats van levering ligt in het land van bestemming van de goederen. De leverancier zal btw in rekening moeten brengen aan de afnemer tegen het tarief dat geldt in het land van bestemming. De leverancier zal de btw afdragen in het land waar hij is gevestigd, via een One-Stop-Shop mechanisme. Een dergelijk mechanisme wordt nu al gebruikt voor het afdragen van btw met betrekking tot digitale diensten die aan consumenten (geen ondernemers) in andere lidstaten worden verricht. Het bestemmingslandbeginsel zal volgens het voorstel gaan gelden voor alle leveringen aan ondernemers én aan consumenten.

Certified Taxable Person

Het concept Certified Taxable Person (“CTP”) is gebaseerd op het bestaande concept Authorised Economic Operator (“AEO”) voor douanedoeleinden. De CTP wordt geacht een betrouwbare belastingbetaler te zijn. De voorwaarden waaraan een bedrijf moet voldoen om CTP te worden, zijn opgenomen in een nieuw voorgesteld art. 13a van de BTW-richtlijn:

  • geen ernstige of herhaalde overtredingen van de belastingwetgeving en douanewetgeving en geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit van de aanvrager;
  • de aanvrager kan aantonen dat hij zijn handelingen en de goederenstroom goed onder controle heeft, oftewel dankzij een handels- en/of vervoersadministratie die passende controles mogelijk maakt, dan wel dankzij een betrouwbaar of gecertificeerd controlespoor;
  • bewijs van financiële solvabiliteit van de aanvrager, die geacht wordt aangetoond te zijn als de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem in staat stelt aan zijn verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie, of door middel van garanties in de vorm van verzekering of zekerheid gesteld door financiële instellingen, of door andere economisch betrouwbare derde partijen.

Deze 3 criteria komen inderdaad voor een groot deel overeen met de criteria die gelden voor AEO (art. 39, sub a t/m c, DWU). Een bedrijf dat nu AEO is, zal in de toekomst geacht worden ook te voldoen aan de voorwaarden voor CTP.

Een bedrijf met de status van CTP zal gebruik kunnen maken van bepaalde vereenvoudigingen. Wat betreft de intra-EU leveringen zal de verleggingsregeling kunnen worden toegepast, wanneer de koper van de goederen een CTP is. Of de koper een CTP is, zal de verkoper kunnen zien in VIES (het systeem waarin nu btw-identificatienummers geverifieerd kunnen worden).

Quick fixes

Volgens het plan van de Commissie zullen er “quick fixes” komen, nog vóórdat het definitieve nieuwe btw-systeem in 2022 van toepassing wordt. Dit betreft de volgende maatregelen:

  1. Vereenvoudiging en harmonisatie van de regels met betrekking tot call-off stock.
  2. Als materiële voorwaarde voor toepassing van het 0%-tarief voor intra-EU leveringen, gaat gelden dat de afnemer van de goederen een geldig btw-identificatienummer moet hebben in een lidstaat andere dan de lidstaat waar vandaan de goederen vervoerd worden.
  3. Vereenvoudiging van regels om zekerheid te verkrijgen met betrekking tot ketentransacties (ten aanzien van de vraag voor welke van de transacties het 0%-tarief voor de intra-EU levering geldt).
  4. De harmonisatie en vereenvoudiging van de regels met betrekking tot het bewijs van het intra-EU vervoer van goederen, voor de toepassing het 0% tarief voor intra-EU leveringen.

Call-off stock

Call-off stock is voorraad die wordt overgebracht naar een afnemer die al bekend is, zonder dat de eigendom al wordt overgedragen aan die afnemer. Als de verkoper en de afnemer CTP zijn, wordt toegestaan dat een levering plaatsvindt in het land van verzending, en een intra-EU verwerving door de afnemer van de goederen, in het land van bestemming, zo luidt het voorstel. De verkoper hoeft zich dan dus niet te registreren in het land waar de call-off stock zich bevindt.

Btw-nummer voorwaarde voor toepassen 0%-tarief bij intra-EU levering

Als materiële voorwaarde voor toepassing van het 0%-tarief voor intra-EU leveringen, gaat volgens het voorstel gelden dat de afnemer van de goederen een geldig btw-identificatienummer moet hebben in een lidstaat andere dan de lidstaat waar vandaan de goederen vervoerd worden. Volgens de huidige regelgeving is dit slechts een formele voorwaarde. Als niet aan deze voorwaarde voldaan wordt, kan een lidstaat de leverancier niet de toepassing van het 0%-tarief ontzeggen. Dit zal onder het voorstel van de Commissie straks wel kunnen.

Ketentransacties

Een ketentransactie is een transactie waarbij goederen een aantal keer worden verkocht, maar direct worden vervoerd door de eerste naar de laatste partij (ook wel ABC-transactie genoemd). Als de goederen van de ene lidstaat naar de andere lidstaat worden vervoerd, kan maar ten aanzien van één van de twee leveringen (uitgaande van een ABC-transactie), het 0% tarief voor worden toegepast ten aanzien van de intra-EU levering. De andere levering is een lokale binnenlandse levering, waarvoor lokale btw in rekening moet worden gebracht. Volgens het voorstel van de Commissie zullen nieuwe regels gaan gelden om zekerheid te verkrijgen met betrekking tot de vraag aan welke schakel in een ketentransactie de intra-EU levering moet worden toegekend. Deze vereenvoudigde regels gelden alleen als partij A en B CTP zijn. Voor andere bedrijven zal nog gewoon de bestaande regelgeving blijven gelden.

De vereenvoudigde regels houden in dat als het vervoer is geregeld door of namens partij B, het vervoer (en dus de toepassing van het 0%-tarief) zal worden toegekend

  1. aan de levering die is verricht aan partij B, als hij voor btw-doeleinden is geïndentificeerd in een lidstaat andere dan die waar de goederen vandaan zijn getransporteerd, en als hij aan zijn leverancier heeft laten weten naar welke lidstaat de goederen worden vervoerd;
  2. aan de levering verricht door B aan de volgende partij in de leveringsketen, als niet is voldaan aan de twee voorwaarden genoemd onder i).

Bewijs van intra-EU vervoer

Volgens het voorstel van de Commissie zal in de Uitvoeringsverordening een lijst worden opgenomen met documenten die kunnen worden gebruikt om aan te tonen dat de goederen zijn vervoerd naar een andere lidstaat. Als de leverancier twee documenten uit de lijst kan overleggen, is bewezen dat intra-EU vervoer heeft plaatsgevonden. De autoriteiten kunnen dit echter weerleggen door bewijs te leveren waaruit blijkt dat de goederen niet naar een andere lidstaat zijn vervoerd. Dit zal alleen gelden voor intra-EU leveringen tussen ondernemers die CTP zijn.

Bron(nen):
Fida 20176749 COM(2017) 566, 04-10-2017
Fida 20176750 COM(2017) 567, 04-10-2017
Fida 20176751 COM(2017) 568, 04-10-2017
Fida 20176752 COM(2017) 569, 04-10-2017

Uit: Douane Update nr. 19 van 20 oktober 2017
Nr. Duda20170530