Beloning & Belasting
   

Zorgbonus: een gecompliceerde constructie

Een bonus van € 1000 netto, uit te betalen door de zorginstelling. De politiek beloofde het, de media stond er vol van en de zorgmedewerkers zitten erop te wachten. Maar hoe werkt het nu praktisch uit? Dat is nog niet zo eenvoudig. Want de werkgever of de opdrachtgever moet het allemaal regelen en organiseren, verwerken in de loonadministratie, en (voor) financieren. In dit artikel leest u over de aandachtspunten van de zorgbonus.

 Het kabinet heeft in het voorjaar al besloten dat het personeel in de zorg een bonus zou moeten ontvangen voor al hun speciale verrichtingen en extra werkzaamheden gedurende de zware Coronaperiode met name in het de periode tussen maart en september 2020. De kosten van deze bonus komen ten laste van de overheid. Duidelijk was ook dat deze bonus netto moest zijn en geen impact mocht hebben op inkomensafhankelijke regelingen. Tot zover de besluitvorming. Nu de uitvoering. Hoe moet die plaatsvinden? Dat duurde even, maar uiteindelijk kwam om 11 september 2020 een besluit, gepubliceerd op 17 september 2020, waarin de uitleg werd gegeven over de uitwerking. En dat blijkt toch nog niet zo eenvoudig te zijn.

Hoe werkt de regeling uit?

De kosten voor de zorgbonus komen ten laste van de overheid, maar de werkgever of de opdrachtgever moet de bonus daadwerkelijk uitbetalen. In eerste aanleg moest de werkgever of opdrachtgever bepalen welke zorgmedewerker een dermate bijdrage had geleverd aan de werkzaamheden in het kader van de coronacrisis, dat een bonus gerechtvaardigd was. Dit was echter bijna ondoenlijk voor zorgorganisaties. Daarom heeft de overheid lijsten gepubliceerd van beroepen en functies die voor een bonus in aanmerking komen. Deze lijsten zijn terug te vinden op de site van de Rijksoverheid, gepubliceerd op 19 september 2020, zonder enig nummer of vindplaats als bijlage bij het eerdergenoemde besluit van 11 september 2020. Om misverstanden te voorkomen is ook een lijst gepubliceerd met functies, die niet in aanmerking komen voor de zorgbonus. Voor werknemers- en opdrachtnemersfuncties die op de lijst staan, kan de zorgorganisatie een bonus uitbetalen, en voor deze bonus een subsidie aanvragen bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het gaat om mensen die hebben gewerkt in de periode 1 maart 2020 tot en met 1 september 2020. Ook zijn er lijsten gepubliceerd met zorgaanbieders die de subsidie kunnen aanvragen. Deze lijsten (de SBI-codes) staan in het genoemde besluit van 11 september in de bijlage opgenomen.

Hoe gaat de subsidieverstrekking en vaststelling?

  • Is de totale subsidie minder dan € 25.000, dan wordt de subsidie ambtshalve door het Ministerie vastgesteld.
  • Is de subsidie tussen de € 25.000 en € 125.000, dan moet een verklaring worden ingeleverd waarmee de werkelijke kosten worden aangetoond.
  • Is de subsidie € 125.000 of hoger, dan moet in de jaarrekening verantwoording worden afgelegd over de kosten en alle bijbehorende verplichtingen.

In eerste aanleg moet de subsidieaanvraag bij het Ministerie via een speciaal opengestelde website ingediend worden uiterlijk op 29 oktober 2020, maar deze datum is later verlengd tot 10 november 2020. De zorginstantie ontvangt dan vervolgens binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit van het Ministerie over de toekenning van de bonus. In dit besluit geeft de Minister aan hoeveel bonussen er uitbetaald mogen worden, hoe hoog het totale subsidiebedrag is, en de manier waarop de instelling zich achteraf moet verantwoorden. Bij deze beschikking ontvangt de instelling ook direct een voorschot van 100% van de voorlopige toekenning.

Uiteindelijk wordt de subsidie daarna nog definitief vastgesteld.

  • Is het totale subsidiebedrag € 25.000 of minder, dan neemt de Minister een definitief besluit over de hoogte van de subsidie binnen 22 weken na afloop van het kalenderjaar 2021.
  • Is het subsidiebedrag tussen de € 25.000 en € 125.000, dan moet de zorgaanbieder de werkelijke kosten aantonen aan de hand van een verklaring. De Minister besluit binnen 22 weken na het verzoek tot vaststelling van de beschikking.
  • Voor subsidies hoger dan € 125.000 geldt dat de accountant uiteindelijk een verklaring moet afgeven volgens een door het Ministerie vastgesteld protocol. En ook hier beslist het Ministerie binnen 22 weken na het definitieve verzoek tot vaststelling van de beschikking.

Administratief

Vervolgens kan de instelling overgaan tot uitbetaling van de bonus. Dit mag natuurlijk ook al eerder, maar dan is in elk geval het geld beschikbaar. De instelling moet een goede administratie bijhouden van aan wie wat uitbetaald is.

  • De betalingen aan de werknemers moeten verplicht aangewezen worden als werkkost.
  • Indien het werkkostenbudget wordt overschreden, moet 80% eindheffing betaald worden.
  • De betalingen aan derden moeten verplicht meegenomen worden in de bijzondere eindheffingsregeling voor betalingen aan derden.
  • De instelling moet hierover 75% berekenen en in de aangifte loonheffingen meenemen. Voor deze eindheffing van 75% is een speciale rubriek in de aangifte loonheffingen opgenomen (verstrekkingen aan andere dan eigen werknemers).
  • De derden moeten hierover ingelicht worden.
  • De administratie van dit alles moet tien jaar lang bewaard worden.

De instelling mag zelf bepalen wanneer de bonus daadwerkelijk wordt uitbetaald. Dit kan nu al gebeuren, maar men kan ook wachten tot daadwerkelijk de subsidie van het Ministerie wordt uitbetaald. Er geldt één belangrijke termijn: de bonus moet in elk geval binnen 5 maanden na dagtekening van de subsidie verlening worden uitbetaald. Lukt het de zorginstelling niet om binnen deze 5 maanden te betalen, dan moet dit direct worden gemeld bij het Ministerie.

We lezen in de voorwaarden ook dat de derde ingelicht moet worden over het feit dat de bonus is verstrekt en dat de zorgaanbieder de heffing heeft betaald. Zorgaanbieders moeten hiervoor een aparte administratie bijhouden. Voor betalingen aan zzp’ers kan ik me dit nog voorstellen: zij sturen facturen, de naam en adresgegevens zijn bekend voor het versturen van de mededeling, evenals het bankrekeningnummer waar de bonus naartoe overgemaakt moet worden. Voor de betalingen aan de uitzendkrachten zal de instelling toch meestal de hulp van het uitzendbureau nodig hebben om de betaling daadwerkelijk te kunnen doen en de uitzendkracht mede te delen dat de belasting reeds is betaald. Van belang is wel dat het uitzendbureau verder niets meer in de loonadministratie hoeft aan te geven, zij zijn enkel “doorgeefluik”.

Bijzonderheden

De regeling kent wel nog een paar bijzonderheden. In principe komen alle werknemers en derden, wiens functie op de lijst staan, in aanmerking voor subsidie van de bonus. De overheid heeft echter toch een paar mensen willen uitsluiten:

  • Heeft de werknemer op 1 maart 2020 een salaris in een salarisschaal van meer dan € 73.000 (uitgaande van een voltijdsdienstverband), dan heeft hij geen recht op de bonus.
  • Dit geldt ook voor de derden: daarbij gaat de berekening uit van een uurloon dat hoger is van € 39.
  • Is er sprake van een opdrachtnemer/zzp’er, dan mag het uurloon niet hoger zijn dan € 88,90, inclusief btw.

Het is instellingen zeker toegestaan werknemers en derden die uitstijgen boven dit bedrag ook de bonus uit te betalen, alleen komen zij niet voor de subsidie in aanmerking.

Netto

Omdat de instelling de bonus aanwijst als werkkost, heeft de bonus geen effect op eventueel salarisafhankelijke regelingen voor de werknemer. De bonus heeft dus geen gevolgen voor de huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebondenbudget enzovoorts van de medewerker. De medewerker hoeft de bonus dan ook niet mee te nemen bij zijn aangifte inkomstenbelasting. De bonus telt ook niet mee bij de bepaling van het vakantiegeld, de eindejaarsuitkering of de pensioenopbouw.

Ook de “derde” (uitzendkracht of zzp’er) hoeft de bonus niet op te geven bij zijn aangifte inkomstenbelasting en zal verder geen gevolgen ondervinden van het uitbetalen van deze bonus. De belastingheffing heeft de instelling al betaald door het afdragen van de 75% speciale eindheffing.

Wat als de bonus wordt uitbetaald aan personen, die niet op de lijst staan?

Natuurlijk is elke instelling vrij om de bonus ook uit te betalen aan medewerkers of derden die niet op de lijst met genoemde functies staan. Maar dan moet er rekening gehouden worden met het volgende: Het Ministerie zal geen subsidie hiervoor toekennen, de instelling moet de subsidie zelf betalen. Stagiaires, vrijwilligers, coassistenten komen in principe niet in aanmerking voor de bonus, omdat zij in beginsel geen werknemers zijn. Als zij toch werken op basis van een arbeidscontract, dan kan het wel. De bewijslast hiervoor ligt bij de instelling.

De werkkostenregeling

De subsidie voor de bonus ziet op de € 1.000 bonus, en indien de werkgever hierdoor het budget van de werkkostenregeling overschrijdt, wordt ook de 80% eindheffing vergoedt. In 2020 is het vrijgestelde budget nog 1,2% (3% over de eerste € 400.000) van de loonsom), in 2021 is dit 1,18% van de loonsom (1,7% over de eerste € 400.000). Op het moment dat de bonus wordt uitbetaald telt deze mee in het kader van de werkkostenregeling. Indien een werkgever dus besluit om een deel in 2020 en een deel in 2021 uit te betalen, moet dit dus ook als zodanig meegenomen worden.

Maar hoe weet de werkgever nu welk deel van de overschrijding van het werkkostenbudget ziet op de zorgbonus? In de toelichting van het besluit wordt aangegeven dat de werkgever ervan uit mag gaan dat de verschuldigde belasting van 80% altijd het gevolg is van het toekennen van de bonussen, met een maximum van 80% van de uitgekeerde bonussen. De subsidie per medewerker is dus altijd maximaal € 1.000 plus € 800. Voor derden geldt dat deze 75% altijd afgedragen zal moeten worden, dus zal de subsidie altijd € 1.750 zijn.

Let op: als de bonus wordt uitbetaald aan een medewerker die niet op de lijst staat, mag deze wel als werkkost worden aangewezen. Alleen geldt voor deze bonus niet de subsidie en ook niet de 80% eindheffing subsidie.

Voor de niet-werknemers (de zzp’ers en de uitzendkrachten) geldt ook iets bijzonders. De mogelijkheid om de belastingheffing af te dragen van 75% is alleen opengesteld voor de aangewezen en gesubsidieerde functies. Betaalt de instelling de bonus uit aan een zzp’er die niet op de lijst staat, dan is er geen recht op de subsidie, maar mag ook de 75% regeling niet worden toegepast. Het betreffende wetsartikel voor de speciale 75% heffing[6] is alleen van toepassing voor verstrekkingen in natura, en de bonus is een vergoeding in geld. Op Prinsjesdag is een wijziging aangekondigd van dit wetsartikel dat toestaat dat de 75% heffing ook mag worden toegepast voor gesubsidieerde zorgbonussen die aan derden worden betaald. Dit betekent dat officieel de bonus niet mag worden afgerekend via de 75% heffing bij betalingen aan derden die niet in de lijsten opgenomen zijn. De wettekst en de toelichting hierop lijken heel duidelijk te zijn. Hoe moet dan de belastingheffing worden geregeld? De zzp’er moet de heffing aangeven via zijn aangifte inkomstenbelasting en meetellen voor alle salarisafhankelijke regelingen. Of dit in de praktijk als prettig zal worden ervaren, is maar de vraag.

Tot slot

Ondanks het feit dat de aanvraagtermijn voor de subsidie al voorbij is, hebben zorginstellingen nog wel even te maken met de afhandeling van de zorgbonus. Het laatste woord zal hierover nog niet gezegd zijn. In 2021 zal het proces nogmaals gaan lopen, want het kabinet heeft op Prinsjesdag aangekondigd dat in 2021 wederom budget wordt vrijgemaakt voor een tweede zorgbonus, van een bedrag van € 500 per zorgmedewerker.

Uit: Beloning & Belasting nummer 12, december 2020

Auteur: Miriam Michiels, EY Belastingadviseurs, People Advisory Adviseurs, kantoor Eindhoven