Beloning & Belasting
   

Vervroegd met pensioen en doorwerken; is dat mogelijk?

In één van de voorgaande artikelen hebben jullie reeds kunnen lezen dat eerder dit jaar het kabinet, werkgevers en vakbonden een principeakkoord hebben bereikt over pensioenen. Eén van de aangekondigde veranderingen is dat de AOW-leeftijd minder hard zal stijgen. Deze voorstellen moeten allereerst nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, alvorens ze in werking treden. Duidelijk is dat men AOW niet op een eerder moment dan de AOW-gerechtigde leeftijd kan ontvangen. Voor het bedrijfspensioen zijn er soms wél mogelijkheden. In dit artikel schets ik een kort stappenplan aan de hand waarvan men kan beoordelen óf men eerder met pensioen kan en wat daar de (mogelijke) fiscale gevolgen van zijn voor de pensioenaanspraak als men (gedeeltelijk) blijft werken.

Voor de groep ouderen die dit raakt, komt het principeakkoord veelal als een opluchting. Een grote groep werkenden ouderen is namelijk niet in staat om de AOW-gerechtigde leeftijd op gezonde wijze te bereiken. De AOW-gerechtigde leeftijd is de afgelopen jaren snel gestegen. Toen de groep ouderen die nu tegen de AOW-gerechtigde leeftijd aanzit begon met werken, hadden zij nooit gedacht dat ze tot 66 en 4 maanden, 67 of misschien nog wel langer zouden moeten blijven werken. Waar hun ouders nog konden stoppen met werken op misschien wel 50- of 55-jarige leeftijd, moet nu nog volle bak gewerkt worden om een mooi pensioen bij elkaar te sparen.

Tóch zijn er ook mensen die reeds voldoende pensioen bij elkaar hebben gespaard vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Deze vragen zich af of het überhaupt nog mogelijk is om eerder met pensioen te gaan en wat daar de gevolgen van zijn. Wat ik ook vaker voorbij zie komen bij deze groep mensen is dat ze zich afvragen of ze, als ze hun pensioen eerder laten ingaan, daarnaast nog kunnen blijven werken.

Stap 1: Kan ik eerder met pensioen op basis van de pensioenregeling?

Pensioenuitkeringen komen normaliter tot uitkering op de datum die is opgenomen in de (bedrijfs)pensioenregeling. Vaak kennen pensioenregelingen mogelijkheden om het pensioen eerder (of later) in te laten gaan. Dit is niet bij alle pensioenregelingen mogelijk. Indien men eerder wil stoppen met werken is het derhalve aan te raden om als eerste stap contact op te nemen met de pensioenuitvoerder om na te gaan of vervroegde pensionering op basis van de betreffende pensioenregeling überhaupt mogelijk is.

Stap 2: Hoeveel bedragen mijn pensioenuitkeringen bij eerdere ingang van pensioen?

Bij vervroeging van de ingangsdatum van het pensioen zal doorgaans een korting op de pensioenuitkeringen plaatsvinden. Doordat men minder jaren pensioen opbouwt, is de pensioenpot namelijk minder groot dan oorspronkelijk verwacht. Daarnaast neemt het aantal jaren dat men pensioen ontvangt toe. De kleinere pensioenpot moet daardoor dus over een groter aantal jaren verdeeld worden. Wat het daadwerkelijke effect van het eerder ontvangen van pensioenuitkeringen op de hoogte van de pensioenuitkeringen is, kan eveneens bij de pensioenuitvoerder nagevraagd worden.

Stap 3: Wat zijn de fiscale gevolgen van eerdere ingang van pensioen als ik blijf doorwerken?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van het tijdstip waarop iemand zijn pensioen wil laten ingaan. Drie verschillende situaties moeten onderscheiden worden:

  1. Het pensioen gaat in op de reguliere ingangsdatum van de (pre)pensioenregeling en men werkt door;
  2. Het pensioen gaat in binnen 5 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd en men werkt door;
  3. Het pensioen gaat in meer dan 5 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd en men werkt door.

1. Het pensioen gaat in op de reguliere pensioeningangsdatum van de pensioenregeling en men werkt door

Als men met pensioen gaat op de reguliere ingangsdatum van de (pre)pensioenregeling gelden er geen fiscale voorwaarden voor (door)werken en bijverdienen. De staatssecretaris heeft dit bevestigd door aan te geven dat dit in lijn is met het objectieve karakter van een pensioenregeling. Bij doorwerken na de in de pensioenregeling opgenomen pensioendatum, wordt de pensioenaanspraak derhalve niet onzuiver. Dit betekent dat de pensioenuitkeringen op reguliere wijze in de belastingheffing worden meegenomen en de pensioenaanspraak niet zal worden belast.

2. Het pensioen gaat in binnen 5 jaar vóór de AOW-gerechtigde leeftijd en men werkt door

Voor werknemers die binnen 5 jaar vóór hun AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen gaan en doorwerken is de laatste jaren een en ander veranderd. Onderstaand een kort overzicht.

In het besluit van 29 augustus 2003, nr. CPP2003-530M, nam de staatssecretaris nog het standpunt in dat een werknemer het ouderdomspensioen niet vóór de in de pensioenregeling vastgestelde pensioendatum in kan laten gaan zonder dat de pensioenaanspraak onzuiver wordt, voor zover de arbeidsinkomsten na die vervroegde datum blijven doorlopen. Achtergrond voor deze redenering was destijds dat doorwerken en tegelijkertijd pensioen ontvangen niet verenigbaar is met het karakter van pensioenregelingen en de daaraan gekoppelde fiscale faciliteiten.

Na intrekking van voornoemd besluit per 23 september 2008 werd in een vraag en antwoord op de site van de Belastingdienst opgenomen dat vervroegde pensionering en doorwerken, onder voorwaarden, mogelijk was zonder fiscale beperkingen. Voorwaarde was dat er sprake moest zijn van een zogenoemde ‘inkomensvoorziening’.1 Met inkomensvoorziening werd bedoeld dat de fiscale faciliteit waarbij de aanspraken op ouderdomspensioen werden vrijgesteld erop zijn gericht om arbeidsinkomen op te vangen. Dit betekende dat voor het deel dat een werknemer met pensioen ging, hij zijn ‘inkomensgenererende activiteiten’ evenredig moest verminderen. Indien de ‘inkomensgenererende activiteiten’ niet in gelijke omvang van het ingaan van pensioen werden verminderd werd op basis van artikel 19b, eerste lid, Wet LB alsnog de hele pensioenaanspraak op vervroegde pensioendatum belast.

In de uitvoering bleek echter dat bovengenoemde regeling belemmerend werkte bij situaties waar men gedeeltelijk bleef doorwerken. Tevens kon op basis van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT- en prepensioenregelingen en introductie levensloopregelingen (VPL) en Wet VAP in sommige situaties wél worden doorgewerkt na pensionering, zonder fiscale belemmeringen. Dit stond in contrast met bovengenoemde regeling. De staatssecretaris heeft derhalve bij besluit van 11 december 2018, nr. 2018-28514, het beleid weer aangepast. Hij heeft goedgekeurd dat bij een vervroeging van de ingangsdatum van de pensioenuitkeringen tot uiterlijk het tijdstip waarop de werknemer de leeftijd bereikt die vijf jaar lager is dan de voor de betreffende werknemer geldende AOW-gerechtigde leeftijd, er niet langer sprake hoeft te zijn van een ‘inkomensvoorziening’. Concreet betekent dit dat niet langer zal worden getoetst of de ‘inkomensgenererende activiteiten’ die een werknemer verricht in gelijke mate worden verminderd met het ingaan van het pensioen. Vanaf die datum blijft het dus mogelijk om (gedeeltelijk) vervroegd met pensioen te gaan in combinatie met (gedeeltelijk) doorwerken, zonder dat het pensioen onzuiver wordt.

3. Pensioen gaat in meer dan 5 jaar voor AOW-gerechtigde leeftijd en men werkt door

Zoals opgenomen onder punt 2, moest in het verleden voor het zonder fiscale beperkingen met pensioen gaan en doorwerken, sprake zijn van een inkomensvoorziening. Deze beoordeling is voor werknemers die eerder dan 5 jaar voor het bereiken van hun AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen gaan nog steeds van toepassing. Zoals hierboven beschreven betekent ‘inkomensvoorziening’ dat indien men met pensioen gaat, de inkomsten uit werk in gelijke mate moeten afnemen. Het is daarbij niet van belang of het inkomen afkomstig is uit dezelfde dienstbetrekking, uit een andere dienstbetrekking of uit enige andere inkomen genererende activiteit. Als sprake is van een gedeeltelijke vervroegde pensionering dient de mate van vermindering van de inkomen genererende economische activiteit overeen te komen met het gedeelte waarvoor het pensioen vervroegd ingaat. Bij de beoordeling van de mate van vermindering van economische activiteiten kunnen betaalde economische activiteiten al verricht tijdens het bestaan van de dienstbetrekking waar het te vervroegen pensioen uit afkomstig is, buiten beschouwing blijven. Hierbij is de veronderstelling dat de bestaande activiteiten niet toenemen na de vervroegde pensionering. Overigens betekent dit niet dat als iemand een inkomen van € 100.000 per jaar verdient en door de vervroegde pensionering zijn inkomen met € 20.000 daalt, zijn vervroegd pensioen ook € 20.000 mag bedragen. Het gaat om de verhouding. Indien het inkomen met 20% daalt, mag het pensioen ook voor 20% vervroegd ingaan. Veelal zal dat een lager bedrag zijn dan € 20.000 per jaar. Ingeval iemand volledig met pensioen gaat, heeft dit dus tot gevolg dat er niet meer gewerkt mag worden, zonder dat de pensioenaanspraak onzuiver wordt. Indien het pensioen onzuiver wordt, zal de volledige pensioenaanspraak belast worden op de vervroegde ingangsdatum tegen de progressie belastingtarieven aangevuld met 20% revisierente.

Slapersrecht

Indien er enige tijd tussen het moment van ontslag en de vervroegde pensionering zit, wordt dit een slapersrecht genoemd. In dat geval kunnen de na het ontslag ondernomen inkomen genererende economische activiteiten bij de beoordeling van de fiscale aanvaardbaarheid van de vervroeging niet buiten beschouwing blijven. Er is dan immers geen sprake van activiteiten die al werden verricht tijdens het bestaan van de dienstbetrekking waar het te vervroegen pensioen uit afkomstig is.

Intentieverklaring

Om de gevolgen van het bovenstaande beleid voor de uitvoering van een (pre)pensioenregelging door pensioenverzekeraars te beperken kan een verzekeraar er mee volstaan om op de datum van vervroegde pensionering van de werknemer een verklaring te vragen. De werknemer verklaart daarmee dat hij zijn arbeidzame leven beëindigt in (ten minste) dezelfde mate als waarin hij vervroegd met pensioen gaat en dat hij tevens niet van plan is om nog (additionele) inkomen genererende activiteiten te gaan verrichten.

Indien een werknemer een dergelijke verklaring getekend heeft en na de vervroegde pensionering toch weer betaalde economische activiteiten gaat verrichten of deze weer gaat uitbreiden, heeft dat in principe geen gevolgen voor de zuiverheid van het pensioen. Indien de inspecteur op basis van feiten en omstandigheden echter aannemelijk kan maken dat de intentie tot het (weer) starten of uitbreiden van inkomen genererende economische activiteiten reeds bestond op het moment van vervroegde pensionering, is dit anders. De hele pensioenaanspraak zal in dat geval onzuiver worden.

Dit kan bijvoorbeeld spelen indien de werknemer de wettelijke verplichting heeft om mee te werken aan het verkrijgen van arbeid, bijvoorbeeld op grond van de Werkloosheidswet of de Participatiewet. Bij het ontvangen van een werkloosheidsuitkering hoort immers een sollicitatieplicht. De werknemer moet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en kan derhalve niet zeggen dat hij geen intentie meer heeft om inkomen te genereren. In dat geval is er een verplichte intentie tot doorwerken.

Anderszins kan dit ook voorkomen indien een werknemer vervroegd met pensioen gaat, volledig stopt met werken, maar zich alvast inschrijft bij de Kamer van Koophandel om te starten met zijn eigen onderneming. In dit geval weet de werknemer op het moment van vervroegde pensionering dat hij (waarschijnlijk) nog inkomen genererende activiteiten gaat verrichten. Derhalve is het niet mogelijk om zonder fiscale belemmeringen vervroegd met pensioen te gaan.

Onderstaande casus illustreert bovenstaande.

Casus

De heer Appeltjes is momenteel 60 jaar. Hij heeft een succesvolle carrière achter de rug waarin hij voldoende ‘vermogen’ bij elkaar heeft gespaard om mogelijk eerder met pensioen te gaan. Hij heeft reeds bij zijn pensioenuitvoerder geïnformeerd en deze heeft hem verteld dat hij tegen een ‘kleine’ korting zijn pensioen vervroegd kan ontvangen. Dit ziet hij helemaal zitten. Het liefst stopt hij helemaal met werken voor een ‘baas’ en laat hij zijn pensioen vervroegd ingaan. Als hij zich tijdens zijn pensioen gaat vervelen, is hij van plan om als freelancer bij te klussen. Van zijn buurvrouw, mevrouw Peertjes, hoorde hij dat hij van die pensioenuitkeringen op deze manier ‘geen cent overhoudt’. Is dat zo?

Antwoord

De heer Appeltjes is 60 jaar. Zijn geschatte AOW-leeftijd is op dit moment 67 jaar. Dit betekent dat hij zijn pensioen gaat ontvangen méér dan 5 jaar vóór de AOW-gerechtigde leeftijd. De eerder geschreven ‘situatie 3’ is derhalve op hem van toepassing. Zijn ‘inkomen genererende activiteiten’ moet hij dus in dezelfde mate verminderen als het deel waarvoor hij met pensioen gaat om te voorkomen dat de pensioenaanspraak wordt belast op moment van vervroegde pensionering. Dit betekent óók dat ingeval van volledige pensionering, hij dus geen betaalde werkzaamheden meer mag verrichten.

De ‘toetsdatum’ voor de vraag of wel of geen betaalde werkzaamheden worden verricht dan wel of er nog een intentie is om in de toekomst wel of geen betaalde werkzaamheden te gaan verrichten na vervroegde pensionering, is de datum waarop het vervroegde pensioen ingaat. Indien de heer Appeltjes op de datum van vervroegde pensionering geen betaalde werkzaamheden verricht noch de intentie heeft om deze in de toekomst weer te gaan verrichten dan blijft het pensioen zuiver. Dit betekent dat niet de aanspraak maar de pensioenuitkeringen zullen worden belast wanneer ze ontvangen worden.

De heer Appeltjes heeft aangegeven dat hij in de toekomst wellicht als freelancer gaat werken. Aangezien hij dit voornemen op het moment van pensionering heeft, het ‘toetsmoment’, betekent dit dat het pensioen onzuiver wordt en de pensioenaanspraak in één keer in de heffing wordt betrokken. De alsdan verschuldigde belasting wordt berekend aan de hand van de progressie schijven plus 20% revisierente. Het potentiele toptarief in 2019 is dan 71,75%.

De Belastingdienst moet wel aannemelijk kunnen maken dat, op basis van feiten en omstandigheden, de heer Appeltjes deze intentie daadwerkelijk op moment van vervroegde pensionering heeft. Indien men op dat moment nog geen idee heeft of men later nog ‘inkomen genererende activiteiten’ gaat verrichten, is het daarom van belang geen stappen te ondernemen die in deze richting wijzen. Dit om te voorkomen dat de pensioenaanspraak onzuiver wordt.

Conclusie

In dit artikel heb ik uiteengezet wat de voorwaarden zijn voor het, zonder fiscale consequenties, eerder met pensioen gaan en (gedeeltelijk) doorgaan met werken. In geval men pensioneert op of vijf jaar vóór de AOW-gerechtigde leeftijd, kan men zonder fiscale consequenties blijven doorwerken. Indien men pensioneert méér dan vijf jaar vóór het ingaan van de pensioengerechtigde leeftijd kan de pensioenaanspraak wél onzuiver worden. Aldus mevrouw Peertjes, houd je dan ‘geen cent aan je pensioen over’. Om verrassingen achteraf te voorkomen is het daarom van belang om vooraf advies in te winnen indien men méér dan 5 jaar vóór de pensioengerechtigde leeftijd pensioneert en doorgaat met werken. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee!

Noten:

1. Artikel 18, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB 1964

Uit: Beloning & Belasting nr. 9 van 13 september 2019
Auteur: Carmen Toonen, werkzaam bij EY People Advisory Services, kantoor Eindhoven