Beloning & Belasting
   

Resultaatafhankelijke studiekostenvergoeding, belast of onbelast?

Vraag

Een werknemer heeft gevraagd om een studiekostenvergoeding voor de opleiding SPD-bedrijfsadministratie. Wij willen zijn studiekosten wel vergoeden, omdat dit hem ook ruimte geeft voor doorgroei binnen onze onderneming. Echter, wij willen zijn studiekosten vergoeden op voorwaarde dat de werknemer zijn examens behaald. Kunnen wij deze studiekosten belastingvrij aan hem vergoeden?

Antwoord

De kosten voor het volgen van een opleiding of studie van de werknemer (zoals lesgelden, examengelden, boeken, leermiddelen en reiskosten) mogen onbelast vergoed worden, met toepassing van de desbetreffende gerichte vrijstelling. Indien een werknemer een studiebeurs of een andere tegemoetkoming in de kosten van de studie of opleiding ontvangt, kan voor het deel van de kosten dat wordt gedekt geen vrije vergoeding worden verstrekt. Ook wordt de vergoeding als loon in de heffing betrokken als de vergoeding in een ander kalenderjaar wordt betaald dan in het jaar waarin de kosten worden betaald.

U mag de studiekostenvergoeding wel afhankelijk stellen van het resultaat, maar dan zodanig dat de kosten niet pas worden vergoed na het behalen van het diploma/examen. In dat geval is de vergoeding wel belast als loon. Indien u de studiekosten vergoedt onder de verplichting tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling indien het examen/diploma niet word behaald, kan de gerichte vrijstelling wel worden toegepast.

Wij willen van de gelegenheid gebruik maken om naar aanleiding van uw vraag ook in te gaan op de gevolgen van terugbetaling van de studiekostenvergoeding. Indien de werknemer de vergoeding moet terugbetalen, dan is het de vraag of dit dan kan worden aangemerkt als ‘negatief loon’. Volgens het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 17 december 2014, nr. BLKB2014/1894M is er geen sprake van negatief loon als de werknemer de gericht vrijgestelde studiekostenvergoeding terugbetaalt aan de werkgever. De Staatssecretaris stelt: “Voor de vraag wat het karakter is van een terugbetaling is naar mijn oordeel het oorspronkelijke karakter van de vergoeding richtinggevend. Als de vergoeding in het verleden bij de werknemer belast werd, vormt de terugbetaling negatief loon voor de werknemer.”

En voorts: “Voor de terugbetaling van een andere vergoeding die de werkgever aanwees als eindheffingsbestanddeel geldt het volgende. De terugbetaalde vergoeding vergroot op het moment waarop de werknemer deze terugbetaalt de vrije ruimte van de werkgever. Hierbij is niet van belang of de terugbetaalde vergoeding bij toekenning ten laste van de vrije ruimte kwam of dat hierover eindheffing werd betaald. Dit is naar mijn oordeel in overeenstemming met het kasstelsel en het globale en vereenvoudigende karakter van de werkkostenregeling.”

En tot slot: “Als een werknemer een eerder onbelaste studiekostenvergoeding terugbetaalt is voor de werknemer geen sprake van negatief loon. Ook voor de werkgever zijn er geen gevolgen.”

Hierbij wordt, op grond van “een redelijke wetstoepassing” nog wel toegestaan dat de werknemer het terugbetaalde bedrag voor de heffing van de IB in aanmerking kan nemen als scholingsuitgaven in het jaar van terugbetaling.

Hoewel het niet in aanmerking nemen van negatief loon een praktische oplossing lijkt, is het de vraag of dit strookt met de wet. Immers, de vergoeding wordt tot het loon van de werknemer gerekend. Door aanwijzing als eindheffingsloon voor de werkkostenregeling is het enige dat verandert, dat de werkgever de belasting voor zijn rekening neemt. Strikt genomen, is dit een eenzijdige beslissing van de werkgever. De gerichte vrijstelling komt volgens het systeem van de wet vervolgens uitsluitend toe aan de werkgever. Een terugbetaling is dus gewoon een terugbetaling door de werknemer van zijn eigen belastbare loon. En dan is sprake van negatief loon. Misschien een ongewenste uitkomst, maar hieruit blijkt eens te meer dat het systeem van de werkkostenregeling tot complexe situaties leidt. Zoals elders en eerder ook al is betoogd: de vrijstellingen zouden weer terug moeten naar artikel 11 van de Wet op de loonbelasting 1964.

Uit: Beloning & Belasting nr. 19 van 27 oktober 2017