Beloning & Belasting
   

Artiesten en beroepssporters: weet u wanneer u een inhoudingsplicht heeft?

Een overzichtsartikel over de artiesten- en beroepssportersregeling, is daar behoefte aan? In de praktijk blijkt de wetgeving toch niet zo bekend te zijn als we denken. Wist u dus dat u als bedrijf, als u een artiest inhuurt voor uw personeelsoptreden, dus ook als hoofdregel een inhoudingsplicht hebt? Artiesten en beroepssporters vormen een bijzondere groep mensen in de loonbelastingwetgeving. Ze verrichten vaak werkzaamheden van korte duur, en de gezagsverhouding levert in de relatie vaak stof tot discussie op. Ze verrichten de werkzaamheden dermate zelfstandig dat er niet kan worden gesproken van een gezagsverhouding. De wetgever heeft dan ook gemeend dat in bepaalde situaties deze groep mensen toch onder de loonbelastingwetgeving gebracht moeten worden, en dat over de betalingen aan artiesten en beroepssporters in beginsel loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen.

De systematiek rondom deze inhoudingsplicht is echter niet eenvoudig. Daarbij wordt het nog gecompliceerder omdat de wet onderscheid maakt tussen Nederlandse artiesten en sporters, en buitenlandse artiesten en sporters.

1.1 Eerste uitgangspunt: de echte dienstbetrekking

Artiesten en beroepssporters kunnen natuurlijk ook altijd in echte dienstbetrekking werkzaam zijn op basis van artikel 2, Wet op de loonbelasting 1964. In dat geval is er geen discussie over een eventuele inhoudingsplicht. De artiest en de beroepssporter worden dan hetzelfde behandeld als een reguliere werknemer. Vaak hebben de artiesten en sporters zelfs een echte arbeidsovereenkomst in deze situaties, en is er geen onduidelijkheid over de kwalificatie van de relatie voor de heffing van de loonbelasting. We kunnen hierbij denken aan voetballers die bij een voetbalclub in dienst zijn, orkestleden die in een orkest spelen, of acteurs die bij een theatergezelschap in vaste dienst zijn.

Maar, artiesten en beroepssporters werken in de praktijk vaak niet in een reguliere situatie. Eenmalige optredens, een optreden tijdens een grootschalig evenement, een theatertournee, een eenmalige sportprestatie; we kunnen diverse praktijkvoorbeelden bedenken. De wetgever heeft daarvoor een fictieve dienstbetrekkingen met een inhoudingsplicht in de wet opgenomen. Met natuurlijk weer veel uitzonderingen. Vervelende bijkomstigheid is dat veel sporters en artiesten vaak nog maar een klein bedrag ontvangen omdat ze (nog) niet altijd in het professionele circuit optreden en hun vergoeding nauwelijks meer is dan een vergoeding voor de gemaakte kosten, of dat de markt zodanig is dat de betalingen nu eenmaal niet hoog zijn in deze sector. Toch kunnen ook zij te maken krijgen met deze regeling en dus een inhoudingsplicht als gevolg.

In dit artikel zal ik proberen een overzicht te geven hoe om te gaan met betalingen aan artiesten, artiestengezelschappen, sporters en sportgezelschappen. We parkeren dan even de echte dienstbetrekking, zoals hiervoor al genoemd. En, vooral belangrijk: wanneer hoeft u in elk geval niets in te houden en/of af te dragen!

1.2 Bijzondere wetgeving: de artiestenregeling

Hoofdregel is dat een opdrachtgever van een artiest altijd een inhoudingsplicht en afdrachtplicht heeft over betalingen aan een artiest, als de artiest een optreden verzorgt en hij hiervoor betaald krijgt.1 Deze regel geldt voor artiesten die een optreden van korte duur verzorgen. Formeel is niet in de wet gedefinieerd wat een “optreden van korte duur” is, maar er is in elk geval sprake van een optreden van korte duur als het niet langer duurt dan drie maanden.

1.2.1 Wie is artiest?

Van belang is allereerst om te bepalen wie er gekwalificeerd kan worden als “artiest”. Meest kenmerkende definitie is “iemand die een artistieke prestatie levert, die bedoeld is om door het publiek te worden bekeken of te worden beluisterd”. Meest bekend zijn natuurlijk de zangers, acrobaten, cabaretiers, goochelaars, muzikanten, enzovoorts. Het optreden moet plaatsvinden voor publiek, toehoorders en/of toeschouwers. Voorbeelden van personen die geen uitvoerende artiesten zijn in de zin van deze regeling zijn fotomodellen, managers van popgroepen, tv-presentatoren en regisseurs.

1.2.2 Wanneer geen inhoudingsplicht?

In de volgende uitzonderingssituaties is geen sprake van een inhoudingsplicht voor artiesten:

  1. Als de artiest woont in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de BES eilanden, of een land buiten Nederland waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten2.
  2. Als het optreden wordt overeengekomen met een natuurlijke persoon, voor diens persoonlijke aangelegenheden3.
  3. Als partijen ervoor kiezen om voor het optreden een schriftelijke overeenkomst te sluiten, waaruit blijkt dat het de bedoeling is dat hij of zij geen artiest is in de zin van de wet4.

Naast deze regels kent de wet nog een paar bijzondere situaties, waarbij er eveneens geen of een beperkte inhoudingsplicht is.

1.2.3 Inhoudingsplichtingenverklaring

Het kan voorkomen dat een derde verantwoordelijk is voor de inhoudingsplicht van de artiest, of van het artiestengezelschap. In dat geval kan deze derde een inhoudingsplichtigenverklaring aanvragen5. In dat geval wordt de inhoudingsplicht verlegd van degene die de artiest inhuurt (bijvoorbeeld de organisator van het evenement) naar de derde, die beschikt over de inhoudingsplichtigenverklaring. Doorgaans is dit de bemiddelaar of agent van een artiest, een tussenpersoon of boekingsbureau, of de leider van een gezelschap6. Zo kan ook de organisator van een evenement de inhoudingsplicht voor alle artiesten laten overnemen door een administratiekantoor of verloningsbureau. Uitgangspunt is overigens wel dat de betaling wordt gedaan aan degene die de inhoudingsplicht overneemt en beschikt over de inhoudingsplichtigenverklaring. Indien de organisator een deel van de vergoeding toch rechtstreeks aan de artiest uitbetaalt, dan geldt voor dat deel wel de reguliere artiestenregeling.

Alleen iemand die in Nederland woont of een bedrijf dat in Nederland is gevestigd, kan een Nederlandse inhoudingsplichtigenverklaring aanvragen. De verklaring kan schriftelijk bij de Belastingdienst worden ingediend, bij de locatie waar de aanvragen onder valt. Op de verklaring staat hoe lang deze geldig is, doorgaans 5 jaar na afgifte van de verklaring.

Doorgaans vraagt de leider van een gezelschap de verklaring aan voor één bepaald gezelschap. Op de verklaring wordt dan duidelijk aangegeven waar de verklaring op ziet. Het kan ook zijn dat een bemiddelaar, administratiekantoor of impresario werkt voor meerdere artiesten. Hij kan dan een algemene inhoudingsplichtigenverklaring aanvragen die voor meerdere artiesten geldt. Ook dat wordt duidelijk op de verklaring aangegeven.

1.2.4 Gageverklaring

Om te bepalen wat er tot het loon behoort waarover moet worden ingehouden, moeten partijen per optreden een gageverklaring invullen. Alles wat een artiest krijgt voor zijn optreden valt onder deze gage, het is een ruim begrip.7 Dit is niet alleen het bedrag in geld, maar ook alle verstrekkingen in natura of in de vorm van aanspraken. De gageverklaring zelf geeft aan welke onderdelen niet tot de gage behoren8. De belangrijkste daarvan zijn:

  • vergoedingen en verstrekkingen voor maaltijden en consumpties;
  • vergoedingen van reis- en verblijfskosten met bewijsstukken. Zonder bewijsstukken is sprake van belastbare gage.

Na het invullen van de gageverklaring blijkt voor de inhoudingsplichtige opdrachtgever wat het loon is geweest. Voor een artiestengezelschap wordt op de gageverklaring ook de onderlinge verdeling van de gages weergegeven.

1.2.5 Kostenvergoedingsbeschikking

Indien een artiest kosten maakt, kan hij goedkeuring vragen om bij de inhouding van de loonbelasting rekening te houden met de gemaakte kosten door het invullen van een kostenvergoedingsbeschikking9. Een dergelijke beschikking kan worden ingediend door een individuele artiest, maar ook door een gezelschap. De gemaakte kosten mogen op de beschikking aangegeven worden en in mindering worden gebracht op de gage. Kleine kosten zijn bijvoorbeeld:

  • afschrijvingskosten van muziekinstrumenten;
  • reiskosten met eigen vervoer;
  • management fee die de artiest betaalt aan de manager;
  • salariskosten van eventuele werknemers van de artiest, die zelf geen artiest zijn, zoals geluidsman, masseur, enzovoorts.

De beschikking moet in principe bij de Belastingdienst aangevraagd worden vóór het optreden. Hiervoor is een standaardformulier, te downloaden via de site van de Belastingdienst. Als de beschikking nog niet binnen is, dan mag de opdrachtgever later aangifte doen, uiterlijk binnen 1 maand na het optreden. Binnen die termijn moet de inhoudingsplichtige aangifte doen en eventueel op een later moment de aangifte corrigeren.

1.2.6 Vrijwilligersregelingen

We zien bij de beroepssportersregeling dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen amateurs en professionals (zie verder in dit artikel), bij artiesten geldt dat niet. Alle verplichtingen die hiervoor staan gelden voor eenieder die een betaling krijgt voor elk optreden, professional of amateur. Dus ook als de leden van een harmonie, fanfare of koor, een lokale band of zanger of toneelvereniging een optreden verzorgen gelden alle genoemde regels. Toch gelden er een paar mogelijkheden om in die hobby-matige situaties aan inhoudingsplicht en belastingplicht te ontkomen.

We kennen de kleine vergoedingsregeling: is de kostenvergoeding voor de artiest of voor elke artiest die onderdeel uitmaakt van het gezelschap niet hoger dan € 163 per optreden, dan wordt de vergoeding geacht een kostenvergoeding te zijn en is er geen sprake van een belastbaar loonelement en geen inhoudingsplicht. Partijen moeten dan nog wel de kostenvergoedingsbeschikking tekenen. Deze kleine vergoedingsregeling van € 163 mag standaard als kostenvergoeding in mindering worden gebracht op de gage. Stel dat er nog een resterend bedrag over blijft dan hoeft de inhoudingsplichtige alleen over het meerdere loonbelasting in te houden en af te dragen. Bewaar altijd een kopie van de kostenvergoedingsbeschikking bij de administratie.

Overigens, blijft het totale bedrag van de gage onder de € 163, dan hoeven partijen geen kostenvergoedingsbeschikking aan te vragen. Enkel het invullen van een gageverklaring en bewaren bij de administratie is dan voldoende.

Vervolgens kan de vergoeding ook als “geen loon” worden aangemerkt als partijen in de kostenvergoedingsbeschikking aangeven dat de vergoeding bedoeld is om de kosten van het gezelschap te dekken en de vergoeding volledig in de kas van het gezelschap wordt gestort. Veelal zal dit een vereniging of een stichting zijn. Pas als deze vereniging of stichting de bedragen weer gaat uitkeren aan de individuele leden, kan heffing aan de orde zijn. Deze goedkeuring geldt alleen als er sprake is van een amateurgezelschap, dat niet onderworpen is aan heffing van vennootschapsbelasting, de leider van het gezelschap verklaart dat het bedrag in de verenigingskas wordt gestort, en dat de leden van het gezelschap aangemerkt kunnen worden als vrijwilligers.

1.3 Topsporters

Een sporter die een opdracht tot een sportprestatie verricht en hiervoor betaald krijgt, wordt ook geconfronteerd met een inhoudingsplicht over zijn betaling.10

Ook voor beroepssporters geldt een aparte definitie: degene die als beroep een tak van sport beoefent. Dat is natuurlijk een definitie die voor meerderlei uitleg vatbaar is. Het NOC*NSF heeft daarom een stroomschema ontwikkeld waarmee men kan toetsen of een sporter een beroepssporter in de zin van deze regeling is11. Een van belangrijkste criteria is de mate waarin startgeld wordt betaald bij een evenement. Bij een gage/startgeld van minder dan € 250, is geen sprake van een beroepssporter. Is het startgeld meer dan € 250, dan moet de organisator de volgende vragen beantwoorden:

  • Moet de sporter een bepaald prestatieniveau of licentie hebben om deel te kunnen nemen?
  • Wordt aan de sporter een reiskosten of verblijfskostenvergoeding betaald?
  • Krijgt de sporter een prijzengeld van meer dan € 350?
  • Is de hoofdprijs voor de winnaar meer dan € 2.500?
  • Is het een betaald evenement met een toegangsprijs?

Indien we op drie of meer van deze vragen het antwoord “ja” kunnen geven, dan wordt de sporter als beroepssporter aangemerkt in de zin van de regeling en geldt de inhoudingsplicht. De beroepssportersregeling geldt niet in de volgende situaties:

  • Als de sporter in Nederland woont.12 Let op, dit is dus volledig anders in vergelijking met de artiest!
  • Als de sporter woont in Aruba, Curacao, Sint Maarten, de BES eilanden, of een land buiten Nederland waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten.13
  • Als de sportbeoefening rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden.14

De regeling voor beroepssporters is dus aanzienlijk beperkter dan de regeling voor artiesten. In feite geldt de regeling enkel voor landen waarmee Nederland geen verdrag heeft gesloten waarin een specifieke sportersregeling is overeengekomen. De regelingen, zoals omschreven bij de artiest in het kader van de gageverklaring, de inhoudingsplichtigenverklaring en de kostenvergoedingsbeschikking zijn ook van toepassing voor de beroepssporters.

1.4 Tarief

Als we concluderen dat de artiestenregeling en beroepssportersregeling van toepassing is, geldt een apart tarief15. Dit tarief is gelijk aan het gecombineerde heffingspercentage van de eerste schijf in de loonheffingen. Dit tarief kan worden ingehouden en afgedragen over de gage. Er zijn geen heffingskortingen van toepassing. Wel moeten premies werknemersverzekeringen worden berekend, maar geen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Voor buitenlandse artiesten en beroepssporters, als er al een inhoudingsplicht is, geldt een apart tarief van 20%16.

1.5 Geen inhoudingsplicht!

In vorenstaande heb ik per situatie omschreven hoe hiermee om te gaan. Om een korte samenvatting te geven, er is geen inhoudingsplicht als:

  • de artiest of sporter woont in Aruba, Curacao, Sint Maarten, de BES eilanden, of een land buiten Nederland waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten.
  • het optreden of de sportactiviteit wordt overeengekomen met een natuurlijke persoon, voor diens persoonlijke aangelegenheden.
  • partijen ervoor kiezen om voor het optreden een schriftelijke overeenkomst te sluiten waaruit blijkt dat het de bedoeling is van partijen dat hij of zij geen artiest is in de zin van de wet.
  • de beroepssporter woont in Nederland.
  • van het sportgezelschap of artiestengezelschap 70% of meer woont in Aruba, Curacao, Sint Maarten, de BES eilanden, of een land buiten Nederland waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten.
  • het gezelschap een inhoudingsplichtigenverklaring overlegt, waaruit blijkt dat een derde inhoudingsplichtig is.
  • partijen een kostenvergoedingsbeschikking aanvragen en de kosten hoger zijn dan (of gelijk aan) de gage.
  • de vergoeding per optreden voor de artiest, of per lid van het artiestengezelschap, is niet hoger dan € 163 per optreden.
  • de sporter niet voldoet aan de vereisten van “beroepssporter” volgens de regels van het NOC*NSF.

1.6 Tot slot

Nu weet u in elk geval welke verklaringen u moet invullen en wanneer u wellicht niet aan deze inhoudingsplicht hoeft te voldoen, of hoe u met de artiest schriftelijk vooraf kunt overeenkomen dat u er samen voor kiest dat de artiestenregeling niet van toepassing is. We zien in de praktijk bij looncontroles regelmatig naheffingsaanslagen over ten onrechte zonder inhoudingen gedane betalingen aan dergelijke artiesten.

Daarnaast zijn de rechterlijke uitspraken beperkt. De meeste uitspraken gaan over het vraagstuk of iemand aangemerkt kan worden als artiest. Een stichting, die een evenement in het kader van een kampioenschap volksdansen, werd ook met de artiestenregeling geconfronteerd, omdat zij betalingen deed aan dansers die hun medewerking verleenden aan dit festival17.

Een ander item is dat er Kamervragen zijn gesteld over de kwalificatie van dj’s en vj’s. Zijn zij nu artiest of niet? In het verleden “draaiden zij plaatjes” en “presenteerden zij de video’s”, maar daar is nu veelal geen sprake meer van. We zien nu dat veel dj’s en vj’s grote sterren zijn op danceparty’s, festivals en poppodia, en vaak ook als artiest aangemerkt kunnen worden18. Afhankelijk van de dj en de vj moeten zij dus in diverse situaties als artiest worden aangemerkt.

Een oudere uitspraak gaat over een dirigent van een orkest. Is dat een artiest? Daarbij is nu duidelijk dat gekeken moet worden naar de soort dirigent. Een dirigent die aankomt om met name zijn kwaliteiten te laten zien tijdens het concert is overduidelijk een artiest (het publiek zal komen voor de artistieke prestatie van de dirigent), maar een dirigent/repetitor die vrijwel uitsluitend werkzaam is tijdens repetities, waarbij zijn taak bestaat uit het bijbrengen van kennis en vaardigheden aan orkestleden, is geen artiest19. Dit zijn een paar praktijkvoorbeelden om te laten zien waar men over kan discussiëren. In het algemeen is er weinig ruimte voor discussie en is het volgen van de stappenschema voor al dan niet inhoudingsplicht het belangrijkste.

En mocht u niet zelf de gage uitbetalen aan de sporter of de artiest, dan heeft de wetgever toch gemeend in een paar situaties een organisator van een evenement mede verantwoordelijk te maken voor de juiste afdrachten in Nederland. In de wet is opgenomen20 dat, als u een evenement organiseert, u deels verantwoordelijk kunt worden gehouden voor eventueel niet ingehouden en afgedragen loonheffingen, ook al betaalt u de gages niet zelf en bent u niet inhoudingsplichtig. De organisator van een evenement kan aansprakelijk worden gesteld voor deze niet afgedragen loonheffing. Dit geldt alleen bij de inhuur van buitenlandse sporters en artiesten of gezelschappen.

Noten

  1. Artikel 5a, Wet op de loonbelasting 1964
  2. Artikel 5a, lid 1 a Wet op de loonbelasting 1964
  3. Artikel 5a, lid 1 b Wet op de loonbelasting 1964
  4. Artikel 5a, lid 1 c Wet op de loonbelasting 1964 jo 3bis Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
  5. Artikel 8a, lid 1, Wet op de loonbelasting 1964
  6. Artikel 2.5 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
  7. Artikel 35, lid 2, Wet op de loonbelasting 1964
  8. Artikel 35, lid 3 en 4 Wet op de loonbelasting 1964
  9. Artikel 35, lid 4 Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 12a Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
  10. Artikel 5a Wet op de loonbelasting 1964, lid 2
  11. Besluit van 29 juli 2004, BNB 2004/362
  12. Artikel 5a, lid 2 onderdeel a Wet op de loonbelasting 1964
  13. Artikel 5a, lid 2 onderdeel b Wet op de loonbelasting 1964
  14. Artikel 5a, lid 2 onderdeel c Wet op de loonbelasting 1964
  15. Artikel 35a, lid 1, Wet op de loonbelasting 1964, jo Artikel 58, lid 3, Wet financiering sociale verzekeringen
  16. Artikel 35a, lid 1 Wet op de loonbelasting 1964
  17. Hof Arnhem-Leeuwarden 26 juni 2018, nr. 16/01034 en 16/01035, ECLI:NL:GHARL:2018:5857
  18. Aanhangsel Kamerstukken II 2006/07, nr. 973, p. 2073-2074
  19. HR 29 maart 1995, nr. 30 315
  20. Artikel 37, lid 2 Invorderingswet 1990

Uit: Beloning & Belasting nr. 3 van 8 maart 2019
Auteur(s): 
Mr. Miriam M.L. Michiels, verbonden aan EY, People Advisory Services, kantoor Eindhoven.