Balans
   

Echtscheiding bij onderdekking pensioen in eigen beheer

Op 14 april jl. heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak waarin de vraag centraal stond op welke wijze het pensioen verdeeld moet worden wanneer de B.V. over onvoldoende middelen beschikt om zowel het pensioen voor de man als het pensioen voor de vrouw te voldoen.

Casus
Wat was het geval in deze casus? De echtelieden zijn in 1988 algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De vrouw is directeur-grootaandeelhouder (dga) van een B.V. en zij bouwt bij deze vennootschap een pensioen op dat door de vennootschap in eigen beheer wordt gehouden.

In 2010 spreekt de rechtbank de echtscheiding uit. Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) verkrijgt de man recht op een deel van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken. Vervolgens eist hij bij het hof dat het deel waarop hij recht heeft wordt afgestort bij een externe verzekeraar. Het hof heeft dit verzoek toegewezen. De vrouw moet een bedrag van € 198.537 afstorten bij een externe door de man te kiezen verzekeraar. Dit is de commerciële waarde van het deel van het pensioen waar de man recht op heeft. De vrouw is het daar niet mee eens en legt het geschil voor aan de Hoge Raad. Zij stelt namelijk dat de B.V. na afstorting van het deel van de man over onvoldoende middelen beschikt om haar aandeel in het pensioen te kunnen uitkeren.

Beslissing Hoge Raad
Het hof is uitgegaan van de beslissing in HR 9 februari 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ2658), NJ 2007/306. Die beslissing luidt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in het algemeen zullen meebrengen dat de tot verevening verplichte echtgenoot die als directeur en enig aandeelhouder de rechtspersoon beheerst waarin de te verevenen pensioenaanspraak is ondergebracht, dient zorg te dragen voor afstorting bij een externe pensioenverzekeraar van het kapitaal dat nodig is voor het aan de andere echtgenoot toekomende deel van de pensioenaanspraak -zie aldus ook HR 20 maart 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BG9458, NJ 2009/155)-.

Deze beslissing berust daarop dat van de vereveningsgerechtigde echtgenoot in beginsel niet kan worden gevergd dat deze bij voortduring afhankelijk blijft van het beleid dat de andere echtgenoot ten aanzien van de betrokken rechtspersoon (en de onderneming waaraan deze verbonden is) voert en het risico moet blijven dragen dat het in eigen beheer opgebouwde pensioen te zijner tijd niet kan worden betaald. Het hiervoor vermelde wettelijke uitgangspunt dat echtgenoten in gelijke mate aanspraak kunnen maken op het opgebouwde pensioen, is onverkort van toepassing indien de hiervoor genoemde afstortingsplicht bestaat. De afstorting dient dan ook, zoals het hof terecht in zijn tussenbeschikking heeft geoordeeld, zodanig plaats te vinden dat de aanspraken van partijen op het pensioen in beginsel ook in dezelfde mate zijn verzekerd, althans dat dit laatste zoveel mogelijk het geval is. Bij dit laatste dient het volgende tot uitgangspunt te worden genomen. Indien de vennootschap een pensioentoezegging doet, dient zij zorg te dragen dat zij deze te zijner tijd kan nakomen. Indien en voor zover de opbouw van het pensioen in eigen beheer plaatsvindt, dient zij daarom in beginsel over voldoende kapitaal daartoe te beschikken (in de vorm van een voorziening of van eigen vermogen).

De Hoge Raad stelt vast dat de Wet VPS het uitgangspunt heeft dat echtgenoten in gelijke mate aanspraak kunnen maken op het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Datzelfde uitgangspunt is ook van toepassing als er een afstortingsplicht bestaat. De afstorting moet dan ook zodanig plaats vinden dat de aanspraken in dezelfde mate zijn verzekerd. Als de BV niet over voldoende middelen beschikt om zowel het pensioen van de man als het pensioen van de vrouw te dekken, dan zal het tekort naar evenredigheid moeten worden gedeeld. De commerciële waarde van het pensioen dient daarbij als uitgangspunt te worden genomen.

Bron(nen)
Hoge Raad 14 april 2017, nr. 15/04552, ECLI:NL:HR:2017:693

Uit: Balans nr. 12 van 23 juni 2017
Auteur: drs. E. (Ed) Schregardus RB, Flynth adviseurs & accountants, Arnhem