Geen btw-aftrek dakrenovatie voor zonnepanelen

zonnepanelen btwFiscaal up to Date in de Telegraaf

De Telegraaf (25-07-2018)

Geen btw-aftrek dakrenovatie voor zonnepanelen
Een huizenkoper die zijn dak liet renoveren en er daarna zonnepanelen op liet zetten, mag niet de btw voor het gros van de renovatiekosten terugvragen.
Lees verder in de Telegraaf

 

Fiscaal up to Date (23-07-2018)
FutD 2018-1976
 Hoofdartikel met commentaar

BTW op dakrenovatie voor zonnepanelen niet aftrekbaar
De kosten van een dakrenovatie die ook werd uitgevoerd om de plaatsing van zonnepanelen mogelijk te maken hield volgens Rechtbank Noord-Nederland geen rechtstreeks en onmiddellijk verband met de exploitatie van die zonnepanelen. De zaak was als volgt.

X kocht in 2012 een woning de hij zelf ging bewonen. Daarbij schafte hij zonnepanelen aan en liet deze plaatsen op het dak van de woning, nadat hij eerst het dak had laten renoveren. De kosten van de zonnepanelen bedroegen € 5.345 inclusief € 832 BTW. De kosten van de dakrenovatie bedroegen € 34.912, waarvan X € 24.641 toerekende aan het in technisch/constructief opzicht gereedmaken van het dak voor installatie van zonnepanelen. De inspecteur merkte X op 24 april 2014 aan als BTW-ondernemer en verleende hem in november 2014 een BTW-teruggaaf van € 1.359 over het derde kwartaal 2014. Deze teruggaaf betrof de voorbelasting op de nota’s van de aannemer voor de dakrenovatie. In mei 2015 legde de inspecteur een naheffingsaanslag BTW op voor de eerder verleende teruggaaf over het derde kwartaal 2014. X ging in beroep en stelde dat de algemene werkzaamheden, sloopwerken en het verstreken van de dakconstructie (timmerwerken, dakplaten, -pannen en bevestigingsmaterialen) volledig toerekenbaar waren aan het geschikt maken van het dak voor de exploitatie van zonnepanelen. Omdat deze werkzaamheden dienstbaar waren aan de onderneming was de toerekenbare BTW volgens X aftrekbaar. De inspecteur stelde dat X geen recht had op aftrek omdat de diensten in verband met de dakrenovatie niet waren afgenomen voor BTW-belaste prestaties.

Rechtbank Noord-Nederland besliste dat de dakrenovatie niet kon worden aangemerkt als afzonderlijk investeringsgoed omdat de uitgevoerde werkzaamheden niet hadden geresulteerd in het aanbrengen van één constructief deel dat tevoren niet bestond aan een ander, reeds bestaand investeringsgoed (de woning). Werkzaamheden, hoe ingrijpend ook, die een goed alleen de oorspronkelijke functie teruggaven, konden niet als vervaardiging van een nieuw (investerings)goed worden aangemerkt, zoals volgde uit het Van Dijk’s boekhuis-arrest van het EU-Hof van Justitie (zie FutD 1985-0165) en een uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden (zie FutD 2016-0897). De Rechtbank besliste vervolgens dat de voorbelasting die mogelijk had gedrukt op de aanschaf van de woning niet alsnog in vooraftrek kon worden gebracht. De woning behoorde geheel tot het privévermogen en die vermogensetikettering dicteerde de maximale aftrek. Daaraan deed de dakrenovatie niet af. Er was geen nieuw investeringsgoed ontstaan zodat de dakrenovatie opging in de bij de aanschaf geldende etikettering (privévermogen) en er ontstond daarom niet alsnog (een nieuw) recht op aftrek. Dat wilde echter niet zeggen dat ook de aftrek van diensten en goederen die werden afgenomen in relatie tot de woning hierdoor werd beïnvloed. De Rechtbank wees hierbij op het Bakcsi-arrest van het EU-Hof (zie FutD 2001-0459). De Rechtbank besliste dat de aftrek van de voorbelasting die zag op de dakrenovatie werd bepaald door het zakelijke versus het niet-zakelijke gebruik ervan. De kosten van de dakrenovatie waren volgens de Rechtbank niet gemaakt met het oogmerk (finaliteit): de exploitatie van zonnepanelen. Ook ontbrak de causaliteit met de exploitatie van de zonnepanelen omdat de kosten ook – vermoedelijk in een later stadium – zouden zijn gemaakt ongeacht of X zonnepanelen was gaan exploiteren. X kon de kosten van de dakrenovatie ook niet doorberekenen zodat zij geen bestanddeel vormden van de opbrengst die hij genoot uit de exploitatie van de zonnepanelen. De Rechtbank besliste dat X ook niet aannemelijk had gemaakt dat er mogelijk meerkosten waren gemaakt specifiek voor het plaatsen van de zonnepanelen. De Rechtbank verklaarde het beroep van X tegen de naheffingsaanslag ongegrond.

Rechtbank Noord-Nederland 5-12-2017, nr. 17/353 (Fida 20184214)

Ons commentaar
X liet niet-geïntegreerde zonnepanelen plaatsen op het dak van zijn woning. Er was echter twijfel of het dak zonder meer geschikt was om de zonnepanelen te plaatsen zodat X besloot tot een volledige renovatie van het dak. Rechtbank Noord-Nederland zet in deze goed gemotiveerde uitspraak duidelijk uiteen waarom X de BTW op zijn dakrenovatie niet in aftrek kan brengen.

Nu de renovatie van daken en de plaatsing van zonnepanelen wel vaker hand in hand gaan, is het goed stil te staan bij de overwegingen van de Rechtbank. Om te beginnen is de Rechtbank van mening dat de dakrenovatie geen afzonderlijk investeringsgoed opleverde. Ook na de verbouwingsdienst houdt het dak zijn oorspronkelijke functie. De verbouwingsdienst gaat daarom op in de privé-etikettering van de woning zelf. Eventuele BTW op de aanschaf van de woning blijft daarmee niet-aftrekbaar. Met betrekking tot de kosten van de dakrenovatie is vervolgens van belang of X deze in zijn hoedanigheid van belastingplichtige ondernemer die zonnepanelen exploiteert. Of in de bewoordingen van artikel 15, lid 1, slotzin Wet OB: “… voor zover de goederen en de diensten door de ondernemer worden gebruikt voor belaste handelingen”. De vraag is dan of er een rechtstreeks (en onmiddellijk) verband is tussen de kosten en de zonnepanelenexploitatie-onderneming? De Rechtbank put voor deze beoordeling uit de arresten BLP-Group (zie FutD 1995-0791) en Midland Bank van het EU-Hof van Justitie (zie FutD 2000-1090 met ons commentaar) en toetst deze aan drie criteria: (1) finaliteit, (2) causaliteit, en (3) verdiscontering. X haalt deze horden niet. Finaliteit vereist dat X de kosten van de dakrenovatie had gemaakt met als oogmerk de exploitatie van zonnepanelen. Daarvan was geen sprake. Hij had het dak sowieso op een later tijdstip (moeten) laten renoveren om zijn woning in stand te houden. Dat het daarbij handig was om het nu te doen en het dak geschikt(er) te maken voor het plaatsen van zonnepanelen leidde er niet toe dat de kosten van de dakrenovatie met het oogmerk van het exploiteren van zonnepanelen waren gemaakt. Het was volgens de Rechtbank alleen maar een bruikbaar neveneffect dat X de twijfels die in het offertetraject van de zonnepanelen was opgeroepen, met de algehele renovatie van het dak konden worden weggenomen. Er was om diezelfde reden (vroeg of laat moest het dak toch gerenoveerd) ook geen causaal verband tussen de exploitatie van de zonnepanelen en de kosten van de dakrenovatie. Tot slot kon X de kosten niet verdisconteren zodat deze geen bestanddeel van de opbrengst uit de exploitatie van zonnepanelen vormde. Wij kunnen ons vinden in de uitspraak van de Rechtbank dat in deze zaak geen rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de kosten van de dakrenovatie en de exploitatie van zonnepanelen bestond. Tegen de uitspraak van de Rechtbank is hoger beroep ingesteld. Wij zijn dat niet zonnig in voor X.