FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2022-0460

Coronapandemie speelde geen rol bij WOZ-waarde 2018 van 3-sterrenhotel

BV X was in 2018 gebruiker van een pand waarin zij een 3-sterren hotel exploiteerde waarvan de WOZ-waarde 2018 was vastgesteld op € 1.072.000. De waarde was vastgesteld door middel van de huurwaardekapitalisatiemethode. BV X ging in beroep omdat zij het niet eens was met de toegepaste kapitalisatiefactor van 8,0 en in welke mate daarbij rekening was gehouden met het leegstandsrisico door de in 2020 uitgebroken coronapandemie. BV X bepleitte een WOZ-waarde van € 857.000. Rechtbank Zeeland-West-Brabant en Hof Den Bosch stelden BV X in het ongelijk. De gemeente had in de bezwaarfase, op verzoek van BV X, een taxatieverslag van het pand aan BV X verstrekt. Daarnaast was - op verzoek van BV X - in de bezwaarfase een (her)taxatie uitgevoerd waarbij de Taxatiewijzer hotels was gevolgd. Hieruit bleek dat de waarde van het pand aanzienlijk hoger was dan € 1.072.000 (namelijk € 2.722.000). Het Hof vond dat de gemeente de WOZ-waarde niet te hoog had vastgesteld. De gemeente had rekening gehouden met een normomzet en normkosten die overeenkwamen met een normale exploitatie voor een gemiddeld hotel van het desbetreffende archetype. Het leegstandsrisico als gevolg van de coronapandemie leidde volgens het Hof niet tot een andere beslissing, omdat dit niet een omstandigheid was waarmee al op de peildatum 1 januari 2017 rekening moest worden gehouden. Ook de financiŽle omstandigheden van BV X waren voor de waardebepaling niet van belang. Het Hof verklaarde het hoger beroep van BV X ongegrond.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-02-2022, nr. 20/00748 (Fida 20220621)

Verwijzingen:
Fida 20220621 (Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-02-2022, nr. 20/00748)
ECLI:NL:GHSHE:2022:254