FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2022-0014

Langetermijnvisie voor thuiswerkende grensarbeiders

De staatssecretaris van SZW heeft zijn langetermijnvisie met betrekking tot de sociale zekerheids- en fiscale regels voor thuiswerken in verband met de Coronacrisis in internationale situaties, naar de Tweede Kamer gestuurd. De bewindspersoon liet daarbij ook weten dat met BelgiŽ en Duitsland overeenstemming is bereikt over een verdere verlenging (tot en met 31 maart 2022) van de overeenkomsten over de behandeling van thuiswerkdagen onder de belastingverdragen (zie FutD 2021-3637, FutD 2021-1657 en FutD 2021-1074). Ook voor de sociale zekerheid geldt dat de afspraken in Europees kader over de behandeling van thuiswerken zijn verlengd (tot en met 30 juni 2022).

De staatssecretaris heeft signalen uit de praktijk ontvangen dat grensarbeiders en werkgevers zich zorgen maken over de financiŽle en administratieve gevolgen van meer thuiswerken. De zorg is dat grensarbeiders zullen worden uitgesloten van de mogelijkheid tot thuiswerk en dat werkgevers minder werknemers uit een buurland zullen aannemen. Het kabinet wil zich daarom inzetten om negatieve gevolgen van thuiswerken voor de socialezekerheids- en fiscale posities van grensarbeiders weg te nemen of te verminderen, maar voegt daaraan toe dat er door verschillen in nationale wet- en regelgeving altijd gevallen blijven waarin de belasting- of premiedruk voor een grensarbeider gunstiger of ongunstiger uitvalt in vergelijking met iemand die in hetzelfde land woont en werkt. Grensarbeiders zullen ook altijd te maken hebben met bepaalde administratieve lasten die inherent zijn aan grensoverschrijdend wonen en werken.

Om thuiswerken in grensoverschrijdende situaties gemakkelijker te maken, is de inzet van Nederland binnen de EU om de aanwijsregels zo aan te passen dat grensarbeiders minder snel in hun woonland verzekerd raken. Een mogelijkheid zou daarbij zijn een verruiming van het criterium van substantieel werken in de woonstaat, wanneer in twee lidstaten wordt gewerkt. Ook heeft Nederland het initiatief genomen om in besprekingen met BelgiŽ en Duitsland aan de orde te stellen om in de belastingverdragen een regeling op te nemen gericht op thuiswerkdagen van grensarbeiders. Bij besprekingen met deze buurlanden wil Nederland verkennen of het wenselijk en mogelijk is om de belastingverdragen met deze landen zo aan te passen dat een bepaald aantal of percentage thuiswerkdagen geen invloed heeft op de verdeling van heffingsrechten over het inkomen van een grensarbeider. Een grensarbeider die een bepaald aantal dagen per jaar thuiswerkt in zijn woonland, zou dan volledig belast kunnen blijven in het land waar hij werkt. De staatssecretaris ziet daarbij als aandachtspunten onder andere de administratieve gevolgen en inkomensgevolgen voor grensarbeiders, de administratieve gevolgen voor werkgevers en (het voorkomen van) discoŲrdinatie tussen sociale zekerheid en fiscaliteit. Verder zal moeten worden bekeken of een thuiswerkmaatregel leidt tot een (binnen de verdragssystematiek) passende verdeling van heffingsrechten en wat de budgettaire gevolgen voor de verdragspartners zijn.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 17-12-2021, nr. 2021-0000206074 (Fida 20217221)

Verwijzingen:
Fida 20217221 (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 17-12-2021, nr. 2021-0000206074)