FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-3882

Nul-aangifte loonheffing voor NOW-1 niet gelijk aan niet-gedane loonaangifte

X vroeg in april 2020 een tegemoetkoming aan in de loonkosten op grond van de NOW 1-regeling, maar het UWV wees de aanvraag eerst af omdat X in januari 2020 en november 2019 geen loonkosten had gehad. X ging in beroep en stelde dat door een interne fout van de salarisadministrateur een nul-aangifte was gedaan voor de loonheffing in januari 2020, maar over november 2019 waren wel gegevens beschikbaar en op 30 december 2019 was een aangifte LB over november gedaan. Volgens X had de voorschotberekening daarom op de loongegevens van november 2019 moeten worden gebaseerd, omdat de nul-aangifte voor januari 2020 gelijk moest worden gesteld met de situatie dat de loonsom niet bekend was. Rechtbank Midden-Nederland besliste echter dat het doen van een nul-aangifte voor de NOW 1-regeling niet gelijkgesteld moest worden met het nalaten van het doen van loonaangifte. Ook uit de toelichting bij de NOW 1-regeling volgde dat moest worden uitgegaan van de loongegevens zoals die op de peildatum beschikbaar waren in de polisadministratie van het UWV. Alleen als er geen gegevens bekend waren bij het UWV over januari 2020, mocht uitgeweken worden naar november 2019. Daarvan was in dit geval geen sprake. Bij het UWV was ten tijde van de peildatum bekend dat X over het tijdvak januari 2020 een nul-aangifte had gedaan. Hoewel dat bij X kennelijk niet het geval was, kon een nul-aangifte ook betekenen dat er daadwerkelijk geen loonkosten waren in die maand. Een nul-aangifte kon daarom niet gelijk worden gesteld met de situatie dat de loonsom niet bekend was. Hoewel het nadelig was voor X dat hij geen voorschot kreeg, was er volgens de Rechtbank in dit geval geen aanleiding om anders te beslissen.

Rechtbank Midden-Nederland 28-01-2021, nr. UTR 20/2532 (Fida 20217072)

Verwijzingen:
Fida 20217072 (Rechtbank Midden-Nederland 28-01-2021, nr. UTR 20/2532)
ECLI:NL:RBMNE:2021:359