FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-2824

Door coronacrisis te laat ingediende aangifte loonheffing: geen NOW

Het UWV wees de aanvraag van BV X voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW-2 af, omdat zij volgens het UWV op basis van de gegevens die op 15 mei 2020 bekend waren in de maand maart 2020 geen loonkosten had gehad. BV X ging in beroep en stelde dat zij voor maart 2020 wl loonkosten had, maar dat de aangifte loonheffingen over die maand door de coronacrisis pas op 12 juni 2020 was ingediend. Door het nagenoeg volledig wegvallen van alle inkomsten had zij niet meer kunnen voldoen aan haar betalingsverplichtingen richting haar crediteuren, waaronder het bureau dat de loonadministratie verzorgde. Dit loonbureau had daarom de werkzaamheden voor BV X stilgelegd. BV X had een ander loonbureau in de arm genomen, maar die had de aangifte loonheffingen niet op tijd ingediend. Hoewel Rechtbank Amsterdam begrip had voor de lastige situatie waarin BV X kwam te verkeren toen het loonbureau geen werkzaamheden meer voor haar wilde verrichten, zag de Rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de bepalingen van de NOW-regeling in die zin dat uitgegaan moest worden van de gegevens uit de loonaangifte die n 15 mei 2020 was gedaan. Dat BV X pas op 12 juni 2020 loonaangifte had kunnen doen in de door haar naar voren gebrachte omstandigheden kwam, hoe vervelend en wellicht onafwendbaar die ook waren, volgens de Rechtbank voor rekening en risico van BV X. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X ongegrond.

Rechtbank Amsterdam 21-06-2021, nr. AMS 20/5562 (Fida 20214718)

Verwijzingen:
Fida 20214718 (Rechtbank Amsterdam 21-06-2021, nr. AMS 20/5562)
ECLI:NL:RBAMS:2021:3563