FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-2624

Coronacrisis en uitstelverzoeken verlengden redelijke termijn met 4 maanden

A uit bovenstaande procedure (zie FutD 2021-2623) ging in hoger beroep tegen aan hem opgelegde naheffingsaanslagen BTW over 2011 tot en met 2013 met vergrijpboeten van 50%. De inspecteur nam op de zitting het standpunt in dat de naheffingsaanslag 2011 en de daarbij opgelegde boete vanwege een rekenfout moesten worden vernietigd. Ook moest de boete over 2013 volgens de inspecteur worden verminderd omdat deze alleen betrekking had op de ten onrechte in de aangiften geclaimde voorbelasting. Hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde het hoger beroep van A daarom gegrond. Het Hof besliste vervolgens dat A niet aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op een hogere aftrek van voorbelasting dan de inspecteur al in aanmerking had genomen. De naheffingsaanslagen 2012 en 2013 waren niet te hoog. De door de Rechtbank verminderde boeten vond het Hof passend en geboden. Op het moment dat het Hof op 3 augustus 2021 uitspraak deed, waren sinds het instellen van hoger beroep twee jaar en bijna zes maanden verstreken. Aangezien voor de berechting van de zaken in hoger beroep als uitgangspunt gold dat het Hof uitspraak deed binnen twee jaar nadat hoger beroep was ingesteld, zou de redelijke termijn in hoger beroep, behoudens bijzondere omstandigheden, zijn verstreken op 11 februari 2021. Er was echter sprake van een aantal bijzondere omstandigheden. De coronacrisis was een uitzonderlijke en onvoorzienbare situatie die voldoende reden gaf om een langere redelijke termijn dan een termijn van twee jaar te hanteren. De termijn werd in verband hiermee met vier maanden verlengd. Daarnaast had A verschillende keren om uitstel of aanhouding van de zitting gevraagd. De hierdoor ontstane vertraging van bijna vijf maanden merkte het Hof aan als een aan A toe te rekenen bijzondere omstandigheid. De redelijke termijn in hoger beroep was door verlenging wegens deze bijzondere omstandigheden, niet verstreken, zodat het Hof geen aanleiding zag voor verdere vermindering van de boeten.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-08-2021, nr. 19/00169 t/m 19/00174 (Fida 20214470)

Verwijzingen:
Fida 20214470 (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-08-2021, nr. 19/00169 t/m 19/00174)
ECLI:NL:GHARL:2021:7343