FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-2208

Coronabesmetting geen excuus voor te laat indienen beroepschriften

X en Y gingen in beroep tegen navorderingsaanslagen IB. Hun beroepschriften kwamen op 3 februari 2021 binnen bij de griffie van de Rechtbank, terwijl de beroepstermijn al op 26 januari 2021 was geŽindigd. Op vragen naar de reden van de termijnoverschrijding antwoordden X en Y dat ze Corona hadden gehad, wat invloed kon hebben op de vertraging. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat X en Y zelf verantwoordelijk waren voor het tijdig indienen van een beroepschrift. De Rechtbank had begrip voor de uitzonderlijke omstandigheden in verband met het Coronavirus, maar het ging erom of ze redelijkerwijs niet in staat waren geweest tijdig een beroepschrift in te dienen. X en Y hadden volgens de Rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake was geweest; daarvoor was de stelling dat Corona invloed kon hebben gehad op de vertraging niet voldoende. De Rechtbank vond het ook niet aannemelijk dat het beroep direct na ontvangst van de uitspraken op bezwaar was ingesteld. X en Y hadden de uitspraken op bezwaar ontvangen op 16 december 2000 en uit het poststempel op de enveloppe van het beroepschrift bleek dat deze op 2 februari 2021 ter post waren bezorgd. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar. De Rechtbank verklaarde het beroep van X en Y kennelijk niet-ontvankelijk.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2021, nr. BRE 21/553 t/m 21/556 (Fida 20213546) en nr. BRE20/557 t/m 20/560 (Fida 20213545)

Verwijzingen:
Fida 20213546 (Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2021, nr. BRE21/553 t/m 21/556)
Fida 20213545 (Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2021, nr. BRE20/557 t/m 20/560)
ECLI:NL:RBZWB:2021:3232
ECLI:NL:RBZWB:2021:3231