FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-2112

Coronacrisis verlengde redelijke termijn voor IMSV met half jaar

X ging in beroep tegen de WOZ-waarde 2019 van € 120.0000 voor zijn woning en bepleitte een WOZ-waarde van € 95.000. Rechtbank Rotterdam besliste dat het enkele feit dat het taxatierapport van X een inpandige opname bevatte nog geen reden was het taxatierapport van de gemeente te verwerpen. In het taxatierapport van X werden de verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en zijn woning niet geanalyseerd. Verder kon aan de ligging van de woning ten opzichte van twee glasbakken, ligging dichter bij het havengebied en een fietsenhok niet de waardedrukkende invloed worden toegeschreven die X daaraan toekende. Dit betrof volgens de Rechtbank vooral een subjectieve waardering die niet tot uitdrukking kwam in een te realiseren verkoopprijs. De gemeente had de WOZ-waarde volgens de Rechtbank niet te hoog vastgesteld. De Rechtbank besliste vervolgens dat X geen recht had op een immateriŽle schadevergoeding (IMSV) wegens overschrijding van de redelijke termijn. Voor beroepen die tussen 1 december 2019 en 1 juni 2021 waren ingediend zag de Rechtbank aanleiding de termijn met een half jaar te verlengen. In deze periode werd de behandeling daarvan ernstig belemmerd door de uitbraak van het coronavirus en de ter bestrijding van dat virus getroffen maatregelen. Als onderdeel van die maatregelen hadden bij Rechtbank Rotterdam van circa maart tot september 2020 geen belastingzittingen plaatsgevonden. Deze uitzonderlijke en onvoorzienbare situatie maakte volgens de Rechtbank dat sprake was van een bijzondere omstandigheid. Dit betekende dat de redelijke termijn in dit geval tweeŽneenhalf jaar bedroeg. In deze zaak was het bezwaarschrift op 1 maart 2019 ontvangen, terwijl deze uitspraak was gedaan op 14 juni 2021. Daarmee was de redelijke termijn van, in dit geval, tweeŽneenhalf jaar, niet overschreden.

Rechtbank Rotterdam 14-06-2021, nr. ROT20/1847 (Fida 20213365)

Verwijzingen:
Fida 20213365 (Rechtbank Rotterdam 14-06-2021, nr. ROT20/1847)
ECLI:NL:RBROT:2021:5357