FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-1862

Geen NOW-steun voor DGA en meewerkende partner

BV X vroeg een tegemoetkoming in de loonkosten aan op grond van NOW-1 en NOW-2 maar het UWV wees haar aanvragen af omdat BV X geen loonkosten had gehad als bedoeld in de NOW-regeling. BV X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde BV X in het ongelijk. Het doel van de NOW-regeling was om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van loonkosten van werknemers. Gelet op de definitiebepaling van artikel 1 NOW-1 en NOW-2 moest het gaan om loon voor medewerkers die verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen. Aangezien de directeur-grootaandeelhouder (DGA) van BV X en zijn partner (niet-verzekerd meewerkend partner) niet verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen (en BV X verder geen werknemers in dienst had), kwam hun loon niet in aanmerking voor subsidie. De Rechtbank vond daarbij van belang dat de NOW-regeling een noodmaatregel was waarbij de regelgever ervoor gekozen had om aansluiting te zoeken bij het werknemersbegrip voor de werknemersverzekeringen. Dat de DGA om bepaalde redenen was uitgezonderd van het werknemersbegrip voor de werknemersverzekeringen en die redenen mogelijk minder van toepassing waren op het doel van de NOW-regeling betekende niet dat van een ander werknemersbegrip moest worden uitgegaan. De Rechtbank verwierp het beroep van BV X op het gelijkheidsbeginsel. De werknemers van BV X konden niet gelijk worden gesteld aan de werknemers bedoeld in de NOW-regeling. Ook voor bedrijven met een DGA in dienst die te maken hadden met een omzetdaling als gevolg van de coronacrisis was een regeling getroffen. Deze bedrijven mochten voor de aangiften loonheffing over 2021 en 2020 het gebruikelijk loon van de DGA, onder voorwaarden, lager vaststellen. Daarnaast waren voor bedrijven (fiscale) regelingen getroffen betreffende bijvoorbeeld uitstel van betaling en tegemoetkoming in vaste lasten. Dat BV X hier (mogelijk) niet of onvoldoende bij gebaat was, betekende niet dat zij dan naar analogie een beroep zou moeten kunnen doen op de NOW-regeling. Rechtbank Rotterdam besliste in gelijke zin in de zaak van DGA Y en zijn meewerkende echtgenote. Het doel van de regeling was niet een tegemoetkoming in de inkomstenderving van de ondernemer om bijvoorbeeld in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Van een verboden onderscheid was volgens de Rechtbank dan ook geen sprake, omdat geen sprake was van gelijke gevallen. Voor de zelfstandige, waaronder de niet-verzekerde DGA, die buiten zijn invloedssfeer leed aan inkomstenderving en financiŽle ondersteuning wilde voor levensonderhoud of vaste lasten had de wetgever andere regelingen getroffen, zoals de TOZO of de TVL.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-06-2021, nr. BRE 20/7735 en 20/8301 (Fida 20212910), Rechtbank Rotterdam 03-06-2021, nr. ROT 20/3776, 20/5020 (Fida 20212908)

Verwijzingen:
Fida 20212910 (Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-06-2021, nr. BRE 20/7735 en 20/8301)
Fida 20212908 (Rechtbank Rotterdam 03-06-2021, nr. ROT 20/3776, 20/5020)
ECLI:NL:RBZWB:2021:2784
ECLI:NL:RBROT:2021:4819