FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-1785

TOZO-uitkering kan leiden tot hogere aanslag voor partner van zelfstandige

Minister Koolmees heeft antwoord gegeven op aanvullende Kamervragen over het bericht dat een TOZO-uitkering een halve sigaar uit eigen doos is (zie ook FutD 2021-1032). De minister bevestigde dat partner- en kinderalimentatie volgens de Participatiewet tot het inkomen worden gerekend. Aan echtgenoten met of zonder minderjarige kinderen en aan alleenstaande ouders wordt de bijstand als "gezinsbijstand" verstrekt, waarbij - op enkele wettelijke uitzonderingen na - de middelen van alle gezinsleden in aanmerking worden genomen. Anders dan in de Participatiewet wordt in de Wet IB 2001 kinderalimentatie niet als inkomen gezien. De Wet IB 2001 regelt een belastingheffing die aansluit bij het individu en niet het gezin. Op grond van artikel 3.101, lid 1, onderdeel b, Wet IB 2001 wordt kinderalimentatie niet als inkomen van de belastingplichtige (ouder) gezien. De TOZO-uitkering is op basis van de Participatiewet een gezinsuitkering. Als de TOZO-gerechtigde een partner heeft, betekent dit volgens de minister dat de uitkering aan beide partners wordt toegekend. Hierdoor ontvangen beide partners een jaaropgave, ieder voor de helft van het toegekende bedrag. De TOZO kan bij partners van zelfstandigen leiden tot een hogere aanslag IB. Deze aanslag heeft betrekking op het individueel vastgestelde inkomen van die partner. Als de heffing strikt het gevolg is van het inkomen van de partner in TOZO 1, dan heeft de heffing betrekking op diens inkomen, dat buiten beschouwing is gelaten bij de toekenning van bijstand. Voor het achterwege laten van die heffing bestaat volgens de minister geen wettelijke basis.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 01-06-2021, nr. 2021-0000083391 (Fida 20212775)

Verwijzingen:
Fida 20212775 (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 01-06-2021, nr. 2021-0000083391)