FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-1482

KvK-inschrijving harde eis voor recht op TOZO

Een aantal in een Grieks specialiteitenrestaurant werkzame personen vroeg in mei 2020 inkomensondersteuning aan op grond van de TOZO-regeling. Zij overlegden daarbij een uittreksel uit de KvK van een eenmanszaak Grieks specialiteitenrestaurant. De gemeente wees de aanvraag af omdat de aanvragers geen eigen bedrijf of zelfstandig beroep hadden en de Belastingdienst hen zag als werknemers. De aanvragers maakten bezwaar en overlegden twee vof-akten waarin 9 vennoten, waaronder de aanvragers, sinds 1 juli 2019 met elkaar samenwerkten. De gemeente wees het bezwaar af omdat de aanvragers op 17 maart 2020 niet in het handelsregister stonden ingeschreven en zij niet als vennoot van de opgegeven bedrijven in het handelsregister voorkwamen. De aanvragers gingen in beroep en stelden dat beide bedrijven een vergunning hadden op grond van de Drank- en Horecawet (DHW-vergunning) waarvoor als eis gold dat iedere vennoot een bewijs van sociale hygiŽne had. Omdat de cursus en het examen niet in de Griekse taal werden gegeven, konden de aanvragers geen bewijs van sociale hygiŽne verkrijgen. Als de vof's en de aanvragers als vennoten in het handelsregister zouden worden ingeschreven, dan zou volgens de aanvragers de exploitatie van de twee restaurants in gevaar komen, vanwege het risico van intrekking van de DHW-vergunningen. Zolang niet de mogelijkheid bestond om de cursus in het Grieks te volgen en het examen in diezelfde taal af te leggen, was het volgens de aanvragers voor hen niet mogelijk om zich als vennoot in te schrijven in het handelsregister. Volgens hen was het vereiste van inschrijving in het handelsregister in strijd met het doel en de strekking van de TOZO-regeling omdat daarmee een groep ondernemers werd uitgesloten die wel zelfstandige was, maar niet stond ingeschreven in het handelsregister. Rechtbank Oost-Brabant stelde hen in het ongelijk. Het vereiste van inschrijving in het handelsregister was een "harde eis" en er waren daarom bijna geen mogelijkheden om daarop een uitzondering te maken. Dat de aanvragers wilden voorkomen dat zij, volgens de geldende wet- en regelgeving, over een bewijs sociale hygiŽne moesten beschikken, was een eigen keuze die voor hun risico moest blijven. De Rechtbank volgde de beslissing van de gemeente om de aanvragers niet tot de kring van rechthebbenden voor de TOZO-regeling te rekenen.

Rechtbank Oost-Brabant 15-4-2021, nr. 20/2485 (Fida 20212362)

Verwijzingen:
Fida 20212362 (Rechtbank Oost-Brabant 15-04-2021 202485)
ECLI:NL:RBOBR:2021:1709