FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-1200

Bedrijfsruimte in ouderlijke woning verhinderde TOGS-tegemoetkoming

Ondernemer X vroeg een tegemoetkoming van € 4.000 aan op grond van de TOGS-regeling, maar RVO wees het verzoek af omdat X niet aan het vestigingsvereiste voldeed. De onderneming moest namelijk ten minste één vestiging hebben met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar, of een vestiging die fysiek was afgescheiden van de privéwoning van de eigenaar en die was voorzien van een eigen opgang of toegang. Daarvan was in het geval van X geen sprake omdat zijn onderneming was gevestigd op het woonadres van zijn ouders. X ging in beroep en stelde dat de ruimte die hij van zijn ouders huurde was afgescheiden van de privéwoning en een eigen ingang, opgang, toilet en parkeerplek had. Het CBB verklaarde het beroep van X ongegrond. Het CBB wees op zijn uitspraken van 22 december 2020 (zie FutD 2021-0003 met ons commentaar) waarin onder meer was beslist dat de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (de beleidsregel inzake de TOGS) moest worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dat betekende dat de rechter alleen kon toetsen of het beleid consistent was toegepast. Het CBB besliste dat daarvan in dit geval sprake was. De bedrijfsruimte van X betrof een kamer in de privéwoning waar X woonde. De door X overgelegde bewijsstukken toonden onvoldoende aan dat de bedrijfsruimte een eigen opgang of toegang had. Aan de voorwaarden van artikel 1 van de beleidsregel werd daarom niet voldaan, zodat de aanvraag van X terecht was afgewezen.

CBB 6-4-2021, nr. 20/943 (Fida 20211869)

Verwijzingen:
Fida 20211869 (CvBB 06-04-2021 20943)
ECLI:NL:CBB:2021:383