FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-1109

Coronamaatregelen verlengden redelijke termijn voor IMSV met 4 maanden

Veehouder X stelde in beroep tegen de zogenoemde randvoorwaardenkorting op de aan hem te verlenen rechtstreekse betalingen GBL (een agrarische subsidie) dat de redelijke termijn van berechting was overschreden en dat hij daarom recht had op een immateriŽle schadevergoeding (IMSV). Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) besliste dat vanwege de maatregelen naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus in dit geval een langere redelijke termijn moest worden aangehouden dan een termijn van twee jaar. In dit geval was de op 17 maart 2020 geplande zitting uitgesteld als gevolg van de naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus met ingang van 16 maart 2020 getroffen ingrijpende maatregelen. De zaken waren hierna en na opheffing van de meest beperkende maatregelen op 12 november 2020 alsnog op de zitting behandeld. Volgens het CBB was de coronacrisis een uitzonderlijke en onvoorzienbare situatie die voldoende reden gaf om de redelijke termijn met vier maanden te verlengen. Daarbij hield het CBB rekening met de periode waarin de gerechtsgebouwen gesloten waren en een termijn van twee maanden voor het opnieuw inplannen van verdaagde zittingen. X had recht op een IMSV van €†500.

CBB 16-2-2021, nr. 19/172 (Fida 20211711)

Verwijzingen:
Fida 20211711 (CvBB 16-02-2021 19172)
ECLI:NL:CBB:2021:158