FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2021-0515

Woonplaats en niet woonsituatie van belang voor recht op TOZO-uitkering

Aan ondernemer X was TOZO-1 en -2 toegekend voordat hij de gemeente Amsterdam had laten weten dat hij dak- en thuisloos was. Hij had de gemeente gezegd dat hij bij zijn ouders en in zijn auto verbleef, maar handhavingsspecialisten hadden hem bij controlebezoeken niet op de opgegeven locaties aangetroffen. Sinds 14 december 2020 woonde X niet meer in Amsterdam en was hij ingeschreven bij een andere gemeente. De gemeente wees zijn verzoek om TOZO-3 af, en vorderde de toegekende TOZO-2 terug. X ging in bezwaar en vroeg de bestuursrechter van Rechtbank Amsterdam tegelijk om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wees het verzoek met betrekking tot de terugvordering van TOZO-2 af omdat hiervoor uitstel van betaling was verleend en daarom geen sprake was van onverwijlde spoed. Het verzoek met betrekking tot TOZO-3 wees de Rechtbank toe. Op een TOZO-uitkering werd geen kostendelersnorm toegepast in het geval van kostendelende medebewoners, zodat niet de woonsituatie maar alleen de woonplaats van X relevant was voor beantwoording van de vraag of hij recht had op TOZO. Het "verrassingseffect" bij de controlebezoeken vond de Rechtbank in dit geval niet van belang. De handhavingsspecialisten hadden X ook kunnen bellen om te vragen of hij zich in de buurt van de opgegeven locaties bevond en dit vervolgens kunnen controleren. De gemeente had daarmee onvolledig onderzoek gedaan naar de woonplaats van X. Daarbij was van belang dat X van 5 maart 2018 tot en met 4 juni 2020 bijna altijd in de gemeente Amsterdam was ingeschreven en hij zich op 10 november 2020 als dakloze bij de gemeente had gemeld. Ook waren er geen aanwijzingen dat X al vr 14 december 2020 naar een andere gemeente was verhuisd en daar TOZO had aangevraagd. Daarom was het aannemelijk dat X van 1 oktober 2020 tot 14 december 2020 in Amsterdam woonde. De voorzieningenrechter besliste dat de gemeente aan X een voorschot op TOZO-3 moest verlenen voor de periode van 1 oktober 2020 tot 14 december 2020.

Rechtbank Amsterdam 29-1-2021, nr. 20/7027 (Fida 20210692)

Verwijzingen:
Fida 20210692 (Rechtbank Amsterdam 29-01-2021 207027)
ECLI:NL:RBAMS:2021:306