FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2020-3800

Vergissing in NOW-aanvraag over aanvang meetperiode niet te herstellen

Chinees Indisch restaurant vof X diende op 8 april 2020 een aanvraag in op grond van NOW 1.0 in verband met een verwacht omzetverlies van 100% vanaf 1 april 2020. Bij besluit van 11 april 2020 kreeg X een tegemoetkoming van € 18.227 uitgaande van het verwachte omzetverlies over de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020 op basis van de loonsom in het aangiftetijdvak januari 2020. X maakte bezwaar, maar de inspecteur wees dat af omdat het niet mogelijk was om een aanvraag na afgifte van het primaire besluit aan te vullen of te wijzigen. Dit betekent dat de aanvangsdatum van de meetperiode 1 april 2020 bleef. X ging in beroep en herhaalde dat in de aanvraag per vergissing 1 april 2020 als aanvangsdatum van de meetperiode was vermeld in plaats van 1 maart 2020. Rechtbank Den Haag stelde X in het ongelijk. Uit de toelichting bij de NOW 1.0 bleek dat werkgevers flexibiliteit hadden bij de keuze van de meetperiode waarover de omzetdaling zich moest voordoen. Die keuze moest bij de aanvraag worden gemaakt en kon bij de definitieve afrekening niet meer worden aangepast. De NOW 1.0 was volgens de Rechtbank een strenge regeling die geen ruimte bood om een aanvraag achteraf te corrigeren. Er was volgens de toelichting van de inspecteur op de zitting alleen ruimte om af te wijken van de bepalingen uit de NOW 1.0 wanneer sprake was van een puur administratieve belemmering, die buiten de risicosfeer viel van de ondernemer die de aanvraag had ingediend. Hieraan deed niet af dat het aanvraagformulier was ingevuld door een administratiekantoor; de fout van het administratiekantoor kwam voor rekening en risico van X. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Rechtbank Den Haag 3-12-2020, nr. 20/3724 (Fida 20207098)

Verwijzingen:
Fida 20207098 (Rechtbank Den Haag 03-12-2020 SGR20/3724)

Vindplaatsen:
ECLI:NL:RBDHA:2020:12268