FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2020-3545

Timmerman kreeg TOZO-2-uitkering niet via voorlopige voorziening

X exploiteerde een bouw- en timmerbedrijf en ontving van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 een TOZO-1-uitkering. Toen hij vervolgens een TOZO-2-uitkering aanvroeg, stelde de inspecteur na een onderzoek dat X daar geen recht op had omdat hij niet voldeed aan het urencriterium. X maakte bezwaar en vroeg daarnaast de voorzieningenrechter om te beslissen dat hij wl aan de TOZO-voorwaarden voldeed en onderbouwde dat met (gewijzigde) aangiften IB, BTW en een uitdraai van geannuleerde opdrachten. De voorzieningenrechter van Rechtbank Noord-Holland wees het verzoek van X af omdat uit de door X overgelegde gegevens onvoldoende bleek dat hij voldeed aan het urencriterium. Deze gegevens lieten zoveel ruimte voor twijfel dat vooralsnog niet kon worden gezegd dat de inspecteur de aangevraagde TOZO-2-uitkering ten onrechte had geweigerd. Omdat het hier om een aanvraag ging, mocht van X verlangd worden dat hij kwam met een concrete en verifieerbare onderbouwing, die X ook op de zitting niet had gegeven. De Rechtbank zag ook geen reden om een voorlopige voorziening te treffen omdat de hoorzitting over zijn bezwaarschrift binnen een overzienbare periode plaatsvond en X zou dan de mogelijkheid hebben om de ontstane ruis op dit punt n over de vraag of hij ook daadwerkelijk financieel was geraakt door de coronacrisis, weg te nemen. Ook stonden X nog andere mogelijkheden ter beschikking, zoals een beroep op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). De Rechtbank gaf X in overweging die mogelijkheden ook met de inspecteur te bespreken.

Rechtbank Noord-Holland 21-10-2020, nr. 20/5131 (Fida 20206582)

Verwijzingen:
Fida 20206582 (Rechtbank N-Holland 21-10-2020 HAA20/5131)

Vindplaatsen:
ECLI:NL:RBNHO:2020:9582