FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2020-2383

Aanslag met corona-uitstel van betaling geen steunvordering faillissement

BV X vroeg bij de Rechtbank het faillissement aan van BV Y omdat die zowel de vordering van BV X als andere vorderingen onbetaald liet. BV Y erkende de vordering van BV X, maar betwistte het bestaan van een steunvordering. De civiele kamer van Rechtbank Den Haag besliste dat voor een faillietverklaring was vereist dat de schuldenaar verkeerde in de toestand dat hij had opgehouden te betalen. Daarvoor moest volgens vaste jurisprudentie zijn voldaan aan twee voorwaarden, namelijk (1) er moest sprake zijn van meerdere schuldeisers (pluraliteit) en (2) de schuldenaar betaalde niet meer. BV Y had de vordering van BV X erkend en BV Y had ook erkend dat zij op dit moment geen middelen had om de vordering ineens te voldoen. Het vorderingsrecht van BV X was hiermee komen vast te staan. Aan het pluraliteitsvereiste was volgens de Rechtbank echter niet voldaan. De ontvanger van de Belastingdienst kon niet voldoen aan het verzoek tot afgifte van een steunvordering. Er was namelijk geen sprake van een invorderbare belastingaanslag omdat uitstel van betaling aan BV Y was verleend in verband met de in Nederland genomen coronamaatregelen. Aangezien de aanslag momenteel niet invorderbaar was en ook de hoogte van de vordering van de Belastingdienst niet bekend was, kon deze volgens de Rechtbank niet als steunvordering worden aangemerkt. De Rechtbank wees het faillissementsverzoek van BV X af.

Rechtbank Den Haag 4-8-2020, nr. C/09/595590 / FT RK 20/697 (Fida 20204496)

Verwijzingen:
Fida 20204496 (Rechtbank Den Haag 04-08-2020 C/09/595590/FTRK20/697)

Vindplaatsen:
ECLI:NL:RBDHA:2020:7776