FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2020-1776

Voortgang wetsvoorstel verzamelspoedwet COVID-19

Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën heeft de nota naar aanleiding van het verslag inzake het wetsvoorstel Verzamelspoedwet COVID-19 (zie FutD 2020-1483) naar de Eerste Kamer gestuurd. Daarin gaat hij in op vragen van de NOB (zie FutD 2020-1554) over de verlaging van de rentepercentages en de achterliggende vergelijkende systematiek van de belasting- en invorderingsrente.

De staatssecretaris wijst op de aankondiging (zie FutD 2020-1547) dat de verlaging van de belastingrente en de in rekening te brengen invorderingsrente wordt verlengd tot 1 oktober 2020 en merkt op dat hiermee één einddatum geldt voor de verlaging. Wel bestaan verschillende momenten waarop de renteverlaging ingaat. Wat betreft invorderingsrente geldt dat deze al per 23 maart 2020 is verlaagd naar 0,01%. Met betrekking tot de belastingrente geldt dat de verlaging voor alle belastingmiddelen plaatsvindt per 1 juni 2020, met uitzondering van de IB, waarvoor de verlaging ingaat per 1 juli 2020. De reden van deze verschillende momenten ligt in de uitvoeringstechnische mogelijkheden. Als ervoor was gekozen ook één moment van inwerkingtreding van de verlagingen te kiezen, was dit pas op 1 juli 2020 mogelijk geweest, omdat dit het eerste moment was waarop de belastingrenteverlaging voor de IB uitvoeringstechnisch kon worden gerealiseerd. Dit zou tot gevolg hebben gehad dat veel belastingplichtigen gedurende lange tijd (voor de invorderingsrente zelfs van 23 maart 2020 tot 1 juli 2020) niet hadden kunnen profiteren van verschillende renteverlagingen, terwijl deze verlagingen toen al wel mogelijk waren. Om belastingplichtigen zo veel mogelijk tegemoet te komen, heeft de regering hiervoor niet gekozen.

Ministerie van Financiën 5-6-2020, nr. 2020-0000105618 (Fida 20203502)

Verwijzingen:
Fida 20203502 (MvF 05-06-2020 2020-0000105618)