FutD - archief
Print

Artikelnummer: FutD 2020-1549

Corona-tegemoetkoming voor land- en tuinbouwondernemers

De minister van Landbouw heeft de Tweede Kamer geÔnformeerd over de nadere invulling van de aanvullende tegemoetkoming voor de sierteeltsector, delen van de voedingstuinbouw en de fritesaardappelsector. De regeling is op 8 mei 2020 opengesteld en inmiddels gepubliceerd in de Staatscourant.

Voor de regeling is vereist dat er een causaal en aantoonbaar verband is tussen de geleden schade en de getroffen overheidsmaatregelen ter bestrijding van COVID-19. Ondernemingen komen voor de regeling in aanmerking als zij in de periode van 12†maart tot en met 11 juni 2020 ten opzichte van de gemiddelde omzet in dezelfde periode van de drie voorgaande jaren 2017-2019 te maken hebben met acute vraaguitval van bederfelijke producten, terwijl de kosten doorlopen. Deze ondernemers kunnen een financiŽle compensatie krijgen wanneer sprake is van een omzetdaling van minimaal 30%. Een en ander geldt voor primaire ondernemingen in de sierteelt en primaire ondernemingen in de voedingstuinbouw die vrijwel volledig afhankelijk zijn van afzet aan de horeca. Bij primaire ondernemers in de voedingstuinbouw geldt aanvullend dat minimaal 75% van de omzet betrekking moet hebben op directe of indirecte leveringen aan de zogenoemde food-services (restaurants en andere horecabedrijven). Het kan ook gaan om horeca in een andere lidstaat. De tegemoetkoming wordt voor telers gebaseerd op de omzetderving die op deze leveringen betrekking heeft. Voor groothandelsondernemingen in de voedingstuinbouw waarvan minimaal 75% van de omzet betrekking heeft op leveringen aan de zogenoemde food-services, en bij groothandelsondernemingen in de sierteelt geldt de regeling ook en wordt de tegemoetkoming gebaseerd op de gederfde brutowinst. Verder vallen gespecialiseerde wegtransporteurs van bloembollen, sierplanten, perkplanten, potplanten, snijbloemen, heesters en boomkwekerijgewassen die transporteren van telers naar veilingen en groothandelaren ook onder het bereik van de regeling. Om zeker te stellen dat alle ondernemingen die extra ondersteuning nodig hebben en aanspraak maken op de regeling ook daadwerkelijk steun kunnen ontvangen is ervoor gekozen om per onderneming een maximum te stellen aan de tegemoetkoming op basis van omzetcategorieŽn. Hierbij is zoveel mogelijk rekening gehouden met de verwachte schade van individuele bedrijven in de verschillende categorieŽn. Het uitgangspunt van de regeling is ondernemers aanzienlijk tegemoet te komen voor de geleden schade, maar de regeling beoogt geen volledige schadeloosstelling. Tot slot is geregeld dat telers die nog fritesaardappelen in opslag hebben liggen van seizoen 2019, die niet meer verwerkt gaan worden tot frites of verkocht kunnen worden aan de groothandel en detailhandel aanspraak kunnen maken op compensatie.

Ministerie van LNV 8-5-2020, nr. DGA-EIA/20134063 (Fida 20203142)

Verwijzingen:
Fida 20203142 (MvLNV 08-05-2020 DGA-EIA20134063)