FutD - archief
Print

Nummer fida20213183
Kenmerk College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 mei 2021, nr. 20/722
Titel Onjuiste inschrijving KvK voor rekening ondernemer: geen TOGS
Samenvatting

BV X vroeg een TOGS-uitkering aan en vermeldde daarbij dat zij congressen en beurzen organiseerde. De RVO wees de aanvraag af omdat BV X op 15 maart 2020 in het handelsregister van de KvK was opgenomen met de SBI-code 85.59.9 (studiebegeleiding, vorming en onderwijs), en als bedrijfsomschrijving "het geven van workshops, trainingen, seminars en lezingen op spiritueel gebied". BV X ging in beroep, maar het CBB stelde haar in het ongelijk. Het CBB wees op zijn uitspraken van 22 december 2020. Daarin was onder meer beslist dat de TOGS-regeling moest worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid en dat de rechter alleen kon toetsen of het beleid op consistente wijze was toegepast. Volgens het CBB was daarvan in het geval van BV X sprake. Niet de feitelijke activiteiten, maar wat op de peildatum was geregistreerd in het handelsregister was leidend. De ondernemer was verantwoordelijk voor een juiste inschrijving in het handelsregister. De aanvraag was volgens het CBB terecht afgewezen omdat de SBI-code waaronder BV X op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet was vermeld in Bijlage 1 bij de TOGS-regeling. De bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, bood ook geen aanknopingspunten voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage was vermeld. Het CBB verklaarde het beroep van BV X ongegrond.

Tekst

uitspraak

https://uitspraken.rechtspraak.nl/image/?id=fda96aa8-37a2-4e7e-82de-9d40a1a863bd https://uitspraken.rechtspraak.nl/image/?id=5f55e01f-3360-43de-890a-0d6e7761b5a4

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/722

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2021 in de zaak tussen

[naam BV] , te [plaats] , appellante

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels).

Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd appellante een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel).

Bij besluit van 14 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure

1. Appellante heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend.

2. Over de onderneming was op 15 maart 2020 in het handelsregister van de KvK de SBI-code 85.59.9 (Studiebegeleiding, vorming en onderwijs) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving 'Het geven van workshops, trainingen, seminars en lezingen op spiritueel gebied'.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen dat uit de bedrijfsomschrijving op 15 maart 2020 niet, zoals appellante heeft vermeld in haar aanvraag, blijkt dat appellante congressen of beurzen organiseert, zodat niet tegemoet wordt gekomen aan het verzoek om uit te gaan van de SBI-code 8230. Verweerder is uitgegaan van de SBI-code 85.59.9. Deze code is volgens verweerder terecht niet in de Beleidsregel opgenomen. Verweerder heeft tenslotte overwogen dat niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden, waardoor hij zou moeten afwijken van de Beleidsregel.

Standpunt appellante

4. Appellante voert aan dat verweerder is uitgegaan van de verkeerde SBI-code. Inmiddels staat zij geregistreerd onder SBI-code 85.59.2 (Bedrijfsopleiding en -training) en SBI-code 85.60 (Dienstverlening voor het onderwijs). De bedrijfsomschrijving luidt 'Het geven van bedrijfstrainingen, lezingen, seminars, workshops op spiritueel gebied voor bedrijfsleven en onderwijs'. Appellante stelt dat zij wel degelijk congressen organiseert. Zo stonden er congressen voor april en mei gepland. Zij geeft ook trainingen aan bedrijven. Deze werkzaamheden zijn door Covid-19 komen te vervallen. Tevens voldoet appellante aan de eis dat de onderneming tenminste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar van de onderneming. Tot slot benoemt appellante dat andere ondernemingen wel snel een tegemoetkoming hebben ontvangen, zelfs wanneer geen sprake was van een omzetverlies.

Beoordeling door het College

5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

6. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Niet de feitelijke activiteiten, maar hetgeen op de peildatum is geregistreerd in het handelsregister is leidend. De ondernemer is verantwoordelijk voor een juiste inschrijving in het handelsregister. In het geval van appellante heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-code waaronder appellante op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet is vermeld in Bijlage 1.

7. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

8. Het College volgt verweerder in het standpunt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen.

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van C.S. Carella, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2021.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.S. Carella

Datum 20210525