FutD - archief
Print

Nummer fida20212910
Kenmerk Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 juni 2021, nr. BRE 20/8301
Titel Geen NOW-steun voor DGA en meewerkende partner
Samenvatting

BV X vroeg een tegemoetkoming in de loonkosten aan op grond van NOW-1 en NOW-2 maar het UWV wees haar aanvragen af omdat BV X geen loonkosten had gehad als bedoeld in de NOW-regeling. BV X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde BV X in het ongelijk. Het doel van de NOW-regeling was om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van loonkosten van werknemers. Gelet op de definitiebepaling van artikel 1 NOW-1 en NOW-2 moest het gaan om loon voor medewerkers die verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen. Aangezien de directeur-grootaandeelhouder (DGA) van BV X en zijn partner (niet-verzekerd meewerkend partner) niet verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen (en BV X verder geen werknemers in dienst had), kwam hun loon niet in aanmerking voor subsidie. De Rechtbank vond daarbij van belang dat de NOW-regeling een noodmaatregel was waarbij de regelgever er voor gekozen had om aansluiting te zoeken bij het werknemersbegrip voor de werknemersverzekeringen. Dat de DGA om bepaalde redenen was uitgezonderd van het werknemersbegrip voor de werknemersverzekeringen en die redenen mogelijk minder van toepassing waren op het doel van de NOW-regeling betekende niet dat van een ander werknemersbegrip moest worden uitgegaan. De Rechtbank verwierp het beroep van BV X op het gelijkheidsbeginsel. De werknemers van BV X konden niet gelijk worden gesteld aan de werknemers bedoeld in de NOW-regeling. Ook voor bedrijven met een DGA in dienst die te maken hadden met een omzetdaling als gevolg van de coronacrisis was een regeling getroffen. Deze bedrijven mochten voor de aangiften loonheffing over 2021 en 2020 het gebruikelijk loon van de DGA, onder voorwaarden, lager vaststellen. Daarnaast waren voor bedrijven (fiscale) regelingen getroffen betreffende bijvoorbeeld uitstel van betaling en tegemoetkoming in vaste lasten. Dat BV X hier (mogelijk) niet of onvoldoende bij gebaat was, betekende niet dat zij dan naar analogie een beroep zou moeten kunnen doen op de NOW-regeling.

Tekst

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 20/7735 NOW

BRE 20/8301 NOW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres

gemachtigde: mr. drs. J.J. Hoevenaars,

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.

Procesverloop

In de besluiten van 18 mei 2020 (primair besluit 1) en 28 juli 2020 (primair besluit 2) heeft de minister de aanvraag van eiseres om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (Now-1 en Now-2) afgewezen.

In de besluiten van 3 juli 2020 (bestreden besluit 1) en 24 augustus 2020 (bestreden besluit 2) heeft de minister de bezwaren van eiseres tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 22 april 2021.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De minister is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft op 11 mei 2020 en op 23 juli 2020 een aanvraag gedaan voor subsidie op grond van de Now-1 en Now-2.

De primaire besluiten heeft de minister de aanvragen voor een tegemoetkoming op grond van de Now-1 en Now-2 afgewezen omdat eiseres geen loonkosten, zoals bedoeld in de Now

heeft gehad.

Eiseres heeft bewaar gemaakt tegen deze besluiten.

Met de bestreden besluiten zijn de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard. Daarbij heeft de minister overwogen dat de Now alleen van toepassing is op werknemers die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen en dat er geen sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Wettelijk kader

2. Het wettelijk kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak en maakt daarvan onderdeel uit.

Standpunt eiseres

3. Eiseres voert aan dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel. Vanuit het doel van de Now bezien is er geen relevant verschil tussen een werknemer die verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen en de werknemers die dat niet zijn. Ook eiseres heeft een acute terugval van omzet en ook zij wil haar medewerkers in dienst houden. De regeling werktijdverkorting (WTV-regeling) is door de inwerkingtreding van de Now komen te vervallen. Dit benadrukt volgens eiseres dat het al dan niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen niet relevant mag zijn. De Now-subsidies worden bekostigd uit algemene middelen en niet uit de opbrengsten van de heffing van premies voor werknemersverzekeringen. De achtergrond voor het uitsluiten van directeur-grootaandeelhouders (DGA's) voor werknemersverzekeringen, te weten het risico van opting out en oneigenlijk gebruik van werknemersverzekeringen, is niet relevant voor de Now. Volgens eiseres is er geen rechtvaardiging om de uitsluiting van DGA's voor de werknemersverzekeringen door te trekken naar de situatie van de Now. Eiseres is daarom van mening, naar analogie, recht te hebben op een Now-subsidie.

Beoordeling rechtbank

4. Het doel van de Now-regeling is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van loonkosten van werknemers. Gelet op de definitiebepaling van artikel 1 van de Now-1 en Now-2 moet het gaan om loon voor medewerkers die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

5. Nu de DGA van eiseres en zijn partner (niet-verzekerd meewerkend partner) niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen (en eiseres overigens geen werknemers in dienst heeft), komt hun loon niet in aanmerking voor subsidie. Er is geen sprake van loonkosten waarin de Now tegemoet kan komen.

6. De rechtbank overweegt in dit kader dat de Now een noodmaatregel is waarbij de regelgever er voor gekozen heeft om aansluiting te zoeken bij het werknemersbegrip voor de werknemersverzekeringen. Dat de DGA om bepaalde redenen is uitgezonderd van het werknemersbegrip voor de werknemersverzekeringen en die redenen mogelijk minder van toepassing zijn op het doel van de Now-regeling betekent niet dat van een ander werknemersbegrip uitgegaan moet worden. De regelgever heeft er expliciet voor gekozen om alleen voor de werknemers die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen een tegemoetkoming in de loonkosten te geven. Dit is later ook nog onderwerp van discussie geweest in de Tweede Kamer, waarbij besloten is geen uitzondering te maken voor de DGA12. De argumenten van eiseres waarom de verzekeringsplicht geen onderscheidend criterium kan zijn, kunnen daarom niet slagen.

7. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel kan enkel slagen als gelijke groepen ongelijk worden behandeld en daarvoor geen rechtvaardigingsgrond bestaat. Voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel dient dus allereerst sprake te zijn van een rechtens relevant vergelijkbaar geval in het licht van de criteria van de Now.

Daarvan is geen sprake. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat haar medewerkers gelijk te stellen zijn aan de werknemers bedoeld in de Now. Eiseres heeft immers geen verzekeringsplichtige werknemers in dienst. Daarmee is een wezenlijk verschil gegeven met de doelgroep die is opgenomen in de Now-regeling. Dat eiseres ook (soortgelijke) gevolgen van de coronacrisis ervaart als werkgevers met verzekeringsplichtige werknemers in dienst is duidelijk. Dit enkele feit betekent echter niet dat zij gelijk is aan die werkgevers. Er zijn voorts hele diverse groepen die te maken hebben met de gevolgen van de coronacrisis en voor veel groepen heeft de regelgever een regeling in het leven geroepen. Ook voor bedrijven met een DGA in dienst die te maken hebben met een omzetdaling als gevolg van de coronacrisis is een regeling getroffen. Deze bedrijven mogen voor de aangiften loonheffing over 2021 en 2020 het gebruikelijk loon van de DGA, onder voorwaarden, lager vaststellen. Daarnaast zijn voor bedrijven (fiscale) regelingen getroffen betreffende bijvoorbeeld uitstel van betaling en tegemoetkoming in vaste lasten. Dat eiseres hier (mogelijk) niet of onvoldoende bij gebaat is, betekent niet dat zij dan naar analogie een beroep zou moeten kunnen doen op de Now-regeling.

8. Omdat er geen sprake is van gelijke gevallen slaagt het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel niet. Aan een bespreking van de argumenten van eiseres die zien op het ontbreken van een rechtvaardigingsgrond voor het gemaakte onderscheid in het geval er wel sprake zou zijn van gelijke gevallen, komt de rechtbank daarom niet toe.

9. Gelet op wat hiervoor is overwogen zullen de beroepen ongegrond worden verklaard.

10. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 2 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Bijlage wettelijk kader

Now-1 en Now-2

Artikel 1, eerste lid

In deze regeling wordt verstaan onder werknemer: een werknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel o of p, van de Wet financiering sociale verzekeringen.

Wet financiering sociale verzekeringen

Artikel 1, aanhef en onder o

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder werknemer: de werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Datum 20210602