FutD - archief
Print

Nummer fida20212783
Kenmerk College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 juni 2021, nr. 20/984
Titel ECLI:NL:CBB:2021:551 20/984
Samenvatting

TOGS. Beroep ongegrond. Verweerder heeft zijn beleid consistent toegepast.

Tekst

uitspraak

https://uitspraken.rechtspraak.nl/image/?id=63ab9378-ca89-4344-ae5c-ca49963113c3 https://uitspraken.rechtspraak.nl/image/?id=983ce5d8-228c-46fd-8f4a-8a35e20dc3b0

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/984

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2021 in de zaak tussen

[naam] , te [plaats] , appellant,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels).

Procesverloop

Bij besluit van 6 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd appellant een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel).

Bij besluit van 21 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure

1. Appellant heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend.

2. Over de onderneming van appellant was op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code 70.22.1 (organisatie-adviesbureaus) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving 'advies en organisatie op het gebied van in- en verkoop en marketing'.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. De SBI-code waarmee appellant is geregistreerd staat niet in Bijlage 1. Daarnaast heeft verweerder bij het bestreden besluit beoordeeld dat de bedrijfsomschrijving niet onder een andere SBI-code in Bijlage 1 is te brengen. De wijzigingen van appellant in het handelsregister van de KvK na 15 maart 2020 maken dit niet anders. Van bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder ten gunste van appellant moet afwijken van de Beleidsregel is niet gebleken, aldus verweerder.

Standpunt appellant

4. Appellant stelt ten eerste dat hij sinds 11 mei 2020, ingevoerd met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2006, tevens ingeschreven staat onder SBI-code 82.30 (organiseren van congressen en beurzen) welke onder Bijlage 1 valt. De inschrijving is volgens hem niet juist verwerkt in het systeem van RVO. Daarbij komt dat aan appellant wel een tegemoetkoming is toegekend op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL). Daarnaast, gezien de lage omzetcijfers van de onderneming en de doelstelling van de TOGS, is bij appellant sprake van bijzondere omstandigheden.

Beoordeling door het College

5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

6. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Verweerder hoeft geen rekening te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht. In het geval van appellant heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-code waaronder appellant op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet is vermeld in Bijlage 1.

7. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

8. Dat aan appellant wel een tegemoetkoming is toegekend op grond van de TVL kan hem in deze procedure niet baten, aangezien die toekenning is gebaseerd op een andere regeling.

Conclusie

9. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van J.S. Nooren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2021.

de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen

Datum 20210601