FutD - archief
Print

Nummer fida20211869
Kenmerk CvBB 6 april 2021 20/943
Titel Bedrijfsruimte in ouderlijke woning verhinderde TOGS-tegemoetkoming
Samenvatting Ondernemer X vroeg een tegemoetkoming van € 4.000 aan op grond van de TOGS-regeling, maar RVO wees het verzoek af omdat X niet aan het vestigingsvereiste voldeed. De onderneming moest namelijk ten minste één vestiging hebben met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar, of een vestiging die fysiek was afgescheiden van de privéwoning van de eigenaar en die was voorzien van een eigen opgang of toegang. Daarvan was in het geval van X geen sprake omdat zijn onderneming was gevestigd op het woonadres van zijn ouders. X ging in beroep en stelde dat de ruimte die hij van zijn ouders huurde was afgescheiden van de privéwoning en een eigen ingang, opgang, toilet en parkeerplek had. Het CBB verklaarde het beroep van X ongegrond. Het CBB wees op zijn uitspraken van 22 december 2020 waarin onder meer was beslist dat de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (de beleidsregel inzake de TOGS) moest worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dat betekende dat de rechter alleen kon toetsen of het beleid consistent was toegepast. Het CBB besliste dat daarvan in dit geval sprake was. De bedrijfsruimte van X betrof een kamer in de privéwoning waar X woonde. De door X overgelegde bewijsstukken toonden onvoldoende aan dat de bedrijfsruimte een eigen opgang of toegang had. Aan de voorwaarden van artikel 1 van de beleidsregel werd daarom niet voldaan, zodat de aanvraag van X terecht was afgewezen.
Tekst

Zaaknummer: 20/943

Uitspraak

Eerste aanleg - meervoudig

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN


zaaknummer: 20/943

uitspraak van de meervoudige kamer van 6 april 2021 in de zaak tussen

[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant


en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels en mr. S. van Rijn).

Procesverloop


Bij besluit van 6 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellant voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (de Beleidsregel) afgewezen.

Bij besluit van 3 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2021. Appellant is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen


1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Aanleiding van deze procedure
2. Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de onderneming van appellant niet voldoet aan het vestigingsvereiste. De onderneming dient ten minste één vestiging te hebben met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar, dan wel een vestiging die fysiek is afgescheiden van de privéwoning van de eigenaar en voorzien is van een eigen opgang of toegang. Daarvan is geen sprake. Van bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder ten gunste van appellant moet afwijken van de Beleidsregel is niet gebleken, aldus verweerder.

Standpunt appellant
5. Appellant voert aan dat hij wel aan het vestigingsvereiste voldoet. De ruimte die appellant van zijn ouders huurt is afgescheiden van de privéwoning, heeft een eigen ingang en opgang, een parkeerplek en een eigen wc. Appellant heeft dit tijdens een gesprek met verweerder op 12 augustus 2020 ook duidelijk aangegeven. Op verzoek van verweerder heeft appellant vervolgens een foto van de ruimte opgestuurd. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft appellant in beroep een aantal aanvullende foto's toegezonden.

Standpunt verweerder
6. Verweerder heeft naar voren gebracht dat ook uit de door appellant in beroep overgelegde foto's onvoldoende blijkt dat sprake is van een eigen opgang of toegang. Voor zover de bedrijfsruimte via de voorzijde van de woning wordt betreden, zal de garage van de privéwoning doorkruist moeten worden. Deze garage wordt niet gehuurd, zodat de entree via de voorzijde niet exclusief in gebruik is als eigen in-/opgang. Verder blijkt uit luchtfoto's van Google maps en Apple maps, en de foto's van Street view dat achter de woning gemeentegroen ligt, waarvandaan geen opgangen naar de woning zijn aangelegd. Ook via de achterzijde van de woning lijkt er dan ook geen eigen opgang of toegang naar de bedrijfsruimte te zijn.

Beoordeling door het College
7. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

8. Het College is van oordeel dat verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze heeft toegepast. De bedrijfsruimte waar het om gaat betreft een kamer in de privéwoning waar appellant woont. Appellant heeft een verklaring overgelegd van zijn ouders dat hij deze bedrijfsruimte van hen huurt. Verweerder heeft appellant in de gelegenheid gesteld om met bewijsstukken aan te tonen dat de bedrijfsruimte een eigen opgang of toegang heeft. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de door appellant in bezwaar en beroep overgelegde stukken daarover onvoldoende duidelijkheid geven. Aan de voorwaarden van artikel 1 van de Beleidsregel wordt daarom niet voldaan, zodat de aanvraag van appellant terecht is afgewezen.

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, mr. J.H. de Wildt en mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2021.

de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de
uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen

BIJLAGE

De Beleidsregel

Artikel 1, voor zover hier van belang luidt als volgt:

"In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

(...)

direct gedupeerde onderneming: gedupeerde onderneming die op 15 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister met een hoofd- of nevenactiviteit die in de tabellen 1a, 1b of 1c van bijlage 1 is opgenomen, met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling, en zoals in voorkomend geval nader geclausuleerd;

gedupeerde onderneming: in Nederland gevestigde onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, niet zijnde een overheidsbedrijf:

a. die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven met een hoofd- of nevenactiviteit die in bijlage 1 is opgenomen, met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling, en zoals in voorkomend geval nader geclausuleerd;

b. waar ten hoogste 250 personen werkzaam zijn, blijkend uit de inschrijving in het handelsregister op 15 maart 2020; en

c. die:

1°. voor zover het een onderneming, niet zijnde een horecaonderneming of een ambulante onderneming, betreft:
- ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de onderneming; of
- een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of
2°. voor zover het een horecaonderneming betreft ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft;

(...)

vestiging: vestiging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Handelsregisterwet 2007."

Handelsregisterwet 2007

Op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel j, wordt onder vestiging verstaan: een gebouw of complex van gebouwen waar duurzame uitoefening van de activiteiten van een onderneming of rechtspersoon plaatsvindt.

Datum 20210406