FutD - archief
Print

Nummer fida20211714
Kenmerk Min. v. SZW 26 maart 2021 2021-0000045693
Titel Gevolgen TOZO-uitkering voor belastingaangifte
Samenvatting Minister Koolmees heeft Kamervragen over de TOZO-regeling en de belastingaangifte beantwoord. Volgens de minister is de TOZO een gezinsuitkering die meetelt bij het inkomen van de partner en waarvoor beide partners voor de helft van de verstrekte uitkering een jaaropgave ontvangen. Bij de toekenning van TOZO-1 is geen rekening gehouden met het inkomen van de partner en is besloten de hogere gezinsnorm aan de ondernemer en zijn partner toe te kennen in plaats van de lagere alleenstaandennorm, die zou gelden als de partner helemaal buiten beschouwing zou zijn gelaten. Omdat er geen rekening gehouden werd met het partnerinkomen en daardoor niet precies bekend was hoeveel inkomsten deze partner had, is het volgens de minister mogelijk dat over het totale inkomen te weinig loonheffing is ingehouden. Hierdoor kan bij het doen van de aangifte IB blijken dat er moet worden bijbetaald. Volgens de minister zal dat alleen voorkomen als de ondernemer of zijn partner meer inkomsten heeft ontvangen dan waar door de gemeenten bij de verstrekking van de TOZO-uitkering rekening mee werd gehouden. Dit is vooral het geval als een partner bij TOZO-1 een zodanig inkomen verdiende dat er geen of minder recht is op loonheffingskorting of dat hij in een hogere belastingschijf zit dan waar de gemeente van is uitgegaan. De minister liet verder weten dat TOZO - net als de bijstand - niet wordt geteld tot het inkomensbegrip in de sociale zekerheid bij het verrekenen van uitkeringen. Als de partner van de ondernemer een uitkering van het UWV of van de SVB ontvangt, heeft het feit dat de helft van de TOZO hem toekomt daarom geen gevolgen voor het recht op of de hoogte van zijn uitkering. De enige uitzondering daarop is volgens de minister de situatie waarin recht bestaat op extra kinderbijslag bij intensieve zorg (AKW+).
Tekst

[Dit document is beschikbaar in pdf, - red.]

Datum 20210326