FutD - archief
Print

Nummer fida20211418
Kenmerk Rechtbank Den Haag 9 maart 2021 C/09/604690/KGZA20/1234
Titel Afwijzing coronasteun startend horecabedrijf op bord van bestuursrechter
Samenvatting De op 5 november 2019 opgerichte horecaonderneming BV X zou op 19 maart 2020 haar restaurant openen voor het publiek. De opening ging niet door vanwege de sluiting van de horeca op 15 maart 2020 in verband met de bestrijding van het coronavirus. BV X verzocht op 17 maart 2020 om toepassing van de Werktijdverkortingsregeling (Wtv), maar deze aanvraag werd behandeld als een NOW-aanvraag en vervolgens afgewezen. Vervolgens vroeg zij in september 2020 TVL aan, maar ook dat verzoek werd afgewezen. BV X vroeg daarop de voorzieningenrechter van Rechtbank Den Haag om de Staat te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 244.406. Als de Staat passende maatregelen had genomen voor startende ondernemingen had zij namelijk wťl aanspraak kunnen maken op NOW en TVL. Volgens BV X handelde de Staat onrechtmatig door geen passende maatregelen te nemen. De voorzieningenrechter van Rechtbank Den Haag verklaarde de vordering van BV X niet-ontvankelijk. Volgens de voorzieningenrechter kon BV X tegen de afwijzingsbesluiten voor NOW- en TVL-steun beroep instellen bij de bestuursrechter en daar dezelfde argumenten naar voren brengen als in de procedure bij de voorzieningenrechter. De bestuursrechter kon via exceptieve toetsing ook de stelling van BV X beoordelen dat de tegemoetkomingsregelingen ten onrechte niet voor haar als startende onderneming waren opengesteld, en hij kon ook de rechtsgeldigheid van het overgangsrecht van de NOW beoordelen. BV X kon daarom bij de bestuursrechter hetzelfde bereiken als zij met de procedure bij de voorzieningenrechter beoogde, namelijk het alsnog ontvangen van een financiŽle tegemoetkoming. Door het vragen van een voorlopige voorziening kon dat ook met de benodigde spoed worden beoordeeld. De Rechtbank veroordeelde BV X in de door de Staat gemaakte proceskosten van € 5.216.
Tekst

Zaaknummer: C/09/604690 / KG ZA 20/1234

Uitspraak

Kort geding

RECHTBANK DEN HAAG


Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/604690 / KG ZA 20/1234

Vonnis in kort geding van 9 maart 2021 (bij vervroeging)

in de zaak van

No Rules Heinekenplein B.V. te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. R.G. Meester te Amsterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. J.S. Procee en M.J.W. Timmer te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'No Rules' en 'de Staat'.

1 De procedure


1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met (uiteindelijk) 58 producties;
- de conclusie van antwoord met 6 producties;
- de bij de mondelinge behandeling door beide partijen overgelegde pleitnotities.

1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 februari 2021. Ter zitting is vonnis bepaald op 12 maart 2021. Het vonnis is bij vervroeging heden uitgesproken.

2 De feiten


Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. No Rules drijft een onderneming die een restaurant en bar voert. De oprichtingsakte dateert van 5 november 2019. Het restaurant zou op 19 maart 2020 opengaan voor publiek.

2.2. Op 15 maart 2020 heeft minister-president Rutte tijdens een persconferentie aangekondigd dat in verband met de bestrijding van het coronavirus alle horeca de deuren moet sluiten, afgezien van de mogelijkheid tot afhaal. Op 1 juni 2020 mocht de horeca onder voorwaarden weer open en heeft No Rules haar deuren geopend. Op 14 oktober 2020 heeft de horeca de deuren op last van de Staat weer moeten sluiten voor nog onbepaalde tijd.

2.3. Het kabinet heeft een pakket aan financiŽle maatregelen getroffen om ondernemers te steunen die schade lijden door de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus. Op 17 maart 2020 is de Werktijdverkortingsregeling (Wtv) vervangen door de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Daarnaast gold vanaf 1 juni 2020 de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), waaraan een horeca-specifieke regeling is gekoppeld, de Horeca Voorraad en Aanpassingen (HVA).

2.4. Op 17 maart 2020 heeft No Rules verzocht om toepassing van de Wtv-regeling. Deze aanvraag is behandeld als NOW-aanvraag en afgewezen bij besluit van 5 januari 2021. Het daartegen gemaakte bezwaar van No Rules is op 9 februari 2021 ongegrond verklaard.

2.5. No Rules heeft op 25 september 2020 TVL aangevraagd. Bij brief van 19 oktober 2020 is dat verzoek voor de maanden juni tot en met september 2020 afgewezen. No Rules heeft bezwaar ingesteld tegen dit besluit. Op 7 december 2020 heeft No Rules TVL aangevraagd over het vierde kwartaal van 2020.

3 Het geschil


3.1. No Rules vordert - zakelijk weergegeven - de Staat te veroordelen om aan haar een bedrag van € 244.406,-- te voldoen bij wijze van voorschot.

3.2. Daartoe voert No Rules - samengevat - het volgende aan. Lang voor het uitbreken van de coronacrisis is No Rules gestart met de voorbereidingen van het door haar te exploiteren restaurant en heeft zij daarvoor forse investeringen gedaan en personeel aangetrokken. De plannen van No Rules zijn verstoord door de maatregelen die de Staat heeft uitgevaardigd ter bestrijding van het coronavirus. Gedurende de periode dat er wel geŽxploiteerd kon worden heeft No Rules - ondanks de daarbij beperkende maatregelen - goede resultaten behaald. Het concept van No Rules is dus levensvatbaar en succesvol. De Staat heeft toegezegd om alle bedrijven financieel tegemoet te komen, maar No Rules kan geen aanspraak maken op de geldende tegemoetkomingsregelingen van de NOW en TVL omdat zij vůůr 1 maart 2020 geen omzet heeft gedraaid. No Rules zou wel een beroep hebben kunnen doen op de Wtv, waarvoor de NOW in de plaats is gekomen.
De problemen voor opstartende ondernemingen zijn bij de Staat bekend, maar de Staat heeft verzuimd om passende maatregelen te nemen. Daarmee handelt de Staat onrechtmatig jegens No Rules. Als gevolg daarvan is No Rules op dit moment technisch failliet. Als de Staat wel deugdelijke maatregelen zou hebben vastgesteld waarop No Rules aanspraak kan maken, zou de vergoeding vanuit de NOW tot en met december 2020 minimaal € 115.611,-- bedragen, op grond van de TVL minimaal € 118.375,-- en op basis van de horeca-specifieke HVA-regeling minimaal € 14.420,--. Van dit totaalbedrag van € 248.406,-- heeft No Rules slechts € 4.000, daadwerkelijk ontvangen vanuit de TOGS-regeling (Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren).

3.3. De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil


4.1. De Staat heeft als meest verstrekkende verweer gevoerd dat No Rules niet kan worden ontvangen in haar vorderingen omdat aan haar een andere, met voldoende waarborgen omklede rechtsgang ter beschikking staat. Dat verweer slaagt. Daarvoor is het volgende redengevend.

4.2. No Rules stelt zich in feite op het standpunt dat zij in aanmerking zou moeten komen voor steun op grond van de NOW en de TVL (en de aan de TVL gekoppelde HVA). Dat volgt ook uit het gegeven dat zij haar vordering begroot op een bedrag dat haar zou zijn toegekomen als haar de steun op grond van die regelen zou zijn toegekend. De uitvoering van deze regelingen vindt plaats door middel van besluiten in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. No Rules kon dus NOW- en TVL-steun aanvragen en vervolgens de (eventuele) afwijzing daarvan via de bestuursrechtelijke weg aanvechten. No Rules heeft de bedoelde steun ook daadwerkelijk aangevraagd en bezwaar gemaakt tegen de afwijzingsbesluiten.

4.3. No Rules kan vervolgens beroep aantekenen en in de procedure bij de bestuursrechter dezelfde argumenten naar voren brengen als zij in deze procedure heeft gedaan. Ook haar standpunt dat de tegemoetkomingsregelingen ten onrechte niet zijn opengesteld voor haar, als startende onderneming, kan door de bestuursrechter worden beoordeeld worden via een zogenoemde exceptieve toetsing. De bestuursrechter kan eveneens de rechtsgeldigheid van het overgangsrecht van de NOW toetsen. No Rules kan bij de bestuursrechter dan ook hetzelfde bereiken als zij met deze procedure beoogt, namelijk het alsnog ontvangen van een financiŽle tegemoetkoming. Door middel van het vragen van een voorlopige voorziening kan een en ander ook met de benodigde spoed worden beoordeeld.

4.4. De conclusie is dat No Rules niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering. No Rules zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing


De voorzieningenrechter:

5.1. verklaart No Rules niet-ontvankelijk in haar vordering;

5.2. veroordeelt No Rules om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan de Staat te betalen, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 5.216,--, waarvan € 1.016,-- aan salaris advocaat en € 4.200,-- aan griffierecht;

5.3. bepaalt dat bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten is verschuldigd;

5.4. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2021.

hvd

Datum 20210309