FutD - archief
Print

Nummer fida20210147
Kenmerk Rechtbank Noord-Holland 23 december 2020 HAA20/3455
Titel Fout administrateur met het loon van DGA voor rekening van aanvrager NOW
Samenvatting BV X diende op 6 april 2020 een aanvraag in voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW 1. Het UWV kende een tegemoetkoming toe van € 6.620. Het loon van haar directeur-grootaandeelhouder (DGA) Y werd niet in de loonsom betrokken omdat hij niet als werknemer werd aangemerkt en voor hem geen premies voor de werknemersverzekeringen werden betaald. BV X ging in beroep en stelde dat Y per abuis was aangemerkt als DGA, terwijl uit de statuten volgde dat hij geen bestuurder was. Zij had in verband daarmee op 1 mei 2020 een correctiebericht op de loonaangifte verzonden. Rechtbank Den Haag besliste dat correctieberichten op de loonaangifte van na de peildatum van 15 maart 2020 niet meer werden meegenomen bij de bepaling van de loonsom. Dat de loonadministrateur van BV X een fout had gemaakt door Y aan te merken als DGA en niet als werknemer voor wie premies voor de werknemersverzekeringen werden afgestaan, kwam voor rekening en risico van BV X. Deze omstandigheden waren volgens de Rechtbank niet als zeer uitzonderlijk aan te merken op grond waarvan het UWV in afwijking van de peildatum van 15 maart 2020 de correctie van loonaangifte had moeten meenemen bij de bepaling van de loonsom. Bovendien had de wetgever er bewust voor gekozen om in de NOW 1-regeling geen hardheidsclausule op te nemen. Daarom werd ook niet aan een belangenafweging toegekomen. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X ongegrond. De Rechtbank besliste in vergelijkbare zin over de correctie van een fout in de loonadministratie van stichting Z.
Tekst

Zaaknummer: AWB 20_3455

Uitspraak

Eerste aanleg - enkelvoudig

RECHTBANK NOORD-HOLLAND



Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/3455

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2020 in de zaak tussen

Stichting [eiseres] , te Haarlem, eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. P. van Dongen).

Procesverloop


Bij besluit van 10 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) afgewezen.

Bij besluit van 29 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2020. Eiseres is verschenen bij [gemachtigde] en [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. van Dongen.

Overwegingen


1. Eiseres heeft op 7 april 2020 bij verweerder een aanvraag voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW ingediend.
Verweerder heeft die aanvraag bij het primaire besluit afgewezen omdat eiseres geen loonkosten heeft gehad in de periode waarover een tegemoetkoming wordt aangevraagd.

2. Verweerder heeft de afwijzing in bezwaar gehandhaafd. Verweerder stelt dat uit de loonaangifte blijkt dat er voor de twee werknemers geen premies worden afgedragen voor de werknemersverzekeringen (over de perioden januari 2020 en november 2019). Het loon dat eiseres betaalt aan de werknemers is daarom geen loon in de zin van de werknemersverzekeringen.

3. Van de kant van eiseres wordt aangevoerd dat er in de loonadministratie iets is misgegaan. Eiseres heeft twee werknemers. En van de werknemers heeft de pensioengerechtigde leeftijd en voor die werknemer hoeft geen premie berekend te worden. Dit is per abuis voor de tweede werknemer ook gebeurd. Eiseres stelt deze omissie inmiddels te hebben gecorrigeerd. Over de controleperiode januari 2020 is intussen de aangifte werknemerspremies gedaan. Eiseres verzoekt daarom alsnog om voor de tegemoetkoming in aanmerking te worden gebracht.

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de in aanmerking te nemen gegevens worden beoordeeld op grond van de loonaangifte cq de aanvullingen daarop zoals die uiterlijk op 15 maart 2020 is ingediend. Verweerder stelt geen mogelijkheid te hebben om van die peildatum af te wijken. Omdat er in het geval van eiseres sprake is van een correctie n 15 maart 2020 stelt verweerder geen mogelijkheid te hebben anders te beslissen.

5. Voor de beoordeling van dit beroep is van belang dat op grond van artikel 10, tweede lid, van de NOW(1.0) voor de loonsom wordt uitgegaan van het loon over het eerste aangiftetijdvak van het jaar 2020. Dat is dus januari 2020. Op grond van het derde lid van dit artikel wordt uitgegaan van het loon over de maand november 2019, als er geen loongegevens zijn over het eerste aangiftetijdvak van 2020. Het vijfde lid van artikel 10 bepaalt dat de gegevens uit de loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van de loonsom worden beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 maart 2020 is ingediend en de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden.

6. In de toelichting bij artikel 10 staat dat een peildatum nodig is omdat een werkgever de loonaangifte met terugwerkende kracht kan corrigeren door middel van correctieberichten. Voor de vaststelling van de hoogte van het voorschot is noodzakelijk dat kan worden uitgegaan van de loongegevens zoals deze gelden op een bepaald tijdstip. Deze peildatum is vastgesteld op uiterlijk 15 maart 2020, een datum die gelegen is vr de aankondiging van deze regeling. Werkgevers hebben sindsdien namelijk een financieel belang bij een zo hoog mogelijke loonsom in januari. Ter beperking van fraude- en misbruikrisico's worden correctieberichten op de loonaangifte van na 15 maart 2020 niet meer meegenomen in de bepaling van de loonsom op grond van dit artikel.

7. De rechtbank stelt vast dat die in de NOW genoemde peildatum een harde datum is. De Minister heeft er bewust voor gekozen om ter voorkoming van fraude een datum te kiezen die is gelegen vr de aankondiging van de Regeling. Verweerder heeft zich dus te houden aan die peildatum.

8. Verder is van belang dat de regeling geen hardheidsclausule kent. Uit de toelichting volgt dat hier bij het opstellen van de regeling geen ruimte voor was. In de toelichting staat immers: De snelheid waarmee de noodmaatregel tot stand is gekomen impliceert dat er mogelijk zaken over het hoofd zijn gezien en de regeling onvoorziene omstandigheden kan hebben. Dit hangt samen met de noodzaak van het op zeer korte termijn beschikbaar stellen van voorschotten en de consequentie daarvan dat de definitieve subsidie achteraf wordt vastgesteld door UWV.

9. Dit betekent dat er niet aan een belangenafweging wordt toegekomen. Hoewel de rechtbank op zichzelf begrip heeft voor de door eiseres op de zitting genoemde omstandigheden, zijn deze niet als zeer uitzonderlijk aan te merken op grond waarvan verweerder in afwijking van de peildatum 15 maart 2020 de correctie van loonaangifte toch had moeten meenemen bij de bepaling van de loonsom.

10. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Het beroep is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, rechter, in aanwezigheid van mr. H.R.A. Horring, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2020.

griffier rechter


Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Datum 20201223