FutD - archief
Print

Nummer fida20204496
Kenmerk Rechtbank Den Haag 4 augustus 2020 C/09/595590/FTRK20/697
Titel Aanslag met corona-uitstel van betaling geen steunvordering faillissement
Samenvatting BV X vroeg bij de Rechtbank het faillissement aan van BV Y omdat die zowel de vordering van BV X als andere vorderingen onbetaald liet. BV Y erkende de vordering van BV X, maar betwistte het bestaan van een steunvordering. De civiele kamer van Rechtbank Den Haag besliste dat voor een faillietverklaring was vereist dat de schuldenaar verkeerde in de toestand dat hij had opgehouden te betalen. Daarvoor moest volgens vaste jurisprudentie zijn voldaan aan twee voorwaarden, namelijk (1) er moest sprake zijn van meerdere schuldeisers (pluraliteit) en (2) de schuldenaar betaalde niet meer. BV Y had de vordering van BV X erkend en BV Y had ook erkend dat zij op dit moment geen middelen had om de vordering ineens te voldoen. Het vorderingsrecht van BV X was hiermee vast komen te staan. Aan het pluraliteitsvereiste was volgens de Rechtbank echter niet voldaan. De ontvanger van de Belastingdienst kon niet voldoen aan het verzoek tot afgifte van een steunvordering. Er was namelijk geen sprake van een invorderbare belastingaanslag omdat uitstel van betaling aan BV Y was verleend in verband met de in Nederland genomen coronamaatregelen. Aangezien de aanslag momenteel niet invorderbaar was en ook de hoogte van de vordering van de Belastingdienst niet bekend was, kon deze volgens de Rechtbank niet als steunvordering worden aangemerkt. De Rechtbank wees het faillissementsverzoek van BV X af.
Tekst

Zaaknummer: rekestnummer: C/09/595590 / FT RK 20/697

Uitspraak

Eerste aanleg - enkelvoudig

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG


Team Insolventies - enkelvoudige kamer

rekestnummer: C/09/595590 / FT RK 20/697
uitspraakdatum: 4 augustus 2020

DE RESOLUTIE RIJSWIJK B.V.
verzoekster,
advocaat: mr. G. Janssen

heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[X] B.V.,
verweerster.

Het verzoekschrift is op 4 augustus 2020 behandeld in raadkamer. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:
- mr. G. Janssen, advocaat van verzoekster;
- [A], indirect bestuurder van verweerster.

De uitspraak is bepaald op heden.

Het verzoek en het verweer


Verzoekster heeft het faillissement van verweerster aangevraagd stellende dat verweerster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen nu zij zowel de vordering van verzoekster als andere vorderingen onbetaald laat.

Verweerster heeft de vordering van verzoekster erkend, maar betwist het bestaan van een steunvordering.

De beoordeling


De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1 en artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) is voor een faillietverklaring vereist dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Om deze toestand te kunnen aannemen, moet volgens vaste jurisprudentie zijn voldaan aan twee voorwaarden; (1) er moet sprake zijn van meerdere schuldeisers (pluraliteit) en (2) de schuldenaar betaalt niet meer. Indien, zoals hier, het verzoek tot faillietverklaring door een schuldeiser wordt gedaan, is voorts nog vereist dat summierlijk van diens vorderingsrecht is gebleken.

.
Verweerster heeft bij monde van de heer [A] de vordering van verzoekster erkend en eveneens erkend dat zij op dit moment geen middelen heeft om de vordering ineens te voldoen. Het vorderingsrecht van verzoekster is hiermee vast komen te staan.

Aan het pluraliteitsvereiste is echter niet voldaan. mr. Janssen heeft namens verzoekster een verklaring overgelegd van de belastingdienst. In die verklaring staat vermeld dat de ontvanger niet aan het verzoek tot afgifte van een steunvordering kan voldoen. Uit een met pen bijgeschreven notitie op deze verklaring maakt de rechtbank op dat geen sprake is van een invorderbare belastingaanslag nu vanwege de in Nederland genomen coronamaatregelen uitstel van betaling is gegeven. Nu de aanslag van de belastingdienst momenteel niet invorderbaar is en ook de hoogte van de vordering van de belastingdienst niet bekend is, kan deze niet als steunvordering worden aangemerkt.

Het faillissementsverzoek zal worden afgewezen.

BESLISSING


De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot faillietverklaring van [X] B.V., voornoemd.

Gegeven door mr. W.J. Don, rechter, en uitgesproken op 4 augustus 2020, in tegenwoordigheid van D.D. Elsayed-Vorst, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Datum 20200804