Fiscaal up to Date in de Telegraaf

Foutparkeerder profiteert van foutje gemeente“, zo luidt de Telegraafkop op 9 januari 2018. Lees het hele artikel uit de Telegraaf

 

Lees hieronder het volledige artikel, voorzien van redactioneel commentaar uit Fiscaal up to Date nr. 1 van 2 januari 2018.

FutD 2018-0004  Naheffingsaanslag met onjuiste parkeerlocatie ongeldig

Rechtbank Den Haag heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting vernietigd omdat daarin een verkeerde parkeerlocatie stond vermeld. De zaak was als volgt.

X ging in beroep tegen twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting van de gemeente Den Haag, die waren opgelegd naar aanleiding van een controle met een scanauto. Op de naheffingsaanslagen stond als plaats waar was geparkeerd het a-plein, terwijl de auto van X geparkeerd stond aan de b-straat. De locatie van een geparkeerde auto werd door de scanauto binnengehaald via GPS, waarbij het dichtstbijzijnde adres werd geregistreerd. Het a-plein en de b-straat lagen dicht bij elkaar en de GPS had ten onrechte de parkeerlocatie aangeduid als a-plein.

Rechtbank Den Haag besliste dat de locatie waar was geparkeerd een essentieel onderdeel was van het belastbare feit en daarom op de naheffingsaanslag moest worden vermeld. Een naheffingsaanslag die was gebaseerd op het belastbare feit “parkeren op het a-plein” was niet rechtsgeldig. Het enkele feit dat de auto elders in het betaald parkeren gebied stond geparkeerd, betekende niet dat de naheffingsaanslagen geacht konden worden betrekking te hebben op een ander belastbaar feit dan op de naheffingsaanslagen stond vermeld. Dat het systeem van de scanauto de GPS-coördinaten koppelde aan het dichtstbijzijnde adres en niet aan het juiste adres, kwam voor rekening en risico van de gemeente. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond en vernietigde de naheffingsaanslagen.

Bron: Rechtbank Den Haag 20-11-2017 20-11-2017, nr. 17/4160 (Fida 20178238)

Ons commentaar

Een (navorderings/naheffings)aanslag is geldig als er redelijkerwijs geen misverstand over kan bestaan, en na de bekendmaking ook niet had bestaan, dat aan de belanghebbende een (navorderings/naheffings)aanslag is opgelegd (of een informatiebeschikking is genomen). Of, omgekeerd, een (navorderings/naheffings)aanslag of (informatie)beschikking voldoet niet aan de vereisten voor het ontstaan van een betalingsverplichting als de op het biljet vermelde gegevens redelijkerwijs twijfel kunnen oproepen of het aanslagbiljet of de beschikking is bestemd voor degene, ten name van wie de aanslag of beschikking is gesteld. Een onjuiste tenaamstelling van een (navorderings/naheffings)aanslag en een onjuist fiscaal nummer leiden in het algemeen niet tot een betalingsverplichting, tenzij de tenaamstelling zo’n geringe onvolkomenheid bevat dat redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan voor wie het door de Belastingdienst verzonden biljet is bestemd (zie FutD 2016-2003 met ons commentaar). Dit besliste de Hoge Raad ook al in een arrest van 31 augustus 1998 (zie FutD 1998-1422) en herhaalde dit in zijn arrest van 27 februari 2015 (zie FutD 2015-0489 met ons commentaar). In een arrest van 3 december 2010 (zie FutD 2010-2769) besliste de Hoge Raad dat het fiscale nummer van een belastingplichtige in het algemeen, anders dan de tenaamstelling, geen essentieel onderdeel is van een aanslagbiljet. Het onderscheidend criterium ligt dus bij de vraag of het aan de orde zijnde onjuiste onderdeel van de (navorderings/naheffings)aanslag of (informatie)beschikking daarvan een essentieel onderdeel vormt. Rechters gaan over het algemeen vrij soepel om met de fouten van de Belastingdienst.

Deze souplesse zien we veel minder bij vergelijkbare fouten van belastingplichtigen. Een bezwaarschrift dat door een fout in de adressering niet binnen de bezwaartermijn is ingekomen, leidt onherroepelijk tot een niet-ontvankelijkverklaring (zie FutD 2015-0114 met ons commentaar en FutD 2016-0385).

Met betrekking tot de in deze uitspraak aan de orde zijnde naheffingsaanslag parkeerbelasting komt Rechtbank Den Haag naar onze mening tot de terechte conclusie dat de parkeerlocatie op de naheffingsaanslag een essentieel onderdeel is van het belastbare feit en daarom op de naheffingsaanslag moet worden vermeld. De onjuiste vermelding van de parkeerlocatie leidde in dit geval tot vernietiging van de naheffingsaanslag omdat op de verkeerd aangeduide parkeerplek geen parkeerbelasting hoefde te worden betaald. De oorzaak van de fout lag in de techniek. De scanauto gebruikte een systeem dat de GPS-coördinaten koppelt aan het dichtstbijzijnde adres en niet aan het feitelijke juiste adres. Fouten in de systemen van de belastingheffer komen voor rekening van de belastingheffer die voor deze systemen heeft gekozen en deze gebruikt. Op veel plaatsen in Nederland worden scanauto’s ingezet waarmee zo’n 1.200 kentekens per uur kunnen worden gecontroleerd. De Hoge Raad heeft al (impliciet) ingestemd met controles met scanauto’s (zie FutD 2017-2830) waarvan Hof Amsterdam (zie FutD 2017-1744) had beslist dat deze controle was aan te merken als waarnemingen in de publieke ruimte die op zichzelf geen verboden inmenging opleverden. Rechtbank Amsterdam ging onlangs ook akkoord (zie FutD 2017-1820) met parkeercontroles via scanauto’s en een deskforcesysteem. De controle op de daarbij gebruikte systemen kan echter alleen aan de orde komen in individuele procedures door degenen die hun nek uitsteken en tijd en geld besteden om recht te halen.