Eerder geregistreerde auto ook onder Kaderbesluit BPM gebruikte auto

Datum: 21 april 2016

BV X handelde in auto’s van verschillende, overwegend exclusieve, merken, maar was geen erkende dealer. Zij kocht in Duitsland auto’s in en verkocht deze door aan Nederlandse klanten. In haar maandaangifte BPM van mei 2014 deed BV X onder meer aangifte van twee auto’s met een datum van eerste toelating in Duitsland van 25 november 2013. BV X had de auto’s op 25 maart 2014 gekocht. De auto’s hadden op dat moment een kilometerstand van 10. BV X hield in de aangifte rekening met een afschrijving op grond van de tabel van artikel 8, lid 5, Uitvoeringsregeling BPM. De inspecteur was het daar niet mee eens en legde een naheffingsaanslag BPM op, omdat de auto’s volgens hem nieuwe auto’s waren. BV X ging in beroep. Rechtbank Gelderland besliste dat uit een arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2016 volgde dat in elk geval onder de tot 16 juni 2010 geldende Leidraad BPM 2006 een personenauto werd aangemerkt als een gebruikte personenauto als daarvoor eerder een kenteken was toegekend, dat was afgegeven, gedateerd en op naam gesteld. Dit was volgens de Rechtbank niet anders met de vervanging van de Leidraad BPM 2006 door het Kaderbesluit BPM, waarin het begrip "gebruikte auto" niet meer voorkwam. Uit de preambule bij het oorspronkelijke Kaderbesluit BPM moest volgens de Rechtbank worden afgeleid dat geen sprake was van een gewijzigd standpunt van de staatssecretaris, maar van het niet langer opnemen van deze tekst omdat die kennelijk alleen toelichtend van aard was. Hieruit begreep de Rechtbank dat ook nu nog moest worden aangenomen dat een auto als gebruikt had te gelden als daarvoor eerder een kenteken was toegekend, dat was afgegeven, gedateerd en op naam gesteld. BV X mocht volgens de Rechtbank aangifte doen op basis van de tabelafschrijving. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.