Aanslag hondenbelasting vernietigd na verkoop hond aan eigen BV

Datum: 9 september 2015

X verkocht op 16 januari 2014 één van zijn honden aan BV Y, waarvan hij alle aandelen bezat. In een namens BV Y ingediend aangifteformulier hondenbelasting 2014 meldde X aan de gemeente Molenwaard dat BV Y eigenaar was geworden van de hond. Desondanks legde de gemeente voor de hond een aanslag hondenbelasting 2014 op aan X. Rechtbank Rotterdam was het daarmee eens. X ging echter met succes in hoger beroep. Hof Den Haag besliste dat een persoon die in civielrechtelijke zin geen houder was van een hond, voor de hondenbelasting niet als houder van de hond kon worden aangemerkt. Ook een rechtspersoon kon een goed houden. Dat de uiterlijke feiten waaruit kenbaar was dat de rechtspersoon de feitelijke macht over het goed uitoefende, bestond uit handelingen van een natuurlijk persoon, deed volgens het Hof niet af aan het houderschap van de rechtspersoon. De verkoop en levering van de hond op 16 januari 2014 door X aan BV Y had volgens het Hof dan ook niet alleen als gevolg dat de eigendom van de hond was overgegaan op BV Y, maar ook dat BV Y vanaf die datum houder was van de hond. Dit betekende dat X voor het houden van de hond tot en met 15 januari 2014 1/12 van het jaartarief van € 71, dat was € 5,91, aan belasting was verschuldigd. Omdat dit bedrag lager was dan de in de Verordening hondenbelasting opgenomen aanslagdrempel van € 9, moest de aanslag worden vernietigd. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X gegrond.

Lees hier het bericht uit het AD van 11 september 2015 over deze zaak

Lees hier het vervolg op het bericht uit het AD van 14 september 2015

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.