150 km-grens in 30%-regeling is volgens EC een brug te ver

Datum: 24 maart 2014

De Hoge Raad legde in de zomer van 2013 twee prejudiciële vragen aan het EU-Hof van Justitie voor over de 150 km-grens in de 30%-regeling. De Europese Commissie (EC) heeft haar inbreng in deze Sopora-zaak uitgebracht. De EC is van mening dat de Nederlandse regeling een door artikel 45 VwEU verboden belemmering van het vrije verkeer van werknemers vormt door het belastingvoordeel te onthouden aan ingekomen werknemers die op een afstand van minder dan 150 km "in vogelvlucht" van de Nederlandse grens wonen en het voordeel wel toe te kennen aan ingekomen werknemers van wie de woonplaats op meer dan 150 km van de Nederlandse grens ligt. Deze beperking van de verkeersvrijheid kan volgens de EC echter niet worden gerechtvaardigd met het argument van het bestrijden van belastingontwijking. Volgens de EC gaat de maatregel namelijk verder dan nodig is om de doelstelling te bereiken. De maatregel is niet proportioneel en de EC is van mening dat het mogelijk is om een minder beperkende maatregel te treffen, waarmee de Nederlandse wetgever ook het doel kan bereiken dat wordt vermeden dat forenzen van de 30%-regeling kunnen genieten. Een bepaalde afstand tussen de woonplaats van de ingekomen werknemer (vóór indiensttreding) en de werkplaats is daarbij volgens de EC een mogelijke optie. Dat dit tot praktische moeilijkheden kan leiden, is volgens de EC niet relevant. (Wij ontvingen de inbreng van de EC van Deloitte die de Sopora-procedure voert, in het bijzonder prof. dr. P. Kavelaars en drs. J.R. Schaap, -red.)

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.