Opleiding Register BeleggingsAnalist maakte optieverlies niet aftrekbaar

Datum: 2 september 2011

X was registeraccountant en dreef een eenmanszaak. Hij volgde in 2001-2003 een postdoctorale opleiding tot Register BeleggingsAnalist (RBA). Tijdens deze opleiding ontwikkelde hij een beleggingsstrategie op basis van technische analyse. Eind 2002 en begin 2003 sprak X met twee zakenrelaties (E en F) af te gaan beleggen in opties en futures. Daartoe maakte hij in januari 2003 vanaf een privé-rekening € 50.000 over naar F. In de loop van 2004 waren de verliezen zodanig opgelopen dat X werd aangesproken door E en F om de verliezen conform afspraak te vergoeden. In verband hiermee nam X in de winst- en verliesrekening over 2004 een buitengewone last op van € 190.260. Voor de betaling van een deel van dit bedrag had hij de hypotheek op zijn eigen woning verhoogd en zijn privé-boot verkocht. De inspecteur corrigeerde de buitengewone last, waarop X in beroep ging. Rechtbank Haarlem stelde voorop dat transacties die via de beurs werden verricht, in het algemeen een speculatief karakter hadden omdat voordeel niet redelijkerwijs te verwachten viel. Met dergelijke transacties behaalde voor- en nadelen lagen volgens de Rechtbank in de vermogenssfeer en konden niet op het belastbare inkomen uit werk en woning in mindering worden gebracht. Dit was anders als een meer dan louter speculatief uitzicht op voordeel bestond. Dit was het geval als de handelende partij zelf of samen met anderen bijzondere kennis bezat die hem in staat stelde een voordeel te behalen. De Rechtbank besliste dat X onvoldoende had gesteld om deze uitzondering in zijn geval aanwezig te achten. Het was volgens de Rechtbank onvoldoende dat X zich uitvoerig had verdiept in de analyse van trends en trendbreuken in de koersontwikkeling van de op de beurs verhandelde beleggingsinstrumenten en met name in de mogelijkheden die de beleggingsinstrumenten futures en opties boden. Het ging dan om voor een iedere toegankelijke kennis die X niet meer dan louter speculatief uitzicht op voordeel verschafte. Dat X een cursus tot RBA had gevolgen en de door hem ontwikkelde formule nadien aan een derde partij was verkocht, welke formule na wijziging op de markt was gebracht, deed daar volgens de Rechtbank niet aan af. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022