Inspecteur kon aanwezigheid belanghebbende bij hoorgesprek niet eisen

Datum: 1 september 2011

De gemachtigde van mevrouw X maakte bezwaar tegen een aanslag IB 2004, nadat de inspecteur bij de aanslagregeling het standpunt had ingenomen dat tussen X, haar echtgenoot en hun BV geen maatschap tot stand was gekomen. De inspecteur nodigde de gemachtigde uit voor een hoorgesprek en vroeg of ook de echtelieden aanwezig konden zijn. De echtelieden hadden daaraan geen behoefte, waarop de inspecteur aankondigde dat hij hen indien nodig formeel zou oproepen en dat hij zonder hoorgesprek uitspraak zou doen als de echtelieden afzagen van hun recht om te worden gehoord. De gemachtigde liet daarop weten dat hij een hoorgesprek niet zinvol vond en zag af van het recht te worden gehoord. De inspecteur deed daarna uitspraak op het bezwaar. X ging in beroep. Rechtbank Haarlem besliste dat het persoonlijk verschijnen van de belanghebbende soms gewenst kon zijn en dat de inspecteur onder omstandigheden uit het niet persoonlijk verschijnen van de belanghebbende de consequentie kon trekken dat het bij gebrek aan essentiƫle gegevens niet verantwoord was om aan het bezwaar tegemoet te komen. Het stond de inspecteur echter niet vrij het horen van de gemachtigde van de belanghebbende afhankelijk te stellen van dat persoonlijk verschijnen. De gemachtigde kon volgens de Rechtbank niet worden gehouden aan zijn verklaring dat hij afzag van het recht om gehoord te worden, omdat die verklaring was ingegeven door de aankondiging van de inspecteur dat hij zonder hoorgesprek uitspraak op het bezwaar zou doen als X en haar echtgenoot formeel afzagen van hun recht om te worden gehoord. De inspecteur had de hoorplicht geschonden. De Rechtbank wees de zaak terug naar de inspecteur om de gemachtigde te horen en vervolgens opnieuw op het bezwaar te beslissen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022