Niet-aangeven van onzuivere pensioenregeling was geen kwade trouw

Datum: 31 augustus 2011

Mevrouw X was werkzaam bij BV A, waarvan haar echtgenoot (Y) alle aandelen bezat. Op 25 december 2002 sloten de echtelieden een voorovereenkomst waarbij mevrouw X 10% van het aandelenkapitaal van BV A kocht. De aandelen werden echter niet geleverd. Y droeg zijn aandelen BV A in maart 2003 over aan een stichting administratiekantoor tegen uitgifte van certificaten van aandelen. Op 18 april 2003 kwamen BV A en X een pensioenregeling overeen. In de pensioenbrief werd vastgelegd dat BV A de pensioenregeling in eigen beheer kon houden, omdat X ten minste 10% van het aandelenkapitaal bezat. BV A bracht de pensioenvoorziening onder bij een dochter-BV (BV B). Op 19 december 2003 verkocht en leverde Y 25 certificaten van aandelen BV A aan X en werd zij bestuurder van de stichting administratiekantoor. De inspecteur stelde dat de pensioenregeling direct bij de totstandkoming op 18 april 2003 als onzuivere pensioenregeling moest worden aangemerkt, omdat BV B niet als toegelaten verzekeraar als bedoeld in artikel 19a, lid 2, Wet LB kon worden aangemerkt. Hij legde een navorderingsaanslag IB 2003 op. Het nieuwe feit ontbrak, maar X was volgens de inspecteur te kwader trouw. Rechtbank Haarlem besliste dat de pensioentoezegging op 18 april 2003 onzuiver was, omdat X op die datum nog geen (certificaten van) aandelen BV A bezat en BV B daarom niet als toegelaten verzekeraar kon worden aangemerkt. De Rechtbank was het echter niet met de inspecteur eens dat X kwade trouw kon worden verweten. X, Y en BV A hadden belastingadvieskantoor C in de arm genomen voor de uitvoering van de pensioentoezegging, maar C was niet de adviseur geweest die de aangifte IB 2003 van X had verzorgd. De adviseur die de aangifte had ingediend, wist niet dat aan het vereiste van een 10%-belang niet was voldaan. De inspecteur had volgens de Rechtbank ook niet aannemelijk gemaakt dat X persoonlijk (voorwaardelijk) opzet had gehad over de indiening van een onjuiste aangifte over de pensioenregeling. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022