Sekswerkers in verzekeringsplichtige dienstbetrekking van coöperatie

Datum: 30 augustus 2011

X was een coöperatieve vereniging U.A. waarvan alleen prostituees lid konden worden. X sloot overeenkomsten met haar leden waarin onder meer stond dat de leden werknemers waren van X en dat zij omzet moesten realiseren ten behoeve van X. X zorgde op haar beurt voor klantenwerving en kon aanwijzingen geven over de wijze waarop met klanten werd omgegaan en over omzetdoelstellingen. De leden moesten de hele omzet, inclusief BTW, afdragen aan X. X stelde daarop het aan de leden uit te keren loon vast op basis van de ontvangen omzetten minus de BTW en € 70 aan kosten. X droeg loonheffing af en betaalde de hierna resterende bedragen uit aan de leden. De leden ontvingen maandelijks een loonstrook van X. X controleerde en beoordeelde de kamerverhuurbedrijven en seksclubs waar de leden werkten op de hygiëne, veiligheid en het aanwezig zijn van een vergunning. Als het kamerverhuurbedrijf of de seksclub voldeed aan de door X gestelde regels verstrekte X aan de exploitant tegen betaling van € 750 een certificaat. In de erkenningsregeling was onder meer bepaald dat de leden zelf de prijzen van hun diensten bepaalden en deze rechtstreeks met de klant afrekenden. De leden van X mochten werken op deze erkende locaties en (na melding daarvan) op niet-erkende locaties waar het voorwaardenpakket van de Belastingdienst van toepassing was. Op iedere door X erkende werklocatie stond een laptop met scanner waar de leden hun door X verstrekte pas moesten invoeren. X verzocht de inspecteur om een beschikking verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen van de bij haar aangesloten prostituees (art. 59, lid 3, Wfsv). Tegen de afwijzing van de inspecteur ging X in beroep. Rechtbank Den Haag besliste dat X aannemelijk had gemaakt dat tussen haar en haar leden een arbeidsverhouding bestond die als privaatrechtelijke dienstbetrekking kwalificeerde, omdat was voldaan aan alle kenmerken van een dienstbetrekking (het gedurende zekere tijd arbeid verrichten, de leden loon betalen als tegenprestatie voor de arbeid en het in een gezagsverhouding verrichten van de arbeid). Hier deed volgens de Rechtbank niet af dat de exploitant van kamerverhuurbedrijven en seksclubs instructies kon geven over de uitvoering van de werkzaamheden en dat de leden hun eigen werktijden konden vaststellen en hun eigen tarieven konden bepalen. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 23-09-2022